Op zaterdagmiddag 18 juni 2011 zijn we gaan lopen langs de oostelijke rand van de perimeter zoals die in de septemberdagen van 1944 was ontstaan nadat de Britse airborne divisie zich had moeten terugtrekken na de opmars in de richting van de Rijnbrug van Arnhem. De Britten waren in het nauw gebracht en de enige mogelijkheid om te kunnen ontsnappen aan de Duitsers was via de rivier de Rijn bij de Oude Kerk in Oosterbeek. Deze perimeter onstond pas na 19 september 1944, wanneer de doorbraak van de vier bataljons over Onderlangs en Bovenover richting de brug over de Rijn bij Arnhem, die bezet was door de mannen van John Frost, was mislukt. De verschillende bataljons, het 1e, de 3e de 11e en het South Stephens bataljon trokken zich terug richting Oosterbeek en groeven zich in in het Benedendorp. Er zaten daar al eenheden van het Light Regiment Royal Artillery die al vanaf de eerste dag hun kanonnen hadden opgesteld.

 Na 19 september 1944 kwamen de restanten van die bataljons tezamen in de buurt van de Oude Kerk en namen verdedigingsposities in tegen Duitse aanvallen. Er werd vervolgens een "Thomson Force" gecreëerd. Thomson was de Commanding Officer van de Light Regiment Royal Artillery. Behalve het bediendend personeel van de kanonnen beschikte hij alleen nog maar over de glider pilots, dus geen echte gevechtstroepen. Hij nam ook de restanten van de vier bataljons onder zijn beheer. Die namen posities in, in de verschillende huizen en terreinen binnen het verdedigingsgebied, de perimeter. Heden ten dage is er aan de situatie niet zoveel veranderd. Weliswaar zijn de huizen vernieuwd, maar de bebouwing is hetzelfde.

Vanaf de Oude Kerk in Oosterbeek lopen we naar de oostgrens van de perimeter, waarbij de korte afstand opvalt. Het was helemaal geen groot gebied dat werd verdedigd. De afstand van de kerk naar de westelijke grens van de perimeter is wat groter. De kerk staat aan de Benedendorpsweg en we lopen dat korte stukje tot de oostelijke grens van de perimeter. Ook via de Benedendorpsweg onderaan bij de rivier probeerden de Duitsers in de perimeter te infiltreren. De Britten hadden in dit gebied zwaar verdedigde posities met 17 ponder anti-tankkanonnen. Eén van de 17 ponders staat thans bij het Airborne Museum in Oosterbeek. De Britten gaven vuur vanaf de overkant vanaf de uiterwaarden en op de grens van de perimeter stonden 17 ponders. Waar we nu staan is niets meer over van de oorspronkelijke bebouwing, al is de indeling van het gebied niet echt veranderd. Vervolgens gaan we naar de Dam.

De Nederlands Hervormde Kerk in Oosterbeek-Laag

Na de terugtocht uit Arnhem op 19 en 20 september namen de overgebleven manschappen van het 1e 3e en 11e Parachutistenbataljon en het 2e bataljon The SOuth Staffordshire Regiment hier posities in langs de dijk tot aan de vivier. De overlevenden van het 11e Parachutistenbataljon verdedigden een groep huizen ten oosten van de kerk. Ten zuiden, in de weilanden, bevonden zich een groep zweefvliegtuigen van het G Squadron, die tot taak hadden de kanonnen van het 1st Light Regiment Royal Artillery te beschermen. De eenheden kwamen onder bevel van kolonel W.F.K. Thompsom en werden de "Thompson Force" genoemd. Toen echter op 20 september de verwachte Duitse aanval kwam konden, ondanks de heldhaftige verdediging, de Duitse gemotoriseerde kanonnen (Sturmgeschütze) niet tegengehouden worden. Ofschoon sergeant Baskeyfield en de bemanning van de 6 ponders bij de Accacialaan ongelooflijke prestaties leverden, moesten de troepen van Thompson Force zich terugtrekken en namen zij nieuwe posities in, juist voor het stellingengebied van het Light Regiment bij de kerk in Oosterbeek-Laag aan de Benedendorpsweg.

In de morgen van 21 september, tijdens een bezoek van Brigadier J.W. Hackett aan het hoofdkwartier van kolonel Thompson werd Thompson bij een mortieraanval gewond. Het commando over het Light Regiment R.A. en de uit Gliderpilots bestaande bewakingseenheid werd overgedragen aan majoor de Gex, zijn plaatsvervanger. De rest van de troepen kwam onder bevel van majoor R.T.H. Londsdale. Deze greop raakte bekend als "Londsdale Force"(majoor Lonsdale was plaatsvervangend comandant van het 11e Parachutistenbataljon). De groep kreeg ter ondersteuning twee 17 ponder anti-tankkanonnen van P-Troop, 1st Antitank Battery onder bevel van luitenant J. Casey en beschikte over enkele 6 ponder antitank kanonnen die voor het merendeel door Polen werden bemand.

Vanaf de spoordijk en vanuit het noorden kwamen de Britse stellingen in de uiterwaarden onder zwaar Duits vuur te liggen. Op donderdag 21 september werd daarom besloten de resten van het 1e en 3e parachutistenbataljon terug te laten trekken naar de Oude Kerk. Dit gebeurde overdag, wat tot gevolg had dat er veel doden en gewonden vielen. De sterkte van het 3e bataljon bedroeg toen nog 35 man.

In de oude kerk kregen ze de mogelijkheid zich te wassen en hun wapens schoon te maken. Majoor "Dickie" Lonsdale hield toen zijn beroemde peptalk om de mannen te motiveren hun stukje van de perimeter te verdedigen met alles wat ze hadden en dit vast te houden tot de komst van het 30e Corps. Voor de film "Theirs is the Glory is deze peptalk opgeschreven op een deur van de kerk. Later is deze deur naar het voormalig Airborne Museum in kasteel Doorwerth gegaan. Momenteel staat hij tentoongesteld in het Airborne Museum in Oosterbeek.

De deur met de peptalk van Lonsdale zoals hij in 1945 in het Oude Kerk werd aangetroffen.

De zwaar beschadigde Oude Kerk van Oosterbeek. De restanten van de overgebleven vier bataljons trokken zich op deze kerk terug waar kolonel Londsdale het commando overnam. Hier komt de benaming "Londsdale Force" vandaan.

De zwaar beschadigde Oude Kerk van Oosterbeek. De restanten van de overgebleven vier bataljons trokken zich op deze kerk terug waar kolonel Londsdale het commando overnam. Hier komt de benaming "Londsdale Force" vandaan.

Kolonel Londsdale spreekt de mannen van de zojuist gevormde "Lonsdale Force" bemoedigend toe in de Oude Kerk van Oosterbeek (fragmenten uit de film "Theirs is the Glory".

Kolonel Londsdale spreekt de mannen van de zojuist gevormde "Lonsdale Force" bemoedigend toe in de Oude Kerk van Oosterbeek (fragmenten uit de film "Theirs is the Glory".

Kolonel Londsdale spreekt de mannen van de zojuist gevormde "Lonsdale Force" bemoedigend toe in de Oude Kerk van Oosterbeek (fragmenten uit de film "Theirs is the Glory".

De parachutisten van het 1e en 3e bataljon kregen vervolgens opdracht om onder bevel van majoor Alan Busi de huizen ten oosten van de Oude Kerk te verdedigen. De overlevenden van het 2e bataljon The South Staffordshire Regiment verdedigden onder bevel van majoor R.H. Cain het stuk grond ten noordoosten van de kerk bij wasserij Van Hofwegen.

Verder terugtrekken was onmogelijk want pal achter de infanterielinie bevonden zich de stellingen van F en B troop van het Light Regiment. Op zaterdag 23 september kregen de Britten wederom een zware Duitse aanval te verduren, de vijand had als opdracht de Britten van de rivier af te snijden. De aanval ging gepaard met artillerie- en mortiervuur en tanks. Ook deze keer had de Duitse aanval geen succes. Tot en met het einde van de slag bleef de omgeving van de Oude Kerk in handen van de Britten. Hierdoor was het mogelijk om in de nacht van 25 op 26 september terug te trekken over de Rijn.

Behalve de tweeëntwintig 75 mm Pack Houwitsers beschikten de Britten aan de oostkan van de Oude Kerk over over een tweetal 17 ponder anti-tankkanonnen.

Uitgeschakelde 17 ponder anti-tank kanon bij de Oude Kerk.

Bij de Oude Kerk heeft een 17 ponder anti-tank kanon gestaan. Dit kanon was op zondag 17 september met een Hamilcar zweefvliegtuig geland bij Wolfheze op landing zone X en via de route langs de Rijn tot het het Rijnhotel in Arnhem gekomen. Daar werd het Duitse luchtdoelgeschut op de zuidelijke Rijnoever beschoten. Op maandag werd het stuk naar Oosterbeek verplaatst en ging het in stelling bij het kruispunt Benedendorpseweg-veerweg. Daarna ging het in stelling bij de gasfabriek om uiteindelijk ten zuiden van de Oude Kerk terecht te komen. Vanaf hier werden Duitse tanks en stellingen beschoten bij de spoordijk. Hierna is het kanon nog een keer verplaatst, naar de noordzijde van de Oude Kerk. Tijdens een Duitse Mortieraanval werd het kanon op donderdag 21 september getroffen. Een deel van de bemanning raakte gewond. Ook de vrachtwagen, een Morris 15 CW, met reserve munitie werd geraakt. Luitenant J. Casey (T Troop) gaf opdracht om het kanon te verlaten. Later kwam het stuk weer in actie. Tijdens een beschieting van een Duits pantservoertuig in de bocht van de Benedendorpsweg werd het kanon opnieuw geraakt. Deze keer was het niet meer mogelijk om het te gebruiken. Het terugloopmechanisme was kapot. Hierdoor kon men niet meer schieten. Dit kanon staat nu bij het Airborne Museum.

17 ponder anti-tank geschut bij het Airborne Museum in Oosterbeek.

17 ponder anti-tank geschut bij het Airborne Museum in Oosterbeek.

Het 17 ponder anti-tankkanon werd na de oorlog aan de noordzijde van de kerk aangetroffen

Het 17 ponder anti-tankkanon werd na de oorlog aan de noordzijde van de kerk aangetroffen.

De tweede 17 ponder stond bij de IJsfabriek aan de Benedendorpseweg. Dit stuk werd bekend als "Pathfinder". Het landde op 17 september bij Wolfheze en werd op maandag naar Oosterbeek verplaatst ter bescherming van de 75 mm houwitsers bij de Oude Kerk. Toen het stuk uitgeschakeld was, vuurden de nog intact zijnde houwitsers op de vlak voor hun neus opduikende Duitse tanks.

De Duitsers wierpen massaal Sturmgeschütze in de strijd om de Britten te stoppen

De Duitsers wierpen massaal Sturmgeschütze in de strijd om de Britten te stoppen.

Benedendorpsweg - Ploegseweg

De situatie aan de oostkant van de perimeter was nu als volgt:

Ruwweg van de geïmproviseerde opstelling zoals op het onderstaande kaartje aangegeven; de commandovoering was gebrekkig. De groep soldaten die dekking had gevonden achter de zomerdijk in het weiland werd aangevoerd door luitenant Williams en ondersteund door kapitein Watkins en de groep bestaande uit mandschappen van 1e, 3e en 11e Parachutistenbataljon die zich genesteld had in het vak, begrensd door de Benedendorpsweg-Ploegseweg stond onder bevel van majoor Allan Bush, plaatsvervangend commandant van het 3e Parachutistenbataljon met steun van kapitein Caird, de Forward Observation Officer van het 1e Parachutistenbataljon.

De strook ten noorden van de wasserij van Hofwegen werd verdedigd door de South Staffords, die zich hier onder leiding van majoor Cain, commandant van de B-Company, hadden gehergroepeerd. Majoor Cain, zowel als de commandant van de 1st Battery Light Artillery, majoor Norman Walker, voerden hun manschappen aan vanuit de gebouwen van de wasserij. Ten noorden hiervan bevond zich een greop zweefvliegtuigpiloten onder aanvoering van luitenant McDauncey.

De weinige zware wapens werden op strategisch gekozen plekken in stelling gebracht. Een 17 ponder A.T. kanon "The Pathfinder" bestreek de Benedendorpsweg richting Arnhem en een Pools 6 ponder A.T. kanon was dusdanig opgesteld, dat het de Ploegseweg onder vuur kon nemen. Het enige 3" mortier waarover het 1e Parachutistenbataljon nog beschikte kreeg wel een zeer bijzondere plaats. Een plaats waarvan de vijand tot op het laatste moment niet kon vaststellen waar het zich bevond.

De verdedigingslinie langs de zomerdijk

De verdedigingslinie langs de zomerdijk.

 

Aan Britse zijde zijn op deze velden, die doorsneden werden door de Ploegseweg die aan de zuidzijde overging in een smal pad, het Ploegsepad, zeer veel slachtoffers gevallen. Na de oorlog werden in het gebied maar liefst 35 lichamen geborgen van artilleristen, South Staffords, Londsdale mensen, Polen en Glider Pilots. Tijdens de gevechten werden vele gewonden door hun kameraden en buurtbewoners naar de First Aid Post bij de kerk gedragen. Vele van degenen, die hun laatste rustplaats kregen in de tuin van de familie ter Horst naast de Oude Kerk, waren afkomstig van dit met bloed doordrenkte stukje grond tussen wasserij van Van Hofwegen en de Benedendorpsweg.

Hier bevond zich het massagraf in de tuin van familie Ter Horst

Hier bevond zich het massagraf in de tuin van familie ter Horst.

Bovenstaande foto werd genomen in 1945 van de vele graven op het terrein tussen de wasserij en de Benedendorpsweg. De schoorsteen van de wasserij Van Hofwegen is vaag op de achtergrond zichtbaar. Door een antenne aan deze schoorsteen te bevestigen gelukte het sergeant Norman Patten het eerste contact te leggen met de 64ste Afdeling Medium Artillery in de buurt van Berg en Dal bij Nijmegen.

Opmerkelijk is dat, ondanks fanatieke Duitse aanvallen en de hevige mortierbeschietingen en beschietingen door een Nebelwerfer vanachter de spoordijk, deze broze verdedigingslijn gehandhaafd bleef.

 

De schuttersputten langs het Ploegsepad en de Slenk in het Kerkeland zijn duidelijk te herkennen. Ook de Duitse tank op de Ploegseweg is terug te vinden en de verbitterde gevechten worden geïllustreerd door het feit dat nagenoeg alle huizen in dit deel van Oosterbeek een prooi der vlammen werden. De loopgraven zijn van na de slag.

 

Een buiten gevecht gestelde Sturmgeschütz op de Ploegseweg.

Een buiten gevecht gestelde Sturmgeschütz op de Ploegseweg.

 

Verwoeste huizen aan de Ploegseweg.

Verwoeste huizen aan de Ploegseweg.

De wasserij van Van Hofwegen

Eén van de plaatsen waar ongelooflijk fel gevochten is, is het terrein tussen de Fangmanweg en de Weverstraat. Tussen deze straten ligt het Zweiersdal en beide vormen de directe toegangsweg naar het Benedendorp. Vooral het stukje langs de Beneden Fangmanweg en het punt waar deze in 1944 op de Beneden Weverstraat uitmondde, was het hart van de oostelijke perimeterverdediging.

De Duitse aanvallen, gesteund door pantservoertuigen, kwamen vooral van de Fangmanweg naar beneden met het doel de Britse artillerie uit te schakelen en de perimeter langs de Benedendorpsweg van de rivier af te snijden. Het noordelijk deel van deze sector werd verdedigd door zweefvliegtuigpiloten onder bevel van luitenant Mike Dauncey (G Squadron), het zuidelijk deel werd verdedigd door South Staffords onder bevel van majoor Robert Cain (OC B-Coy), terwijl in het centrum een kleine groepje van het 11e Parachutistenbataljon onder bevel van Regimental Quartermaster Sergeant David Morris actief was. Hoewel slechts aan majoor Cain het Victoria Cross werd toegekend, doen de verrichtingen van luitenant Dauncey, die een DSO ontving, niets voor elkaar onder. Onder beider leiding werden in de periode tussen 20 en 25 september enige Duitse tanks in deze nauwe straatjes uitgeschakeld. In de zuidoostelijke hoek van het terrein bevond zich de wasserij van Van Hofwegen. Hier was het hoofdkwartier van majoor Cain en vanuit de schoorsteenpijp werd door Sergeant Norman Patton van de Royal Artillery het eerste contact gelegd met de artillerie van het 64e Medium Regiment van het Tweede Leger nabij Berg en Dal bij Nijmegen.

 

 

 

 

In de zuidoostelijke hoek van het terrein bevond zich de wasserij van Van Hofwegen. Hier bevond zich ook het hoofdkwartier van Majoor Cain.

In de zuidoostelijke hoek van het terrein bevond zich de wasserij van Van Hofwegen. Hier bevond zich ook het hoofdkwartier van Majoor Cain.

De Dam

Vanaf de Dam hebben we een prachtig uitzicht over het Zweiersdal, dat loopt vanaf de Utrechtse weg naar de Oude Kerk.

Kolonel Londsdale spreekt de mannen van de zojuist gevormde "Lonsdale Force" bemoedigend toe in de Oude Kerk van Oosterbeek (fragmenten uit de film "Theirs is the Glory".

Uitzicht op het Zweiersdal vanaf de Dam.

Het oostelijk en westelijk deel van het dorp waren nauwelijks verbonden met elkaar. Een smalle verbinding werd gevormd door een paadje, de zogenaamde "Rotteval". Om een goede verbinding te krijgen werd in de '30 een verbindingsweg aangelegd, de Dam. Het Zweiersdal vormde echter geen frontlinie, maar was al spoedig Duits. De frontlijn van de perimeter was niet een aaneengesloten verdedigingslijn, maar er waren open stukken met daartussen geïsoleerde posities. Onder de Dam loopt een buis waarin veel burgers tijdens de strijd een schuilplaats vonden. Toen de slag zich in het voordeel van de Duitsers begon te ontwikkelen stuurden ze snel fotografen, waaronder zelfs marinefotografen. De Duitse foto's laten vaak wat meer actie zien dan die van de Britten.

Na de gevechten werden de soldaten J. Carr en H. Cook met sergeant D. Morris, 11e Parachutistenbataljon, als krijgsgevangen door de Duitsers over de Dam afgevoerd.

Duitse eenheden rukten vanaf de Dam op naar de Weverstraat.

Na de gevechten werden de soldaten J. Carr en H. Cook met sergeant D. Morris, 11e Parachutistenbataljon, als krijgsgevangen door de Duitsers over de Dam afgevoerd.

Na de gevechten werden de soldaten J. Carr en H. Cook met sergeant D. Morris, 11e Parachutistenbataljon, als krijgsgevangen door de Duitsers over de Dam afgevoerd.

De Dam

De Dam

 

Op zondag 17 september 1944 landde de 1st Airlandingsbrigade met daaraan toegevoegd de geneeskundige eenheid, de 181st Airlanding Field Ambulance, een verbandplaats compagnie. In eerste instantie hebben die zich gevestigd in Wolfheze. De gewonden van de eerste dag werden dus behandeld in Wolfheze. Het was de bedoeling dat die Field Ambulances door zouden gaan richting Arnhem. Immers, Arnhem met de brug was het doel. De hospitalen in Arnhem zouden vervolgens worden gebruikt om de gewonden te behandelen. Op maandag aan het eind van de dag was het hoofdkwartier in Hartenstein aangekomen. Er werd een tijdelijk onderkomen voor de gewonden gezocht in afwachting van een verdere opmars naar Arnhem. Hiervoor werd Schoonoord uitgekozen. De verbandplaats compagnie die zich daar vestigde beschikte over twee chiruchische teams met alle mogelijkheden om operaties uit te voeren.

Thans café-restaurant Schoonoord aan de Utrechtse weg. Altijd een ontmoetingsplaats geweest voor Arnhem veteranen. Destijds een hotel, die toen groter was. De Britten gebruikten Schoonoord als verbandpost.

Thans café-restaurant Schoonoord aan de Utrechtse weg. Altijd een ontmoetingsplaats geweest voor Arnhem veteranen. Destijds een hotel, die toen groter was. De Britten gebruikten Schoonoord als verbandpost.

 

Gedenkteken 21st Independend PIR hoek Utrechtseweg - Stationsweg Oosterbeek voor de MDS

Gedenkteken 21st Independend PIR hoek Utrechtseweg - Stationsweg Oosterbeek voor de MDS

Oud inwoner van Oosterbeek, Johan Sardini, wijst op de MDS kruising Utrechtseweg-Stationsweg

Oud inwoner van Oosterbeek, Johan Sardini, wijst op de MDS kruising Utrechtseweg-Stationsweg.

Ook de Tafelberg, voormalig hoofdkwartier van de Duitse generaal Walther Model, werd in gebruik genomen als verbandpost. Thans is de Tafelberg een appartementencomplex.

Ook de Tafelberg, voormalig hoofdkwartier van de Duitse generaal Walther Model, werd in gebruik genomen als verbandpost. Thans is de Tafelberg een appartementencomplex.

Die maandagavond arriveerden de eerste gewonden vanuit Wolfheze in Schoonoord en op dinsdagmorgen is dat transport voortgezet. Inmiddels was de toevloed van gewonden zo groot geworden dat men zocht naar uitbreidingsmogelijkheden voor Schoonoord. In eerste instantie werd gekozen voor Vreewijk, niet ver van Schoonoord. Daar werd een deel van de verbandplaatscompagnie ondergebracht die op zou trekken naar Arnhem. Maar ook Vreewijk bood nog niet voldoende mogelijkheden om iedereen op te vangen. Daarom is ook de Paasbergschool in gebruik genomen.

 

 

Hotel Vreewijk, schuin tegenover hotel Schoonoord, dat ook als verbandpost diende totdat die ook te vol raakte en vervolgens moest worden uitgeweken naar de Paasbergschool.

De Paasbergschool

De Paasbergschool stond in 1944 vlak aan de weg.

 

De Paasbergschool toen onze groep van de battlefield tour er stond op 18 juni 2011. De school staat er nog steeds maar is nu verder naar achteren gebouwd met vooraan een schoolplein.

De Paasbergschool toen onze groep van de battlefield tour er stond op 18 juni 2011. De school staat er nog steeds maar is nu verder naar achteren gebouwd met vooraan een schoolplein.

Naarmate het front dichterbij kwam raakte ook de Paasbergschool vol met gewonden. Ook gingen gewonden naar het St Elisabeth Gasthuis, dat al wel in Duitse handen was. Generaal Urquhart wilde de perimeter consolideren in afwachting van de komst van het 30ste legerkorps en besloot de noordkant van de perimeter in te korten. Eén van de eenheden die daartoe verplaatst werd was de 21ste Independent Parachute Company. Dat waren de Pathfinders die op zondag als eerste gesprongen waren om de landingsterreinen en de droppingzones te markeren voor de hoofdmacht. Die hebben ook nog de zones voor de maandag en dinsdag gemarkeerd en zijn toen terechtgekomen in de noord-westhoek van de perimeter. Die compagnie bestond uit drie pelotons van zo'n 60 man. Een peloton kwam terecht op de Stationsweg. De andere twee pelotons kwamen terecht op de Paasberg. Een peloton in de school en een peloton in de nabij gelegen huizen aan de Petersbergseweg en de Paasbergweg. In de loop van vrijdag besloot Hacket, die het commando had over het oostelijk deel van de sector, dat het 10e bataljon door het 21ste bataljon moest worden afgelost. Systematisch werden huizen aan de Utrechtse weg in puin geschoten.

De mannen van het 21ste bataljon trokken zich terug op de Paasberg, waar ze deelnamen aan de gevechten. Zaterdag was een relatief rustige dag. Wel moesten er patrouilles gelopen worden, want de Duitsers waren voordurend bezig te infiltreren en sluipschutters waren actief.

De Britten hadden ook een sluipschutter met zicht op de Tafelberg, Tony Crane. Hij zat aan Pietersberg no 34. Op het behang in het huis waar hij zat markeerde hij ieder slachtoffer die hij maakte. Dat stuk behang is thans aanwezig in het airborne museum. Op zondagmiddag kwam de bataljonsarts van het 11e bataljon, dokter Mason, in Schoonoord aan nadat hij in Arnhem was geweest. Hij ging naar de Paasbergschool toe en wilde spreken met Wilson, de commandant van het 21ste bataljon. Hij zei te komen namens de commandant van Schoonoord, dat al sinds zaterdag in Duitse handen was. Het dreigement was dat het huis naast Schoonoord in elkaar geschoten zou worden. Wilson eiste op zijn beurt dat Schoonoord ontruimd zou worden. Op dat moment werd Sergeant Joe Smith, die in de Paasbergschool zat, wakker uit zijn slaap en zag twee Duitse Mark IV tanks staan. Hij greep onmiddellijk een Brengun, riep tegen Dixon van het 21ste bataljon: "Neem een Piat mee." Smith dwong de tanks in dekking te gaan en Dixon schakelde één van de tanks uit zijn Piat.

 

Op maandag krijgt Wilson van Urquhart te horen dat ze die avond zullen vertrekken. Dat wordt door de mannen niet in dank afgenomen. Ze willen zich blijven verdedigen, maar ze zijn 's avonds toch gegaan. Toen het 21ste bataljon op weg ging naar de rivier stuitten ze op een Duits machinegeweernest waarbij luitenant Jorsly (inlichtingen officier) zwaar gewond raakte. Hij werd naar de Tafelberg gebracht waar hij overleed.

Utrechtseweg - Annastraat

Op woensdagmiddag 20 september 1944 bereikte het restant van het 10e bataljon Oosterbeek. Het bestond toen nog uit ongeveer 70 man, waaronder 8 officieren. In Hartenstein kreeg de bataljonscommandant luitenant-kolonel Ken Smyth van generaal-majoor Roy Urquhart opdracht een verdedigingspositie aan de Utrechtseweg in te nemen zodat de als hospitaal ingerichte hotels Schoonoord en Vreewijk beschermd konden worden tegen verdere aanvallen over de Utrechtseweg vanuit de richting van Arnhem.

Verwoeste huizen aan de Utrechtseweg (nummers 188 en 186) die bezet waren door sergeant 'Paddy' Cockings' sectie. De huizen werden op 23 september 1944 verlaten toen ze onder vuur genomen werden door Duitse tanks. (Foto uit het boek Leading the Way to Arnhem)

Hoek Utrechtseweg - Annastraat in 1945

Eerder die dag waren de hospitalen bezet door de Duitsers. Besloten werd om hiertoe een positie in de omgeving van de Annastraat in te nemen. Om circa 15.00 uur spoltste de eenheid zich in een gedeelte dat te voet ging en een gedeelte in een konvooi van carriers en jeeps. Bij de verplaatsing van Hartenstein naar de positie leed het bataljon enige verliezen. De omgeving Utrechtseweg-Annastraat bleek op dat moment in handen van onder meer pioniers van de 9e SS Hohenstaufen Divisie, ondersteund door de Sturmgeschütz III (StuG). Vlak voordat het 10e bataljon daar arriveerde was een StuG getroffen door een 6 ponder anti-tankkanon dat in positie stond op het kruispunt Utrechtseweg-Stationsweg. De bemanning van de StuG raakte in paniek en reed achteruit het Lukassenpad in waar zij het voertuig verlieten. De parachutisten namen het licht beschadigde voertuig over. Luitenant 'Pat' Glover (HQ Coy) slaagde er zelfs in om het voertuig in beweging te krijgen maar helaas kon het niet in actie worden gebracht tegen de vijand, want ze hadden het sluitstuk van het kanon verwijderd.

 De zuidzijde van de Utrechtseweg nabij de Annastraat nu.

De zuidzijde van de Utrechtseweg nabij de Annastraat nu.

Een groep die werd geleid door kapitein Peter Clegg begon de gebouwen en tuinen te bezetten aan de zuidzijde van de Utrechtseweg. In het derde pand dat hij bezette kreeg Clegg een schot door zijn kaak toen hij zich in één van de slaapkamers bevond.

Hoek Utrechtseweg-Lucassenpad

Hoek Utrechtseweg-Lukassenpad

Uiteindelijk werden vier gebouwen bezet: het café Burgerlust op de hoek van de Utrechtseweg-Lukassenpad, de villa Utrechtseweg 186-188, de woning Annastraat 2 en tenslotte aan de overzijde van de Utrechtseweg de woning van de familie Berghege (ongeveer huidige locatie ABN- AMRO bank).

Annastraat 2

De positie werd vervolgens in staat van verdediging gebracht, waarbij onder meer over de hele breedte van de weg mijnen werden gelegd. Gedurende de nacht waren er meerdere vuurcontacten met de Duitsers. Onder meer trachtten zij nabij de panden te komen om handgranaten door de ramen te gooien. In de ochtend van donderdag 21 september, vanaf 08.00 uur zetten de Duitsers de aanval in.

Restaurant Burgerlust voor de oorlog. De sectie van sergeant Bill Price bezette deze als onderdeel van de sector van het 3e peloton.

Restaurant Burgerlust voor de oorlog. De sectie van sergeant Bill Price bezette deze als onderdeel van de sector van het 3e peloton.

Vooral restaurant Burgerlust werd zwaar beschoten door een StuG waarbij StuGde vloer van de eerste verdieping instortte. De groep parachutisten onder leiding van luitenant Glover verliet daarop dit pand. Luitenant Peter Saunders (D-Coy) sneuvelde door een schot van een sluipschutter. Later die dag werd het pand Annastraat 2 zwaar beschoten door een StuG. Luitenant-kolonel Smyth en majoor P.E. Wair (OC-B.Coy) raakten gewond en werden naar de kelder gebracht. Hier werden door Duitsers handgranaten naar binnen geworpen waarbij de aanwezige burgers en militairen gewond raakten. SOldaat Willingham werd hierbij gedood. Luitenant-kolonel Smyth stierf circa een maand later aan zijn verwondingen. Op een gegeven moment werd ook de woning van de familie Berghege verlaten. De positie in het pand Utrechtseweg 186-188 was daarmee de laatste van de vier oorspronkelijke bezette panden. Toen waren alle officieren van het 10e bataljon gewond of gesneuveld en was de enige resterende officier, luitenant Ken White van de Royal Artillery. Brigadier Hackett gaf toen opdracht aan het 21ste Independent Parachute Company om het 10e bataljon af te lossen. De restanten van het bataljon trokken zich terug naar de omgeving van het hoofdkwartier van Hackett nabij Hartenstein. In de loop van donderdag op vrijdag nam een deel van de 21ste Independent Parachute Company de positie over, maar deze werd op vrijdag reeds opgegeven. (artikel overgenomen van Martin Peters)

Stationsweg

Familie Kremer woonde aan de Stationsweg nummer 8. Tijdens de slag verbleven hier 15 burgers. De kelder was zo vol dat het amper mogelijk was te gaan liggen. Voor de komst van de Independent Company verschafte de familie Kremer onderdag aan de Glider Pilots van D Squadron. Op deze foto staande (van links naar rechts) mw E.M. Hardeman, sergeant David Shipp, Sander Kremer, mw A.L.A. Kremer-Kingma, sergeant Norman Williams met Max Hardeman op zijn arm, Mr. A. van Schelven. Geknield: Job Hardeman, Jan Dupré, Ans Kremer en Christien van Grondelle. (foto mw A.L.A. Kremer-Kingma). Foto uit het boek Leading the Way to Arnhem.

Familie Kremer woonde aan de Stationsweg nummer 8. Tijdens de slag verbleven hier 15 burgers. De kelder was zo vol dat het amper mogelijk was te gaan liggen. Voor de komst van de Independent Company verschafte de familie Kremer onderdag aan de Glider Pilots van D Squadron. Op deze foto staande (van links naar rechts) mw E.M. Hardeman, sergeant David Shipp, Sander Kremer, mw A.L.A. Kremer-Kingma, sergeant Norman Williams met Max Hardeman op zijn arm, Mr. A. van Schelven. Geknield: Job Hardeman, Jan Dupré, Ans Kremer en Christien van Grondelle. (foto mw A.L.A. Kremer-Kingma). (Foto uit het boek Leading the Way to Arnhem)

Stationsweg 6 en 8

Stationsweg 6 en 8

In het begin van de slag werden enkele huizen langs de Stationsweg bezet door een kleine groep zweefvliegtuigpiloten. Nadat de 3e Parachutistenbrigade zich had teruggetrokken naar de zuidzijde van de spoorlijn Ede-Arnhem werden alle huizen aan de westzijde van de Stationsweg bezet. Dit was een samenvoeging van diverse eenheden: de 21st Indipendent Parachute Company, het 10e Parachutistenbataljon, het 156e Parachutistenbataljon een eenheden van het Reconnaissance Squadron. Deze twee laatste groepen trokken zich in de nacht van 21 op 22 september 1944 terug naar de omgeving van de Paul Krugerstraat.

Zicht op het pand dat diende als MDS waarvoor het gedenkteken 21st Independend PIR staat gezien vanaf de Stationsweg.

 Zicht op het pand dat diende als MDS waarvoor het gedenkteken 21st Independend PIR staat gezien vanaf de Stationsweg.

Op zondagmorgen 24 september rond 11 uur namen Poolse parachutisten de stelling aan de Stationsweg over van de 21st Independent Parachute Company, die de Stationsweg sinds vrijdagnacht bezet had. De Polen behoorden tot het 3e bataljon van de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade die op donderdag 21 september bij Driel geland was. In de nacht van zaterdag op zondag waren delen van dit bataljon uiteindelijk de Rijn overgestoken.

SpindlerDe Polen bezetten de huizen vanaf de Utrechtseweg SS'ertot aan de Paul Krugerstraat. In de huizen na het inmiddels verwoeste huis no 14 waren ook nog zweefvliegtuigpiloten aanwezig. De overzijde van de straat bestond grotendeels uit het beboste landgoed "Dennenkamp". Daar wemelde het van SS'ers. De Duitse druk van Kampfgruppe Spindler was op dit punt van de perimeter zeer sterk. Deze Kampfgruppe rukte op via de bossen van "Dennenkamp". Bij het oversteken van de Stationsweg bevonden zij zich meteen tussen de huizen van de Britten en later de Polen. Hierdoor was het niet mogelijk om dit noordelijk stuk van de Stationsweg in handen te houden. Op het kruispunt met de Utrechtseweg waren de beide hotels Vreewijk en Schoonoord in gebruik als hospitalen. Zowel Britse als Duitse gewonden werden hier verzorgd. De beide gebouwen waren echter door de Duitsers bezet. De Polen zaten dus bijna bij de Duitsers op schoot.

Op zondagmiddag werd met de Duitsers een kort "staakt het vuren" afgesproken, bedoeld om de Britse gewonden aan de Duitsers te kunnen overdragen omdat de divisie ze niet meer kon verzorgen. De Polen bleken zich daar maar moeilijk aan te kunnen houden. Daarop stelden de Duitsers een ultimatum waarbij de Polen de Villa Quatre Bras moesten ontruimen omdat vandaar op de hospitalen geschoten zou zijn. Dit werd geweigerd. Vervolgens lieten de Duitsers een tank aanrukken die zich later weer terugtrok. Toen echter de de volgende ochtend de Polen een gesneuvelde zweefvliegtuigpiloot begroeven staakten de Duitsers de beschietingen totdat het droeve karwei gedaan was. De hele maandag werden de Polen aangevallen waarbij de Duitsers ondersteund werden door een Sturmgeschütz die de huizen beschoot.

Tegen de avond van 25 september kwam het bevel zich gereed te maken voor de terugtocht over de Rijn. De 1e Airborne divisie gaf de perimeter ten noorden van de rivier op. Wanneer de Polen zich verzamelden bij de villa Quatre Bras kregen ze nog een felle Duitse aanval te verduren. Deze werd afgeslagen.

Door de stromende regen begaven de manschappen zich om 22.00 uur naar de Rijn. De gewonden moesten achtergelaten worden. In totaal zijn met uitzondering van de gewonden tussen de 120 en 160 Polen in Duitse gevangenschap geraakt.

Van de Polen bij de Stationsweg zijn geen foto's beschikbaar. Wel heeft mevrouw Kremer die in het huis Stationsweg 5 woonde een aantal foto's genomen van zweefvliegtuigpiloten bij hun huis. Op deze foto trokken zweefvliegtuigpiloten door het hek van Stationsweg no 5 over de weg naar het gebied van "Dennenkamp" om daar aanwezige Duitsers aan te vallen.