Zaterdag 14 april 2012 was er een excursie in het gebied waar zich tijdens de Tweede Wereldoorlog Fliegerhorst Deelen bevond. Vrijwel direct na de capitulatie in 1940 begonnen de Duitsers met de aanleg van Fliegerhorst Deelen, evenals andere vliegvelden zoals bij Venlo.

De startbanen liepen in de vorm van een A. Er werden hangaars en verblijven gebouwd, maar het meest imponerend was toch wel de enorme communicatiebunker, die de codenaam Diogenes kreeg.

Rondom het vliegveld werden een aantal zware FLAK-batterijen geplaatst ter beveiliging. Er werd een spoorlijn aangelegd voor bevoorrading met brandstof en munitie. De aftakking was bij Wolfheze. Dit wordt het zogenaamde bommenlijntje genoemd. De wagons werden geduwd door een locomotief die constant onder stoom stond in een loods. Deze loods is thans in gebruik als schuur en die hebben we nog bekeken. Er lagen ook nog voorwerpen die de boer in de loop der jaren heeft gevonden en die dateren uit de oorlog. Aan de zuidkant van het vliegveld waren een aantal opstelsporen en perrons voor het laden en lossen. Van hier duwde een stoomlocomotief of locomotor de wagons het veld op richting Noord-West hoek waar het munitie- en brandstofdepot was. Hoewel het vliegveld al in 1941 operationeel was, ging de bouw van allerlei gebouwen en voorzieningen door tot 1944. De ontwerpers van deze complexen behoorden tot de Stuttgarter Schule die streefde naar ontwikkeling op basis van een eigentijdse interpretatie van de traditionalistische architectuur. De gebouwen, met muren van ongeveer 50 cm dik, zijn veelal gebouwd in de zg. ‘Heimat Schutz Architektur’ of ‘Heimatstil’, een boerderij-achtige bouwstijl, verwant aan de Delftse School. Deze stijl, die zich ontwikkelde aan het begin van de 20e eeuw, kenmerkt zich door aanpassing aan de plaatselijk reeds bestaande architectuur zodat de nieuwe gebouwen daarop naadloos aansloten.
Door gebruik te maken van roodbruine bakstenen, rode dakpannen, schild-, zadel- en wolfsdaken passen de gebouwen uitstekend in de landelijke omgeving. De camouflage van de onopvallend tussen de bomen gesitueerde werkplaatsen en hangars werd bovendien nog geaccentueerd door de op muren geschilderde ramen, luiken en deuren. Fliegerhorst Deelen was gedurende de oorlog de thuisbasis van wisselende eenheden van de Luftwaffe, zowel van dagjagers (Jagd Geschwader afgekort JG) , bommenwerpers (Zerstorer Geschwader, of ZG) als nachtjagers (NJG).
Ook de IIe Gruppe (ongeveer 36 vliegtuigen) van het nieuw opgerichte 1e Nacht Jagd Geschwader had z’n thuisbasis op Deelen.
Vanwege de centrale liggen in Nederland was ook de de staf van het 1e Nacht Jagd Geschwader op Deelen ondergebracht. Van 1941 tot 1943 was Major Wolfgang Falck de commandant, later zou hij het commando over NJG 1 overdragen aan Hauptmann Werner Streib, afkomstig van de I.Gruppe NJG1 die op Fliegerhorst Venlo gestationeerd was. Voorafgaand om de Slag om Arnhem werd vliegveld Deelen tweemaal zwaar gebombardeerd. Op 15 augustus vernielden 94 Lancaster bommenwerpers van de 5th Bomber Group van de RAF de startbanen, waarna één van startbanen door duizenden Arnhemse dwangarbeiders weer moest worden hersteld. De gaten werden met van alles en nog wat gedicht, van onontplofte bommen tot puin en afval. Het vliegveld was na een dag of drie weer (gedeeltelijk) operationeel. Op 3 september kwam een tweede grote aanval van de RAF, kort daarna verliet de Luftwaffe het vliegveld Deelen. Het vliegveld bleef echter tot maart 1945 in gebruik als hulpvliegveld en depot voor V1’s die per trein werden aangevoerd.
Nadat ze op Deelen vliegklaar waren gemaakt, werden deze kruisrakketten avant la lettre op speciale aanhangwagens naar de afschietgebied in de driehoek Zutphen-Enschede-Deventer gebracht. Hoewel het vliegveld beschadigd was door de bombardementen en de vernielingen van de terugtrekkende Duitsers, werd Deelen al snel weer als vliegbasis in gebruikgenomen. Er is zelfs even over gesproken dat het, vanwege de centrale ligging en de stevige ondergrond, het de nationale luchthaven moest worden…. Mede door de protesten van o.a. Nationaal Park de Hoge Veluwe, dat z’n grondgebied opeiste, verdween dat plan snel in de prullenbak en werd het Schiphol bij Amsterdam. De Hoge Veluwe kreeg z’n grondgebied deels terug, en als compromis werd overeengekomen dat op Deelen in principe met lichte vliegtuigen zou worden gevlogen. Alleen in de jaren ‘57-’63 waren op Deelen RF-84F Thunderflash straaljagers gestationeerd van het 306 Tactisch Fotoverkennings Squadron. Daarna werd het vliegveld thuisbasis voor 298, 299 en 300 Verkennings- en Helicopter Squadrons (waaronder het wereldvermaarde Grasshoppers demonstratieteam) tot de vliegbasis in 1996 werd gesloten.
Militair Luchtvaart Terrein (MLT) Deelen is momenteel oefenterrein voor de 11e Luchtmobiele Brigade. De grote Chinook en Cougar transport-helicopters van de Kon.Luchtmacht zijn dan ook regelmatig boven het voormalige vliegveld te zien.

 

Na de oorlog diende vliegveld Deelen als militaire dump. Na de oorlog liet het eerste Canadese leger meer dan 37.000 (!) voertuigen achter op vliegveld Deelen.
Motoren, jeeps, scoutcars, tanks, vrachtwagens, artilleriestukken maar ook draaibanken en ander materieel werd verspreid opgesteld op en rondom het vliegveld Deelen. Op foto’s in het museum vliegveld Deelen is de enorme omvang goed te zien. Rijen en rijen voertuigen, voor zover het oog kon zien.
De nederlandse staat kocht al dit materieel na enkele maanden onderhandelen op. Alle voertuigen werden zoveel mogelijk gerestaureerd en de onbruikbare onderdelen en staal (lees: tanks en geschut) werden op veilingen verkocht.
 

De bunker

De excursie ving aan met de bezichtiging van een enorme bunker, gelegen aan de Koningsweg. Dit was het commandocentrum, om de nachtjacht te kunnen coördineren. Binnen een jaar was deze bunker, met de codenam Diogenes (D van Deelen) gereed. In de bunker werkten 600 mannen en vrouwen van de Luftnachrichten dienst dag- en nacht in drie ploegendienst. Hun taak was om alle luchtbewegingen in het Nederlandse luchtgebied en het grootste deel van het Duitse Ruhrgebied te verzamelen, te evalueren en in kaart te brengen zodat naburige commandocentra, Luftwaffe-vliegvelden, FlAK-batterijen en civiele luchtbescherming (BB) op tijd actie konden ondernemen. Na de verwoestende aanvallen op Hamburg werd de Luftwaffe gereorganiseerd en werd de coördinatie van de dag- en nachtjacht samengevoegd in één commando, de 3e Jagd Divisie. In de bunker kwamen alle communicatielijnen samen, zoals telefoon, telex en radioverbindingen. Deze communicatielijnen vormden de verbinding met naburige commandocentra in Stade (Hamburg), Döberitz (Berlijn), Grove (Denemarken) en Metz (Frankrijk). Maar ook met radarstations langs de kust en in het binnenland, met talrijke luister- en observatieposten, de zoeklichten- en Flak eenheden, Bescherming Bevolking etc. Toen de Britten niet ver daar vandaan landden op 17 september 1944 hebben de Duitsers alles wat in de bunker stond opgeblazen. Na de oorlog is de bunker leeggehaald en ingericht als archiefruimte. We kregen in de kelder een dieselmotor te zien die de Duitsers wel hebben geprobeerd te vernietigen, maar dat was maar ten dele gelukt.

Tijdens de gevechten in september 1944 werden anti-tankgranaten afgeschoten op de bunker, waarvan de sporen van de inslagen nog duidelijk te zien zijn.

Voorafgaand aan het betreden van de bunker krijgen we nog uitleg.

Onze gids laat onderstaande tekening zien waarop het commandocentrum van de Luftwaffe te zien is. Links zitten de blitzmädchen die de informatie doorgaven. Rechts de glazen plaat waarop de vliegbewegingen werden bijgehouden.

Dezelfde ruimte nadat de Duitsers alles vernietigd hadden.

Blitzmädchen werkzaam in bunker Diogenes

Blitzmädchen

 

 

In bunker Diogenes verzorgden de Luftwaffenhelferinnen of Blitzmädchen ondersteunende diensten. Zij vormden de schakel in de verbinding tussen de bunker en andere commandocentra en gaven de berichten door. In Engeland waren het de WAAF's die tijdens de slag om Engeland de plots op de plottafel verschoven. Hiermee werden de vliegbewegingen aangegeven. Datzelfde deden de meisjes die in bunker Diogenes werkten.

Fotoalbum Blitzmädchen

Onzekere toekomst voor deze Blitzmädchen aan het einde van de oorlog in mei 1945.

Deze trap en de toegangsdeur hieronder bevonden zich in de grote ruimte in de bunker, waar aan de wand een glazen plaat hing waarop de luchtbewegingen werden gevolgd.

Vanuit bunker Diogenes werden de nachtjagers naar hun doel geleid.

In de kelder van de bunker staat een dieselmotor, die men geprobeerd heeft te vernietigen, doch dat is maar ten dele gelukt. De gaten van de granaten die zijn gebruikt om de motor op te blazen zijn nog zichtbaar.

In de kelder van de bunker staat een dieselmotor, die men geprobeerd heeft te vernietigen, doch dat is maar ten dele gelukt. De gaten van de granaten die zijn gebruikt om de motor op te blazen zijn nog zichtbaar.

We komen terecht in de archiefruimte die thans is ingericht in de bunker.

In de bunker hebben diverse diensten hun archieven bewaard.

In de bunker hebben diverse diensten hun archieven bewaard.

Dit is een door de Duitsers gebouwde hangaar, die thans in gebruik is als schuur.

Dezelfde hangaar tijdens de oorlog met daarvoor een Duits vliegtuig.

Dit vliegtuig taxiet op de startbaan nadat het is geladen met bommen. Op de achtergrond is het bommenlijntje te zien.

Ter camouflage werd de buitenkant van de hangaar beschilderd met ramen. Zo'n geschilderd raam was nog goed zichtbaar.

Dit is een andere voormalige hangaar van Fliegerhorst Deelen.

Oog voor de dakconstructie. Is nog origineel.

In de schuur is duidelijk te zien dat het destijds een hangaar was. Er mocht niet gerookt worden.

 Op de wand is deze rode pijl te zien die aangeeft dat hier een brandblus apparaat hing.

Nog duidelijker is op de tegenover gelegen wand te zien dat hier een brandblusapparaat heeft gehangen.