Op zaterdag 11 juni 2011 was er weer een themadag van de Documentatiegroep '40-'45. Dit keer brachten we 's morgens een bezoek aan het Geniemuseum en het middagprogramma was een bezoek aan het Nationaal Monument Kamp Vught. Hoewel het twee totaal verschillende onderwerpen lijken, bestaat er toch een verband, want het terrein waarop het Geniemuseum is gevestigd, maakte deel uit van het Concentratiekamp Vught. In het museum zijn dan ook nog voorwerpen te vinden die verwijzen naar die periode, zoals een maquette van het concentratiekamp Vught en een luchtfoto. Op de toenmalige appelplaats staat nu historisch geniemateriaal opgesteld en de binnenexpositie is gevestigd in de vroegere kampkeuken. Ook is het gebouw van de kampcommandant nog te zien, maar niet toegankelijk.

Eenmans bunker vervaardigd uit gietstal. Deze bunkertjs werden in de jaren dertig geplaatst bij militaire- en overheidsgebouwen. Werd gebruikt voor de bescherming van een schildwacht of beveiligingspersoneel. Gezien de dreiging in de crisisjaren werden ze ook aan particulieren verkocht. Gietstalen koepel. Koepels van dit type werden geplaatst in ondermeer de IJssellinie, Maaslinie, Peel-Raamstelling en Grebbelinie. De koepel wered geplaatst op een betonnen omhulling. Er zijn er ongeveer 700 van gemaakt. In WO II zijn ze vrijwel allemaal omgesmolten ten behoeven van de Duitse oorlogsindustrie. Ontworpen voor pantser afweer geschut. Ondermeer bij de strijd om de Grebbelinie in 1940 bleken deze koepels moeilijk te treffen en ze waren goed te camoufleren.
Eenmans bunker vervaardigd uit gietstal. Deze bunkertjs werden in de jaren dertig geplaatst bij militaire- en overheidsgebouwen. Werd gebruikt voor de bescherming van een schildwacht of beveiligingspersoneel. Gezien de dreiging in de crisisjaren werden ze ook aan particulieren verkocht. Gietstalen koepel. Koepels van dit type werden geplaatst in ondermeer de IJssellinie, Maaslinie, Peel-Raamstelling en Grebbelinie. De koepel wered geplaatst op een betonnen omhulling. Er zijn er ongeveer 700 van gemaakt. In WO II zijn ze vrijwel allemaal omgesmolten ten behoeven van de Duitse oorlogsindustrie. Ontworpen voor pantser afweer geschut. Ondermeer bij de strijd om de Grebbelinie in 1940 bleken deze koepels moeilijk te treffen en ze waren goed te camoufleren.
Het middagprogramma werd gevuld met een rondleiding door het Nationaal Monument Kamp Vught. De Duitsers noemden het in de oorlog Konzentrationslager Herzogenbusch. De Joden die in Vught terecht kwamen werden veelal met de trein gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Velen gingen naar Auschwitz. Op het heringerichte kampterrein bevindt zich een kindergedenkteken, waarop de namen en de leeftijden staan van 1.269 joodse kinderen die in juni 1943 zijn weggevoerd met de zogenoemde kindertransporten. Het is gemaakt door de beeldhouwer Teus van den Berg-Been. Sinds de oprichting van het monument zijn meer namen bekend geworden, waardoor nu 1.296 namen bekend zijn. De openbare herdenking van de kindertransporten was in 2010 op 6 juni. Eigenlijk heet het gedenkteken het 'Monument voor de weggevoerde Joodse kinderen', maar al snel werd het afgekort tot 'kindergedenkteken'. Ook werd een barak nagebouwd waarin zich stapelbedden bevinden met stromatrassen om een goed beeld te geven hoe de gevangenen moesten slapen. Toch is het maar een afspiegeling van de werkelijkheid, waarin meerdere mensen een bed moesten delen, het heel vies en smerig was en van de huidige rust en stilte toen absoluut geen sprake was. Er werd altijd geschreeuwd en straffen uitgedeeld. Mensen die ook maar iets deden dat de Duitsers niet naar de zin was kregen 25 stokslagen terwijl ze voorover gebogen over de bok stonden.
Indrukwekkend was het interview dat Hans Rombouts afnam van voormalig kampgevangene Elisabeth Ottenbros. Zij heeft als Jodin in kamp Vught gezeten, maar overleefde dankzij het feit dat zij werkte bij het Philipscommando. Philips deed alle moeite de Joden die zij in dienst had te behoeden voor transport naar het oosten en had binnen het kamp Vught een afdeling waar radio's en radioapparatuur in elkaar werden gezet. Uiteindelijk werd Elisabeth Ottenbros toch gedeporteerd naar Auschwitz. Wonder boven wonder wist zij als enige van haar familie de verschrikkingen van Auschwitz te overleven. In 1945 moest zij meedoen aan de dodenmars naar concentratiekamp Ravensbrück, waar ze uiteindelijk door de Russen werd bevrijd. Met grote stelligheid verklaarde ze dat zij haar leven aan Philips te danken had. Dit vond ik het indrukwekkendste onderdeel van deze dag.

Indrukwekkend was het interview dat Hans Rombouts afnam van voormalig kampgevangene Elisabeth Ottenbros. Zij heeft als Jodin in kamp Vught gezeten, maar overleefde dankzij het feit dat zij werkte bij het Philipscommando. Philips deed alle moeite de Joden die zij in dienst had te behoeden voor transport naar het oosten en had binnen het kamp Vught een afdeling waar radio's en radioapparatuur in elkaar werden gezet. Uiteindelijk werd Elisabeth Ottenbros toch gedeporteerd naar Auschwitz. Wonder boven wonder wist zij als enige van haar familie de verschrikkingen van Auschwitz te overleven. In 1945 moest zij meedoen aan de dodenmars naar concentratiekamp Ravensbrück, waar ze uiteindelijk door de Russen werd bevrijd. Met grote stelligheid verklaarde ze dat zij haar leven aan Philips te danken had. Dit vond ik het indrukwekkendste onderdeel van deze dag.
Tenslotte brachten we een bezoek aan de fusilladeplaats, verderop buiten het voormalig concentratiekamp gelegen. De fusilladeplaats Vught is de schietbaan van het voormalig concentratiekamp Vught in de Noord-Brabantse gemeente Vught. Het ligt op ongeveer 15 minuten lopen van het kamp. Op de fusilladeplaats staat een gedenkteken met de namen van de 329 mannen die hier zijn doodgeschoten. Vanuit verschillende gevangenissen werden verzetsmensen naar Vught gebracht en hier vermoord. De daders waren Nederlandse SS'ers, die normaal gesproken de wachttorens bewaakten. Op 20 december 1947 wordt op de fusilladeplaats een gedenkteken met namen onthuld door prinses Juliana. Het houten kruis dat achter het gedenkteken staat, is er al eerder neergezet door mensen die in de buurt wonen. In 1995 en 1996 wordt het gedenkteken beklad. De daders worden niet gevonden. De bekladde panelen hebben nu een vaste plek gekregen bij Nationaal Monument kamp Vught. Naar aanleiding van de bekladdingen maakte een onbekende een gedicht vast aan het hek bij de fusilladeplaats. Dat gedicht is later in brons gegoten en hangt bij de ingang van het hek en is ook te lezen bij de originele bekladde platen, die thans in het Nationaal Monument Kamp Vught bewaard worden.