Via www.slagveldreizen.nl heb ik op 28 april 2011 deelgenomen aan een wandeling in Amsterdam dat als thema had: Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog. Onze Engelse gids Michelle Steele bracht ons langs plaatsen die tijdens de oorlog in Amsterdam een belangrijke rol hadden gespeeld. De wandeling begon bij het boothuis, op de hoek an de Prinsengracht en Leliegracht, 50 meter van het Anne Frank Huis. Aan bod kwamen de onderwerpen: de intocht van de Wehrmacht, de Jodenvervolging, de februaristaking van 1941, colloboratie en verzet, de hongerwinter 1944-1945, de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945 en de bevrijding door de Canadezen.

 

De Prinsengracht met de lange rij wachtenden voor het Anne Frank Huis en de Westertoren. Links op de hoek het Boothuis vanwaar we begonnen aan de wandeling door Amsterdam.

Ons vertrekpunt was het Boothuis aan de Leliegracht. Michelle Steele was onze gids. De tour was in het Engels, maar ik was dan ook de enige Nederlander die mee deed.

Ons vertrekpunt was het Boothuis aan de Leliegracht. Michelle Steele was onze gids. De tour was in het Engels, maar ik was dan ook de enige Nederlander die mee deed. Het was voor mij geen probleem.

Leliegracht

Leliegracht

Anne Frank Huis

De schuilplaats in het Anne Frank Huis bevond zich achter deze boekenkast

Dit beeldje van Anne Frank staat om de hoek bij de Westerkerk

Oorlogsmonument achter de Westerkerk, waarbij in gedachte is genomen dat mensen op grond van hun ras, afkomst of geaardheid een gekleurde driehoek moesten dragen in de concentratiekampen. Dit monument heeft de vorm van zo'n driehoek.

Oorlogsmonument achter de Westerkerk, waarbij in gedachte is genomen dat mensen op grond van hun ras, afkomst of geaardheid een gekleurde driehoek moesten dragen in de concentratiekampen. Dit monument heeft de vorm van zo'n driehoek.

De Waffen-SS in de Raadhuisstraat, tussen Westerkerk en Koninklijk Paleis 15 mei 1940 Dezelfde locatie nu: Raadhuisstraat Hotel Aspen
Op 15 mei 1940 trokken de Duitsers over de Berlage brug Amsterdam binnen, toegejuicht door sympatisanten, waarschijnlijk uit NSB kringen. De Berlage brug nu. Aan het bouwwerk in nauwelijks iets veranderd.
Op 15 mei 1940 trokken de Duitsers over de Berlage brug Amsterdam binnen, toegejuicht door sympatisanten, waarschijnlijk uit NSB kringen. De Berlage brug nu. Aan het bouwwerk in nauwelijks iets veranderd.
Intocht van de Duitsers op het Rokin. Het kan zijn dat de NSB'ers verheugd waren dat de Duitsers Nederland bezetten, want ze waren immers aan het begin van de oorlog bij duizenden geïnterneerd en nu waren ze weer vrij. Misschien een dankbetuiging. Afwachtend, maar misschien ook wel gelaten, staan omstanders te kijken hoe de Duitsers Amsterdam binnentrekken.
Intocht van de Duitsers op het Rokin. Het kan zijn dat de NSB'ers verheugd waren dat de Duitsers Nederland bezetten, want ze waren immers aan het begin van de oorlog bij duizenden geïnterneerd en nu waren ze weer vrij. Misschien een dankbetuiging. Afwachtend, maar misschien ook wel gelaten, staan omstanders te kijken hoe de Duitsers Amsterdam binnentrekken.

Monument Joodse Jongensweeshuis

Een lint van steen aan de Amstel, niet ver van het huidige Muziektheater, memoreert de bijna honderd kinderen en drie verzorgers van het joodse jongensweeshuis Megadlé Jethomiem die in maart 1943 door de Duitse bezetter op transport zijn gezet naar het concentratiekamp Sobibor. Megadlé Jethomiem (De Opvoeders van Wezen) werd in 1738 opgericht door de Hoogduitse gemeente. Aanvankelijk betaalde het weescollege voor voedsel, kleding en onderwijs van de jongens die in joodse gezinnen opgroeiden, maar toen in de 19e eeuw de opvang terugliep, bleek een weeshuis noodzakelijk.
Het eerste huis opende in 1836 aan de inmiddels verdwenen Zwanenburgerstraat. In 1865 werd het nieuwe weeshuis aan de Amstel geopend, op de hoek van de Zwanenburgerstraat, naar een ontwerp van Cornelis Outshoorn (1810-1875), tevens architect van het Amstel Hotel.
De weesjongens hadden bijzondere taken in de joodse gemeenschap. Zo liepen ze bij de begrafenis van een overleden regent voor de baar en zeiden ze het kaddisj-gebed op voor de kinderloze contribuanten van het weescollege. Na de Tweede Wereldoorlog fungeerde het weeshuis als vertrekpunt voor jongens op weg naar Israël. Het gebouw aan de Amstel is verkocht en uiteindelijk in 1977 gesloopt.

 Thans staat hier het Muziektheater Amsterdam dat ook wel de Stopera wordt genoemd. Het is een theater dat speciaal gebouwd is voor het opvoeren van opera's, balletten en andere vormen van muziek. Het Muziektheater maakt deel uit van het gebouwencomplex met de naam Stopera, een combinatie van het Amsterdams Stadhuis en het Muziektheater (Stadhuis en opera). Het gebouw is op 23 september 1986 geopend aan de Amstel 3 te Amsterdam. Ter herinnering aan het drama dat zich op deze plaats heeft afgespeeld is er een monument in de vorm van een lint in de straat voor het gebouw gemetseld.

 

 

 

 

 

Tekst op het monument
DEZE WOORDEN OMLIJNEN DE PLAATS
WAAR HET IN 1738 ELDERS IN AMSTERDAM OPGERICHTE JOODS JONGENSWEESHUIS MEGADLE JETHOMIEM SEDERT 1865 ZIJN ZEGENRIJK WERK DEED, TOTDAT IN MAART 1943 DE DUITSE BEZETTER
HET HUIS BINNENDRONG EN DE JONGENS WEGVOERDE. DRIE VERZORGERS BLEVEN VRIJWILLIG BIJ DE BIJNA HONDERD KINDEREN  OP WEG NAAR HET VERNIETIGINGSKAMP SOBIBOR.  NIEMAND KEERDE WEER. HUN NAGEDACHTENIS ZIJ TOT ZEGEN.

 

We staan hier voor het Muziektheater en bekijken het monument in de vorm van een lint in de straat en lezen de tekst zoals hierboven beschreven.
We staan hier voor het Muziektheater en bekijken het monument in de vorm van een lint in de straat en lezen de tekst zoals hierboven beschreven.
 

De Dokwerker is een beeld en monument op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam ter nagedachtenis van de Februaristaking van 1941.

Het standbeeld is in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur ontworpen en gemaakt door de beeldhouwer Mari Andriessen. Willem Termetz heeft in 1951 voor het beeld geposeerd. Termetz was een Haarlemse timmerman/aannemer die Andriessen al voor de oorlog kende. Het vermoeden is dat ze ook samen in het verzet zaten. De zware bouw van Termetz' lichaam had de uitstraling die Mari Andriessen zocht. Willem Termetz stond vanwege het karakter van het beeld (De Februaristaking) niet te trappelen om als beeld te worden vereeuwigd. Uiteindelijk heeft Godfried Bomans hem overgehaald wel te poseren. De definitieve versie zou na verschillende ontwerpen in een gipsmodel medio 1951 klaar moeten zijn. Het werd een jaar later. Het beeld van de dokwerker is in een Parijse gieterij gegoten.

Door foto's werd het beeld in de pers bekend. Op 28 maart 1952 schreef het Haarlems Dagblad: "Mari Andriessen heeft ter symbolisering van de staking een gewone dokwerker genomen en geenszins een geïdealiseerde arbeider."

Koningin Juliana heeft het beeld in december 1952 onthuld, en sindsdien is het beeld de centrale plek van de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking op 25 februari. Het monument is ook een aantal keren het begin- of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme.

De Dokwerker stond niet altijd op de plek waar hij nu staat. In het begin stond hij met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst in de richting van de synagoge wegens werkzaamheden aan de metro en de Stopera.

 

FEBRUARISTAKING IN 1941

Wanneer we ons in de voormalige Jodenbuurt in Amsterdam bevinden staan we stil bij de Februaristaking in 1941. Het beeld De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein herinnert hier aan. In de NPS TV serie De Oorlog wordt in deel 3 aandacht besteed aan de Februaristaking.

NSB rellen bij cafe-cabaret AkcazarIn Amsterdam is de spanning in het begin van 1941 hoog opgelopen. Naast de discriminerende maatregelen tegen de joden (inmiddels is er een bioscoopverbod afgekondigd) zijn er ook confrontaties tussen joodse jongeren en provocerende leden van de WA, de geüniformeerde tak van de NSB.
Dat is al eind november 1940 begonnen toen de NSB een mars door de joodse wijk organiseerde. In december zijn er acties rond de horeca: de WA wil eigenaren van cafés en restaurants dwingen bordjes op te hangen met de tekst ‘Joden niet gewenst’. Joodse jongeren organiseren zich in knokploegen en gaan WA-mannen te lijf.

NSB rellen bij cafe-cabaret Akcazar

Het wordt steeds onduidelijker wie er de baas is op straat: de politie, de WA, de knokploegen, de Duitsers?

Er ontwikkelt zich een soort stadsoorlog, waarbij zelfs een dode valt: dDe leider van de NSB Anton Mussert op de begrafenis van WA-man Koote WA-man H. Koot overlijdt aan zijn in een straatgevecht opgelopen verwondingen. Zijn begrafenis wordt een NSB-demonstratie van formaat.

De leider van de NSB Anton Mussert op de begrafenis van WA-man Koot

De speciale vertegenwoordiger van Seyss-Inquart voor Amsterdam, dr Hans Böhmcker, laat als represaille een deel van de joodse wijk afsluiten. Na de dood van Koot en de (tijdelijke) afsluiting van de jodenbuurt lopen de spanningen steeds hoger op. Op 19 februari 1941 is er een nieuw incident tussen een groep NSB-ers en een joodse knokploeg in Koco, een ijssalon in Amsterdam Zuid. Hanns Albin Rauter, de hoogste Duitse politie-autoriteit in Nederland, eist dan vervolgens dat er een harde maatregel wordt genomen. Hij stelt de arrestatie van een grote groep joodse mannen voor, en krijgt daarvoor toestemming van zijn hoogste chefs, in Duitsland Heinrich Himmler en in Nederland Arthur Seyss-Inquart.

Op zaterdagmiddag 22 februari 1941, en op de volgende zondagochtend, voeren zeshonderd mannen van de Ordnungspolizei een actie uit in de Amsterdamse jodenbuurt. Ze pakken rond de 400 joodse mannen op, tussen de 20 en 35 jaar.
We weten hoe dat er op zaterdag 22 februari 1941 aan toeging, want een Duitse soldaat maakte er foto’s van en een Amsterdamse fotolaborant drukte ze stiekem dubbel af, zodat ze na de oorlog in Amsterdam opdoken.
De arrestanten gaan via Schoorl naar Duitse concentratiekampen, zoals Mauthausen, waar vrijwel niemand levend uitgekomen is.

De razzia op 22 februari 1941  

Fabrieksarbeiders, kantoorbedienden en ambtenaren geven gehoor aan de gestencilde oproep ('Deze jodenpogroms zijn een aanval op het gehele werkende volk. Staakt, staakt, staakt!!!') en gaan de straat op. Als Rauter van zijn verbijstering is bekomen (stakingen zijn in het Derde Rijk onbekend) stuurt hij bataljons Waffen SS naar Amsterdam om de onrust de kop in te drukken. Ze mogen met scherp schieten, en doen dat ook. Er vallen negen doden in de straten van Amsterdam en twintig zwaar gewonden. De staking springt over naar de dichtstbijzijnde steden als Hilversum, Zaandam, Haarlem en Utrecht en duurt ook de volgende dag nog voort. Maar het geweld waarmee de Waffen SS optreedt en de dreiging van nog veel scherpere represailles (massale arrestatie van Joden) maken een einde aan de acties. De Duitsers arresteren mensen die van een aandeel in de organisatie verdacht worden, en brengen er minstens twintig voor het vuurpeloton. Ze vervangen de burgemeesters van de steden waar gestaakt is door pro-Duitse opvolgers. En ze leggen miljoenen guldens boete op aan de gemeentebesturen die verantwoordelijk worden gehouden voor de staking van hun ambtenaren. De schrik zit er daarna in de hoofdstad wel in: als twee jaar later op veel grotere schaal de april/meistakingen uitbarsten, blijft Amsterdam erbuiten. Toch is de Februaristaking van betekenis geweest, als symbool van actie, en als verzetsimpuls – het is de enige anti-pogromstaking uit de hele Tweede Wereldoorlog.
Sicherheitsdienst (SD) aan de Euterpestraat te Amsterdam
DE EUTERPESTRAAT Begin 1940 werden de meisjes HBS en christelijke HBS aan de Euterpestraat in Amsterdam-Zuid bezet door de Duitse Sicherheitsdienst (SD) en het bureau van de Zentralstelle fur Judische Auswanderung. De SD, o.l.v. politiecommandant Willy Lages, verhoorde en martelde verzetsmensen, onderduikgevers en Joden. De SD (Sicherheitsdienst) was in 1931 opgericht door Himmler als de veiligheids- en inlichtingendienst van de SS. Als zodanig werkte de dienst nauw samen met de Kripo en de Gestapo, waarvan ze geleidelijk aan steeds meer taken overnam. Vanaf 1937 functioneerde de SD binnen Duitsland als inlichtingendienst die informatie verzamelde over ideologische tegenstanders; ook werden berichten geschreven over de stemming onder de bevolking. De SD-Auslandsnachrichtendienst verzamelde daarnaast via een web van informanten gegevens over het buitenland. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de oprichting van het RSHA droegen Gestapo- en Kripomedewerkers in de bezette gebieden ook het SD-teken op hun uniform. In Amsterdam zetelde het hoofdkwartier van de SD in de Euterpestraat, in Den Haag bevonden zich hun kantoren aan de Rijswijkseweg en bij het Westbroekpark. Tijdens het proces van Neurenberg werd de SD als criminele organisatie aangemerkt.
Het Joodse ghetto in Amsterdam  
Al snel na de invasie begon de jodenvervolging. De Duitsers stelden een 'Joodsche Raad' in. Dat was voornamelijk een manier om de identificatie van Joden en deportaties efficiënt te organiseren. Een aantal aanzienlijke mensen werd bereid gevonden om deze 'Raad' te organiseren en Joden werd voorgehouden dat ze veilig waren, als ze zich kwamen registreren. Er waren weinigen die daar niet op ingingen, veelal omdat dat 'de Joodse gemeenschap in gevaar zou brengen'. Er was ook vanuit de Nederlandse bevolking in deze tijd weinig verzet en een eventuele overwinning van de geallieerden leek ver weg. Zodra de Duitsers genoeg informatie hadden viel het masker, werden alle beloftes gebroken en begonnen de deportaties. In 1942 werd nabij Westerbork een doorvoerkamp voor Joden ingericht; ook bij Vught en Amersfoort verschenen Duitse concentratiekampen. Uiteindelijk waren er 107.000 van de 140.000 Joden die in het vooroorlogse Nederland hadden gewoond, naar het oosten gedeporteerd. Hiervan zijn ongeveer 101.800 vermoord of bezweken aan dwangarbeid in de concentratiekampen. Onder de slachtoffers is Anne Frank, die later beroemd werd vanwege haar dagboek, geschreven terwijl ze ondergedoken zat. Uit protest tegen de deportaties hield de Nederlandse bevolking in 1941 de Februaristaking. Hoewel het niets uitrichtte, was dit toch een flinke streep door de rekening van Seyss-Inquart, omdat zijn opzet geweest was én de Joden te deporteren en de Nederlanders voor het nationaal-socialisme te winnen. Vanaf deze tijd hielden de nazi's op een fluwelen handschoen te gebruiken.
In 1942 en 1943 werd de schouwburg, gelegen in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt, door de Duitsers gebruikt als verzamel-, c.q. deportatieplaats van waaruit joden op transport werden gesteld naar Westerbork en vandaar naar Duitse concentratiekampen. Weinigen overleefden: 104.000 Nederlandse joden werden vermoord in de vernietigingskampen van de Duitse bezetter.
Al eerder had Hauptsturmfuhrer SS Ferdinand Hugo aus der Funten, belast met de dagelijkse leiding betreffende de deportatie van de Nederlandse Joden als vertegenwoordiger van de Zentralstelle fur judische Auswanderung, onderzocht welke locatie geschikt zou zijn om grote groepen Joden korte tijd gevangen te houden in afwachting van deportatie.
Een bijzondere rol was weggelegd voor Walter Süskind, de beheerder van de schouwburg tijdens de Jodenvervolging. Samen met Felix Halverstadt, Henriette Pimentel en Johan van Hulst lukte het hem ongeveer 600 kinderen uit de schouwburg te laten ontsnappen via de tegenovergelegen crèche.
In november 1958 is door de gemeente Amsterdam besloten om de Hollandsche Schouwburg als monument in te richten. De voorgevel werd gerestaureerd en de achterzijde grotendeels afgebroken. De schouwburgzaal werd een binnenplaats. Op de plek van het voormalige toneel is een gedenknaald opgericht. De gedenkplaats is een ontwerp van architect L. Waterman. Op 4 mei 1962 is door de toenmalige burgemeester Gijs van Hall de eeuwige vlam ontstoken.
 
Schietpartij op de Dam 7 mei 1945
Op 7 mei 1945, twee dagen na de capitulatie, werd de Bevrijding gevierd op de Dam in Amsterdam. Om 15.00 uur werd er geschoten door Duitse mariniers vanaf het dak van De Groote Club. Hierbij vielen 19 doden en 117 gewonden. Op 5 mei 1945 had het Duitse leger in Nederland gecapituleerd, wat het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende voor Nederland. Twee dagen na de Bevrijding, op 7 mei, is het feest op de Dam in Amsterdam. Duizenden mensen hebben zich verzameld om de Canadese bevrijders te verwelkomen, die op die dag verwacht worden. Muziek klonk uit draaiorgel “Het Snotneusje” en mensen dansten in het rond. Na jaren van onderdrukking dacht de menigte niet meer bang te hoeven zijn. De stad is echter nog vol met gewapende Duitse militairen. De grote vreugde veranderde in paniek en angst toen er plotseling op de mensenmassa werd geschoten vanuit De Groote Club. Rond 15.00 uur schoten Duitse militairen van de Kriegsmarine om nog steeds niet duidelijke redenen op de feestende menigte. Er ontstond paniek en de burgers vluchtten alle kanten op. Velen probeerden zichzelf in veiligheid te brengen door naar het Damrak en de aanliggende straten te rennen. Een aantal mensen zocht dekking achter lantaarnpalen en het draaiorgeltje, maar verder gaf het grote plein bijna geen mogelijkheid om te schuilen. Een bloedbad was het gevolg. Er vielen negentien dodelijke slachtoffers en er waren ruim honderd gewonden. Ze werden neergeschoten of onder de voet gelopen.

De Nederlandse Luitenant-Kolonel Carel Frederik Overhoff die Gewestelijk Commandant van het strijdend gedeelte der Binnenlandse Strijdkrachten, Gewest 10, te Amsterdam heeft met gevaar voor eigen leven tijdens de schietpartij ingegrepen. Op een motor met zijspan, alleen vergezeld door een Duitse officier en een wachtmeester der Koninklijke Marechaussee, als bestuurder, heeft hij met gevaar voor eigen leven een einde gemaakt aan het schieten, terwijl de bestuurder van de motor met zijspan dodelijk werd getroffen.
In het gebouw van de Groote Club was in de oorlog tevens een wervingsbureau van de SS gevestigd. Hetzelfde gebouw bestaat nog steeds. Ook aan het uiterlijk is nauwelijks iets veranderd.
In het gebouw van de Groote Club was in de oorlog tevens een wervingsbureau van de SS gevestigd. Hetzelfde gebouw bestaat nog steeds. Ook aan het uiterlijk is nauwelijks iets veranderd.
Bevrijding van Amsterdam door de Canadezen op 7 mei 1945