Op zondag 25 oktober 2015 bezochten we de tentoonstelling Sobibor, het geheugen van de grond. Archeologische werkzaamheden op het terrein van het voormalige nazivernietigingskamp in Sobibor in de jaren 2001 - 2014. De tentoonstelling laat resultaten zien van het archeologisch onderzoek op de plek van het voormalige nazi-vernietigingskamp Sobibor in Polen. Lies Caransa-de Hond vertelt over de vondst van het naamplaatje van haar in Sobibor vermoorde neefje Deddie Zak. Ivar Schute is als archeoloog betrokken bij opgravingen in Westerbork en Sobibor.

Tussen 1942 en 1945 werden uit Nederland 107.000 Joden, Sinti en Roma van Nederland naar concentratie- en vernietigingskampen vervoerd. De meeste mensen werden gedeporteerd naar Auschwitz en Sobibor. Vanuit kamp Westerbork vertrokken er 34.313 personen naar Sobibor, slechts 18 van hen keerden terug. Drie van hen leven nog.

De tentoonstelling Sobibor Het geheugen van de grond laat zien hoe belangrijk archeologisch onderzoek kan zijn op een historische plek als Sobibor in Polen. Na de opstand van de gevangenen op 14 oktober 1943 besloot de SS dit op vernietiging gerichte kamp met de grond gelijk te maken: alle sporen van de moord op zeker 160.000 Joden moesten worden uitgewist. Dankzij de herinneringen van overlevenden en een enkel document was er kennis over Sobibor, maar altijd zijn er vragen en onzekerheden gebleven. Dankzij het onderzoek in het bodemarchief, met name in de afgelopen jaren, is er veel meer bekend geworden en zijn er bewijzen geleverd over het dodelijke functioneren van dit verschrikkelijke oord.