In het kader van 'Open Joodse Huizen' waren we op 4 mei 2016 's ochtends bij de synagoge aan de Folkingestraat in Groningen voor deelname aan een oorlogswandeling door de stad Groningen. Om te horen hoe men leefde tijdens de bezetting. Daarna gingen we naar het Hoofdstation. Daar vandaan werden tussen juli 1942 en maart 1943 de Joden in Groningen gedeporteerd. Historicus Stefan van der Poel gaf daar in stationsrestaurant Starbucks een lezing over. Hij heeft ook een boek geschreven met de titel 'Joodse Stadjers'. Over het leven van Joodse Groningers.
Op weg naar de Synagoge in de Folkingestraat kwamen we ter hoogte van nummer 34 deze struikeldrempel tegen. De struikeldrempel is voor het pand aan de Folkingestraat 34 geplaatst. Hier woonde Rachel van Gelder tot zij uit Groningen werd weggevoerd en werd vermoord in Sobibor. Deze struikeldrempel is gelegd door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig die door heel Europa struikelstenen legt om de herinnering aan de Joden die daar destijds hebben gewoond levend te houden.

Op de drempel staat de tekst:

"Wij zullen je nooit vergeten
Zie onze tranen voor alle Joden
Op deze plek voor de families van Gelder
Die vermoord werden en uit Nederland weggevoerd
en vermoord zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940 - 1945)"
Voor de ingang van de synagoge aan de Folkingestraat in Groningen wachten we op onze gids die de oorlogswandeling door de stad zal leiden. Intussen heb ik even tijd het gebouw te bekijken.

Zicht van bovenaf op de synagoge aan de Folkingestraat.

Zo zag de synagoge in Groningen er vroeger uit.

Thans ziet de synagoge er heel mooi uit van binnen.

De deur die nooit weer open gaat aan de Folkingestraat symboliseert het Joodse leven in Groningen dat definitief verdwenen is. De deur bevat geen deurklink en geen brievenbus.

Folkingestraat met de synagoge voor de oorlog.

Folkingestraat 1930

We staan hier ter hoogte van het pand Zuiderdiep 49, waar vroeger ook een synagoge was, die hieronder is afgebeeld.

Het besluit van het kerkbestuur om de voorzanger te laten begeleiden door een zangkoor leidt in 1851 tot een ernstig conflict. Tijdens een synagogedienst komt het zelfs tot een handgemeen tussen voor- en tegenstanders en de politie moet tussen beiden komen. De tegenstanders besluiten zich af te scheiden en vormen de gemeente Teschuath Jisraël. In 1856 nemen zij een eigen synagoge in gebruik aan het Zuiderdiep. Slechts 25 jaar houdt deze ‘Redding van Israël’ het vol. Hoewel de gemeente dan weer opgaat in de moedergemeente blijft de ‘nije sjoel’ nog tot 1933 bestaan. Ter plekke herinnert aan het gebouw nu alleen nog een afbeelding op een glas-in-lood-raam in het door architect Johannes Prummel ontworpen vervangende pand Gedempte Zuiderdiep 49.

Op de plaats waar destijd de synagoge stond, staat thans dit pand, Gedempte Zuiderdiep 49.

Op de Grote Markt zagen we deze foto's van de bevrijding van Groningen door de Canadezen.
In dit pand op de hoek van de Herestraat was in de oorlog het Duitse Wehrmachtheim gevestigd.
Kerstdiner in 1943 in de Wehrmachtheim met derde van links zittend Ortskommandant Rauch en vierde van links hoofdcommissaris van politie Blank.
Onder de noemer ‘Thanks’ konden bezoekers van de binnenstad de bevrijding van Groningen op indringende wijze beleven vanuit drie verschillende perspectieven. Hoe was het voor een Canadese militair om Groningen te bevrijden? Hoe voelde het voor de inwoners om bevrijd te worden? Hoe zag Groninger er vóór en na de bevrijding uit? Als je in één van de lopen keek zag je een film over de bevrijding van Groningen. Deze glazen tank zagen we staan op het Waagplein.
Terwijl we keken naar het gespaard gebleven waaggebouw aan het Waagplein, maakte ik deze opname van de achterkant van het gemeentehuis met nog aanwezige oorlogsschade, ontstaan tijdens de bevrijdingsgevechten tussen 13 en 16 april 1945.

We lopen op de Vismarkt in Groningen met zicht op de Korenbeurs en de Aa-kerk.
In de oorlog werd op de Vismarkt campagne gevoerd voor het Nederlandsche Arbeidsfront. Het Nederlandsche Arbeidsfront (afgekort tot NAF) was een nationaalsocialistische vakcentrale opgericht op 30 april 1942 bij een decreet door de rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. De volgende dag, de dag van de arbeid, zouden de andere vakcentrales en vakbonden in Nederland opgeheven worden, zoals CNV, RKWV en de NVV. De bezittingen en vermogens van de opgeheven vakcentrales zouden overgaan naar de nieuwe vakcentrale. Aan het hoofd van het Nederlandsch Arbeidsfront kwam NSB'er Hendrik Jan Woudenberg.
De vakbond had zich tot doelstelling gegeven: Het Nederlandsche Arbeidsfront heeft tot taak alle Nederlanders die door eigen arbeid geheel of gedeeltelijk in hun levensonderhoud voorzien, samen te brengen, te verzorgen, hen op te voeden tot wederzijdsch begrip voor hun economische belangen, alsmede voor hun sociale en cultureele behoeften en bij de bevrediging van deze behoeften medewerking te verleenen.
De NAF werd echter geen succes. Maximaal had de NAF 100.000 leden, waarvan het overgrote deel landarbeiders waren. Landarbeiders hadden sterk seizoensafhankelijk werk en waren daarom vaak aangewezen op een uitkering. De opgeheven vakbonden, die tegen de nieuwe opzet waren, hadden echter voor de oorlog nog ruim 700.000 leden. De NAF kreeg geen zitting in belangrijke commissies en kon daardoor weinig opbrengen voor de aangesloten arbeiders. In 1945 werd de vakcentrale opgeheven.
Eind 1941 verschenen in Nederland borden met de tekst 'Voor Joden verboden' en 'Joden niet gewenscht'. Ook op de Vismarkt in Groningen verscheen dit bord. Joden mogen niet meer komen op de markt.

Schuilkelder op de Vismarkt.

Parade van de SS op de Grote Markt in Groningen

Onverbrekelijk verbonden aan de donkere periode van de bezetting is het Scholtenhuis. Het Scholtenhuis, ook wel Scholtenshuis genoemd, was een beroemd en berucht gebouw in het centrum van de stad Groningen aan de oostkant van de Grote Markt. Het werd tussen 1878 en 1881 gebouwd naar een ontwerp in eclectische stijl van de Groninger architect J. Maris, in opdracht van de Groninger industrieel Willem Albert Scholten. Het pand werd bewoond door twee families Scholten: vader W.A. en zoon J.E. Scholten, vandaar ook de naam Scholtenshuis. Berucht werd het Scholtenhuis in de Tweede Wereldoorlog. Het pand werd door de bezetter gebruikt voor het vestigen van één van de zes Nederlandse Aussenstelle, een hoofdkwartier voor de regionale afdeling van de Sicherheitsdienst en de Sicherheitspolizei. Onder leiding van onder andere de gevreesde SD'er Robert Lehnhoff werden er honderden verzetsstrijders gevangengenomen, verhoord, beestachtig behandeld en gemarteld. Daarna werden ze vaak op verschillende afgelegen plekken gefusilleerd. Het Scholtenhuis werd in de volksmond daarom vaak het voorportaal van de hel genoemd. Bij de bevrijding van Groningen werd het gebouw hevig beschoten, in brand gestoken en volledig verwoest. Het leeft echter voort in de herinnering van vele stadjers die de oorlog bewust hebben meegemaakt. Tegenwoordig is het Scholtenhuis ook virtueel te bekijken.
De beulen van het Scholtenhuis hebben meer dan 473 mensenlevens op hun geweten. Daarbij zijn wel meegeteld degenen die door de SD naar concentratiekampen gezonden zijn en daar zijn gestorven, maar niet de op transport gestelde en niet teruggekeerde joden.

Het beruchte Scholtenhuis met de vlaggen met het hakenkruis en SS-runenteken in top.
Toen het Canadese leger oprukte naar de Grote Markt waren de gevreesde leiders in het Scholtenhuis reeds gevlucht via Zoutkamp naar het eiland Schiermonnikoog. De Duitsers staken de panden aan de Grote Markt in brand, waaronder het Scholtenhuis dat totaal werd verwoest.
Unieke kleurenopname van de Herebrug in Groningen van december 1940. Het feldpost nummer behoort toe aan Stab SS-Aufklarungs-Abteilung.

In het straatbeeld verschenen tijdens de bezetting Duitse richtingborden.

Duitse richtingborden op de Grote Markt in Groningen.

Café-Restaurant De Beurs aan het Aa-Kerkhof, waar onderstaande opnamen werden gemaakt tijdens de bevrijding van Groningen, toen er een Canadese Bren Carrier bij het pand stond met daarin een Canadese radiopost.

Canadese radiopost in Bren Carrier bij wat nu café De Beurs heet bij het A-Kerkhof
Na afloop van de oorlogswandeling door Groningen gingen we naar de lezing van historicus Stefan van der Poel in Starbucks op het Hoofdstation van Groningen.

Het Hoofdstation van Groningen 2016

Het Hoofdstation van Groningen in 1938

Het Hoofdstation van Groningen in 1947

 
Vanaf het Hoofdstation werden tussen juni 1942 en maart 1943 de Joden gedeporteerd via Kamp Westerbork naar de vernietingskampen. De provincie Groningen kende tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatief hoog aantal weggevoerde en vermoorde Joden. Tot op de dag van vandaag is de verwerking van deze zwarte bladzij uit het verleden een moeizaam proces. Tot in de oorlog had de provincie Groningen verscheidene Joodse gemeenschappen. Zo was Winschoten na Amsterdam de stad die het hoogste percentage Joodse inwoners had. Maar ook in de stad Groningen woonden veel Joden. Heel wat kostwinners waren werkzaam als slager, (vee)handelaar of werken in de confectie-industrie.

Bordje 'Voor Joden verboden' in het Noorderplantsoen (bij de Oranjesingel) in Groningen, 1942.
Ook voor het raam van café De Beurs aan het Aa-Kerkhof stond een bordje 'Voor Joden Verboden'.
Het huis van de familie Cohen aan de Stationsstraat 4 in Groningen is beklad met antisemitische leuzen. Bernard Arie Cohen was groothandelaar in luxe papierwaren. Tot 25 september 1942 stond hij met echtgenote Betty Schnadig ingeschreven op dit adres. Daarna verhuisden zij naar de Herestraat 98a. Op oudejaarsdag 1942 werden ze daar uitgeschreven, met bestemming Westerbork. Het echtpaar werd op 21 mei 1943 in het Duitse vernietigingskamp Sobibor vermoord.
Een man met een Jodenster wandelt over het A-Kerkhof Zuidzijde in de stad Groningen. Het zou hier gaan om veehandelaar Elimelech Lazarus Cohen (Veendam 1873 - Sobibor 1943)

Met de Duitse bezetting, in mei 1940, begint de Jodenvervolging. De deportaties naar Westerbork, dat dient als ‘doorgangskamp’ naar andere vernietigingskampen, komen in 1942 op gang. Na een grote razzia in oktober van dat jaar kent de Stad nog maar weinig Joodse inwoners. In december 1943 verlaten de laatste paar Joodse inwoners de Stad.

Simon van Hasselt met zijn dochter Sophie, ca. 1942

Het Hoofdstation in Groningen het mooiste station van Nederland. Dit is een ontvangsthal. Helaas is aan dit station een treurige geschiedenis verbonden van de deportatie van de Joodse bevolking in Groningen.
In de stationsrestauratie zit tegenwoordig Starbucks. Hier luisterteren we geboeid naar de lezing van historicus Stefan van der Poel. Er was veel belangstelling.

De Nederlandse Spoorwegen werkten keurig volgens schema om de treinen met  Joden voor de Duitsers te laten rijden.