In 1944 werd de stad geconfronteerd met hevige gevechten tijdens Operatie Market Garden. Het doel in Nijmegen in september 1944 was vooral te voorkomen dat de Duitsers de  brug zouden vernietigen. Het innemen van de brug was een taak voor het 30ste legerkorps van hetBritse leger om te proberen de Britse luchtlandingstroepen in Arnhem te bereiken in Arnhem. Op een gegeven moment, de brug hield bijna 20 25 pond anti-tank kanonnen en twee luchtafweergeschut. De Duitsers maakten herhaalde aanvallen op de brug met behulp van bommen aan drijfhout, mini onderzeeŽrs en later hun toevlucht tot beschietingen van de brug met 88mm kanonnen. Er werden troepen op de brug gestationeerd die een uitstekende boog van vuur konden geven in geval van een aanval. Troepen, die niet pasten op de brug werden ondergebracht in een gebombardeerd huis iets stroomopwaarts van de brug. Tijdens de beschietingen werd het huis getroffen en kwamen zes soldaten om het leven. Nijmegen werd bevrijd van de Duitse bezetting door het Eerste Canadese Leger. De stad zou later worden gebruikt als een springplank voor Operatie Veritable, de invasie over de Rijn door de geallieerden.
 

Om 08:20 uur maakte de Parachute Infantry Regiment contact met het 30ste legerkorps te Grave. Dit stelde het regiment in staat om verder te gaan met andere opdrachten en het 3e bataljon werd in de reserve van de divisie geplaatst. Tegen de middag van de 19e kwam de voorhoede van het 30ste legerkorps aan in Nijmegen. Volgens plan hadden ze rond die tijd in Arnhem moeten zijn. Een gecombineerde poging om de brug bij Nijmegen te veroveren werd overgelaten aan twee compagnieŽn van de Guards Armoured Division en het 2e bataljon, 505e Parachute Infanterie Regiment. De aanval werd gestopt tot 400 meter van de brug. Gedurende de nacht vonden er schermutselingen plaats. Er werd een plan ontwikkeld om de zuideinde van de brug aan te vallen terwijl het 3e bataljon, 504th Parachute Infantry Regiment van plan was de rivier op 1500 meter afstand stroomafwaards in boten over te steken en dan de noordkant aan te vallen. De boten die waren aangevraagd voor laat in de middag kwamen nooit aan. Opnieuw werd het 30ste legerkorps voor de brug opgehouden. Het eerste en vijfde bataljon, de Coldstream Guears, werden aan de divisie toegevoegd. Een poging om te bevoorraden door 35 C-47 vliegtuigen mislukte; de voorraden werden neergelaten vanaf grote hoogte en konden niet worden geborgen.

De boten die waren besteld door de 82ste Airborne divisie een dag eerder kwamen pas in de middag aan en een haastige aanval bij daglicht werd bevolen. Om ongeveer drie uur maakte het 3e bataljon, 504e Parachute Infanterie Regiment (PIR) de oversteek in 26 aanvalsboten van canvas vanuit goed verdedigde posities. De eenheid had niet met deze door de Britten vervaardigde boten geoefend. Door een tekort aan peddels moesten sommigen roeien met hun geweerkolven. Ongeveer de helft van de boten bereikten onder zwaar vuur de overkant. De overlevenden vielen vervolgens aan over 180 meter open terrein aan de overkant en bereikten de noordzijde van de brug. De Duitse troepen trokken zich van beide kanten van de brug terug, die vervolgens werd ingenomen door tanks van de Guards Armoured Division en het 2e bataljon, 505e PIR, die de brug veilig stelden na vier dagen strijd. De kostbare aanval kreeg de bijnaam "Little Omaha" met verwijzing naar Omaha beach. Naar het oosten vielen de Duitsers aan op het hoger gelegen gebied en maakten flinke vorderingen en veroverden de enige overgebleven brug die geschikt was voor tanks. Een tegenaanval bij Mook door eenheden van de 505e PIR en het 4e bataljon, de Coldstream Guards, dwongen de Duitsers zich terug te trekken op hun eigen linies. Echter, het 508e PIR verloor terrein bij Im Thal en Legewald toen zij werd aangevallen door Duitse infanterie en tanks. Het werd toen duidelijk dat het Duitse plan was de snelweg af te snijden waardoor de luchtlandingseenheden zouden worden afgesneden van de oprukkende eenheden van het 30ste legerkorps. Naar het zuiden toe gingen de gevechten tussen de 101ste luchtlandingsdivisie en diverse Duitse eenheden door in sommige gevallen met diverse panther tanks die de weg versperden maar zich terug trokken bij gebrek aan munitie. Toen generaal Dempsey van het 2e leger generaal Gavin, commandant van de Amerikaanse 82ste Airborne Divisie, ontmoette wordt beweerd dat hij naar aanleiding van de aanval bij Nijmegen, gezegd heeft "Ik ben er trots op de commandant van de grootste divisie in de wereld van vandaag te ontmoeten." Ondanks de verovering van de brug bij Nijmegen en het innemen van de stad in de avond daarvoor, ging de Guard Armoured Division pas achttien uur later in middag in de aanval. Luitenant-Generaal Brian Horrocks beweerde dit oponthoud nodig te hebben om weer rust te brengen onder zijn troepen na de slag om Nijmegen. Dit was een omstreden beslissing die vaak onderzocht is in de jaren nadien. De helft van de divisie was ter beschikking gesteld aan de 82ste Airborne Divisie elders aangezien de Duitsers probeerden de aanval af te snijden. Wat overbleef wat een tekort aan brandstof en uitputting van de moeilijke slag om Nijmegen veilig te stellen. Het plan voor Market Garden hing af van een enkele snelweg als de weg waarover men op kon rukken en als bevoorradingsroute. Dit leidde tot vertraging aangezien andere eenheden geen alternatieve wegen konden vinden op de opmars voort te zetten. Het commentaar in Gavin's dagboek was: "Indien Ridgway op dat moment het bevel had gehad, zouden we de opdracht gekregen hebben toch die weg op te gaan om de mannen bij Arnhem te redden." De historicus Max Hasting schreef: "Dit was een teken van zwakte van het Britse leger..." Deze vertraging stelde de Duitsers in staat hun verdediging te reorganiseren ten zuiden van Arnhem, versterkt door het veroveren van beide zijden van de brug bij Arnhem. De opmars van de Guards, gehinderd door moerassig gebied dat off-road bewegingen onmogelijk maakte, werd spoedig tegen gehouden door een sterke verdedigingslinie. De 43ste divisie, die de leiding moest overnemen, bezat niet de kracht deze linie te doorbreken en maakte contact met de Polen bij Driel. Echter, de 43ste was 20 kilometer verwijderd en voor hen was een enorme verkeersopstopping. Het was niet eerder dan de volgende dag dat de rivier de Waal kon worden overschreden en zij met hun opmars begonnen. De Duitsers die duidelijk de overhand begonnen te krijgen, gingen door met hun tegenaanvallen langs de route van het 30ste legerkorps, ofschoon de Britten en de 101ste Airborne Divisie vooruitgang bleven boeken. Om ongeveer drie uur in de middag voerden 406 C-47 vliegtuigen die zweefvliegtuigen trokken en 33 C-47 vrachtvliegtuigen een bevoorradingsmissie uit voor de 82ste Airborne Divisie. Ongeveer 60 procent van de voorraden werd geborgen (er werden feitelijk 351 zweefvliegtuigen geteld), gedeeltelijk geholpen door Nederlandse burgers. Het grootste deel van de 82ste en 101 Airborne Divisie werden, versterkt met Britse gepantserde eenheden, ingezet in defensieve missies met het doel de corridor over de snelweg te behouden. Langs deze corridor werden kleine aanvallen uitgevoerd.

 
De brug over de Waal bij Nijmegen na de gevechten.  
Deze opnamen maakte ik van de Waalbrug op zaterdag 8 september 2007. Deze opnamen maakte ik van de Waalbrug op zaterdag 8 september 2007.
Deze opnamen maakte ik van de Waalbrug op zaterdag 8 september 2007.
Gedenkplaat bij de Waalbrug te Nijmegen. Onze gids Wybo Boersma legt uit wat er in het gebied rond de brug gebeurd is.
Gedenkplaat bij de Waalbrug te Nijmegen. Onze gids Wybo Boersma legt uit wat er in het gebied rond de brug gebeurd is.
Deze ansichtkaart herinnert aan Jan van Hoof. Hij zou de Waalbrug bij Nijmegen gered hebben. Hoewel dit niet met zekerheid is vast te stellen is het zeker dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in de bevrijding van Nijmegen. Op verschillende plaatsen in de stad wordt Jan van Hoof herinnerd door monumenten. Monument voor Jan van Hoof bij de Waalbrug te Nijmegen.
Deze ansichtkaart herinnert aan Jan van Hoof. Hij zou de Waalbrug bij Nijmegen gered hebben. Hoewel dit niet met zekerheid is vast te stellen is het zeker dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in de bevrijding van Nijmegen. Op verschillende plaatsen in de stad wordt Jan van Hoof herinnerd door monumenten. Monument voor Jan van Hoof bij de Waalbrug te Nijmegen.
De Waalbrug te Nijmegen 1944.
De Waalbrug te Nijmegen 1944.