Op zaterdag 13 september 2014 nam ik deel aan de battlefield tour "Sporen van de Slag om Arnhem" met de Vrienden van het Airborne Museum te Oosterbeek. Het was een tour langs een aantal plaatsen die van groot belang waren tijdens de Slag om Arnhem van 17 t/m 26 september 1944. Hoewel deze plaatsen reeds eerder zijn bezocht tijdens eerdere tours, was het toch nuttig om tijdens deze tour ervaringen uit te wisselen en stil te staan bij de vraag hoe het toch kwam dat deze operatie zo vreselijk mis is gegaan.

Onze gidsen van deze tour kijken of alle deelnemers er zijn. Links Wybo Boersma van de Guild of Battlefield Guides, voormalig directeur van het Airborme Museum en Jaap Korsloot

Van vliegvelden in Engeland werden de Horsa gliders met de 1st Airborne Division door de militaire versie van de Dakota, de C-47 Skytrain, de lucht ingetrokken op weg naar de landingszones bij Arnhem, 17 september 1944

Na de landing liggen de gliders overal verspreid op de heide

Direct na de landing wordt het materieel aan boord van de glider uitgeladen om snel ingezet te worden

De landing van een Horsa glider

De heide bij Wolfheze

We begonnen de tour bij de mooie bloeiende heide bij Wolfheze. op het punt waar we stonden landden op 17 september 1944 de gliders op landingszone 'Z'. vandaar kon je ook de droppingszone 'X' zien, ook bij Wolfheze, ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Ede. Men koos voor een aantal dropping- en landingzones ten westen van Arnhem, 10 tot 15 kilometer van het doel. Op deze terreinen landde de gehele 1e Britse Airborne divisie en de 1st Polish Independent Parachute Brigade.

Britse parachutisten met glider op de heide bij Wolfheze

Britse parachutisten met een glider op de achtergrond op de heide bij Wolfsheze

Dat men niet kon landen bij het hoofddoel, de Rijnbrug bij Arnhem, was in feite al een groot minpunt van deze hele operatie. Terwijl er toch nog een behoorlijke afstand moest worden afgelegd van de landingsterreinen naar de brug, viel het verrassingseffect weg en zagen de Duitsers kans zich te hergroeperen en de weg naar de brug af te snijden. Punt was dat het terrein rond de brug ongeschikt was bevonden voor landingen, vanwege dichte bebossing, veel Duits luchtdoelartillerie FLAK en veel sloten in het gebied aan de zuidkant van de Rijnbrug. Maar ook in het voordeel van de vijand en dus in het nadeel van de geallieerden was dat er niet voldoende vliegtuigen en bemanningen beschikbaar waren om de divisie in één keer te vervoeren. Dus werden de landingen over drie dagen verdeeld.

Landing- en droppingzones

Er vonden zowel landingen van zweefvliegtuigen (gliders) als dropping van parachutisten plaats. In de gelederen van de geallieerden keken de parachutisten enigszins neer op de soldaten die per glider werden aangevoerd. Dat beeld is toch wel bijgesteld toen men zag onder welke omstandigheden de gliders landden en hoe de inzittenden zich moesten verdedigen tegen de vijand. Ook waren een gliders die crashten.

De landingsterreinen werden aangeduid met een letter.

·      X  Droppingzone bij Wolfheze, ten zuiden van de spoorlijn   Arnhem-Ede.

·      Z  Landingzone ten westen van Wolfheze.

·      S  Landingzone Reijerskamp, ten noorden van de spprlijn Arnhem-Ede.

·      Y  Droppingzone ten oosten van Ede, de Ginkelse Heide.

·      K  Droppingzone ten zuiden van de Rijnbrug.

·      L  Landingzone op het landgoed Papendal, ten zuiden van de verkeersweg Ede-Arnhem.

·      Y  Droppingzone voor de bevoorrading.

 

Een jeep rijdt uit een glider nadat de neus is weggedraaid

Omdat er niet voldoende vliegtuigen en bemanningen beschikbaar waren om een divisie in één keer te vervoeren, werden de landingen over drie dagen verdeeld.

·      Op 17 september 1944 kwamen twee brigades naar Arnhem:

Op 'X' de 1e Parachutistenbrigade bestaande uit het 1e, 2e en 3e Parachutistenbataljon.

Op 'S' de 1st Airlanding Brigade, bestaande uit het 7th Battalion 'The Kings Own Scottish Borders' (7 KOSB), de 2nd Battalion 'The 'South Staffordshire Regiment' (2 South Staffords) en de 1st Battalion 'The Border Regiment' (1 Border).

Op 'Z' de divisiestaf.

·      Op 18 september 1944 landden de 4e Parachutistenbrigade en eenheden die op zondag niet geland waren.

Op 'Y' de 4e Parachutistenbrigade, bestaande uit het 10e, 11e en 156e Parachutistenbataljon.

Op 'X' de gliders met materiaal van de 4e Parachutistenbrigade.

Op 'S' en 'Z' gliders die de eerste dag niet geland waren en de rest van het 2nd Battalion 'The South Staffordshire Battalion'.

·      Op 19 september 1944 vond de landing plaats van de 1st Polish Independent Parachute Brigade op 'K', terwijl het materieel aangevoerd met gliders landde op 'L'. De landing van 27 van de 35 Poolse gliders vond plaats tussen de Duitse en Britse linies.

De duiker bij Wolfheze

Van de heide bij Wolfheze reden we langs het station en de spoorlijn langs de Johannahoeveweg ten noorden van de spoorlijn. We stapten uit en liepen het laatste gedeelte evenwijdig aan de spoorlijn tot we bij de duiker onder de spoorlijn Arnhem-Ede. Hier hoorden we over de opmars van het 1e Airborne Reconnaissance Squadron op 17 september 1944. De duiker was een smal en laag stenen tunneltje dat onder de spoorlijn van Arnhem naar Ede doorliep. Hier liepen mannen van de 1st Airborne in een hinderlaag van de SS Krafft Battalion op 17 september 1944 met uitzicht op de plek waar kapitein Lionel Queripel door zijn optreden het Victoria Cross kreeg op 19 september. Het werd gebruikt door elementen van het 4de Parachute Brigade om zich terug te trekken uit hun stelling ten noorden van de spoorlijn op 19 en 20 september 1944. Het merendeel van de transporten ging via de spoorwegovergang in Wolfheze, en soms werd zelfs geprobeerd de steile taluds op te rijden. Echter bleek dat de duiker kon worden gebruikt door jeeps door lucht uit de banden te laten lopen. Eenmaal aan de andere kant konden de mannen hun weg vervolgen naar de perimeter van Oosterbeek.

Lopend richting het pad naar de duiker onder de spoorlijn bij Wolfsheze zag ik dit woonhuis waar deze mooie airborne vlag uit hing.

Het pad dat loopt naar de duiker bij Wolfsheze onder de spoorlijn door.

De duiker onder de spoorlijn Ede-Arnhem bij Wolfheze. Hier liepen mannen van de 1st Airborne in een hinderlaag van de SS Krafft Battalion op 17 september 1944.

Uitzicht op de plek waar kapitein Lionel Queripel door zijn optreden op 19 september 1944 het Victoria Cross kreeg.

Ginkelse Heide

Bij het airborne monument aan de rand van de Ginkelse Heide, ter hoogte van de Schaapskooi, aan de Verlengde Arnhemseweg te Ede, vertelde onze gids over de gebeurtenissen op de Ginkelse Heide.

 

Panoramafoto van het monument en de Schaapskooi op de Ginkelse Heide.

Op 17 september 1944 rond 13.00 landde het Schotse 7th Battalion The King's Own Scottish Borderers (KOSB) met 700 man in 45 gliders op landingzone 'S' bij de Rijerskamp, ten noord-westen van Wolfheze. Het bataljon onder bevel van luitenant-Kolonel Payton-Reid had opdracht de Ginkelse Heide te verdedigen. Daar zou de volgende dag de Britse 4th Parachute Brigade van Brigade-Generaal Hackett landen. Tegen de avond trok het bataljon richting Ede en nam stellingen in langs de westelijke, zuidelijke en oostelijke rand van de heide.

Het Airborne monument op de Ginkelse Heide

Deze tekst staat op de plaquette bij het Airborne monument op de Ginkelse Heide

De A compagnie nam stelling langs de Amsterdamseweg bij café 'Planken Wambuis'. Hier werden al snel ongeveer 20 Duitse militairen die zich in een Rode Kruis auto verplaatsten, gevangen genomen. Het 4e peloton van luitenant Strang, met een 6-ponder antitank kanon, begaf zich meer naar het westen en betrok een stelling bij de bosrand, oost van herberg de Zuid Ginkel, langs de rijksweg. De B-compagnie nam posities in langs de noordoostelijke rand van de Sijsselt, dat was de westrand van de Ginkelse Heide. De C-compagnie groef zich in ten zuiden van de B-compagnie langs dezelfde bosrand tot aan de spoorlijn. Zowel B als C compagnie patrouilleerden veelvuldig richting de Edese kazernes om de Duitsers in het ongewisse te houden over de geallieerde bedoelingen. De D en S compagnie en het bataljonshoofdkwartier gingen in stelling langs de zuidzijde van de heide bij de huidige A-12, die in 1944 nog in aanleg was. D-compagnie fungeerde als reserve.

Landing van de Britse para's op de Ginkelse Heide

De landing van de 4e Parachutistenbrigade op de Ginkelse Heide. Kapitein Booty had een camera bij zich en nam deze foto op 18 september 1944.

Duitsers schieten op de neerkomende Britse para's op de Ginkelse Heide

Gelande parachutisten leggen hun uitrusting op een wagentje die gecharterd is door burgers
In opdracht van Rauter kwamen vanuit het concentratiekamp Amersfoort in de loop van de middag en avond eenheden van het 3e No. 2 (Dutch) Troop van No. 10 Inter Allied Commando, Adriaan Beekmeier.' onder bevel van Sturmbahnführer Helle in Ede aan. Dit voornamelijk Nederlandse bataljon met Duitse officieren en kaderleden telde ongeveer 750 man. Rauter was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland de hoogste vertegenwoordiger van de SS, en als zodanig hoofdverantwoordelijke voor vervolging en onderdrukking van het Nederlandse verzet en medeverantwoordelijke voor de deportatie van de Nederlandse Joden. Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Luchtfoto van de Ginkelse Heide. Deze foto is enkele ogenblikken voor de luchtlanding genomen. De heide is door mortiervuur in brand geschoten
30 man van het  'Jagdkommando' kwamen in Ede. Onder leiding van Oberscharrführer Sakkel gingen ze op de fiets richting Planken Wambuis. Ze werden bij de herberg Zuid Ginkel onder vuur genomen door het peloton van luitenant Strang. Er vielen veel doden en gewonden. De meeste overlevenden sloegen op de vlucht. Ook het Duitse 4e compagnie van Hauptsturmführer Bartsch kreeg bevel langs dezelfde weg op te rukken, maar deze opmars werd eveneens door het 4e peloton van luitenant Strang gestuit. Beide Duitse compagnieën zaten vervolgens vast in de omgeving van herberg 'De Zuid Ginkel'. Gedurende de nacht hielden de Schotten met lichtkogels de heide verlicht. De Duitsers zetten pantserwagens met zoeklichten in. Om omsingeling te vorkomen moest het 4e peloton zich terugtrekken richting Planken Wambuis, waarbij luitenant Strang gewond raakte. Het kanon werd achtergelaten. Bij 'Planken Wambuis' ontstonden opnieuw gevechten, waarbij aan Duitse zijde zware verliezen werden geleden Op deze positie bevond zich ook de bij de KOSB ingedeelde Nederlander van No. 2 (Dutch) Troop van No. 10 Inter Allied Commando, Adriaan Beekmeier. Hij ondervroeg de krijgsgevangenen en ontdekte tot zijn ontzetting dat dit meest Nederlandsers waren. Het gaat dus om de strijd om de bosrand van de Ginkelse Heide in bezit te krijgen om de landing van de 4e Parachutistenbrigade op 18 september mogelijk te maken. De gevechten tussen de Britten en Schotten gaan over en weer. De Britten wisten niet dat de landing op 18 september om 10.00 was uitgesteld tot 15.00 uur vanwege slecht weer in Engeland. Het 3e peloton van de 21ste Independent Parachute Company legde volgens plan om 09.00 uur de witte markeringslappen 'Y' uit om de droppingszone aan te geven en een 'T' zodat men vanuit de lucht de windrichting kon bepalen. De groene rookpotten werden achter de hand gehouden.

In de loop van de ochtend van maandag 18 september ontstond er een gevechtspauze op en rond de heide. De Schotten wachtten op de komst van de 4e Parachutistenbrigade en de Hollandse SS staakte tijdelijk haar aanvalsacties. Door de Duitsers werden meer troepen aangevoerd. Deze waren samengevoegd in drie Kampfgruppen, die tussen Wageningen en Ede als 'Westgruppe' tegen de Britse troepen werden ingezet. De eenheden die bij de Ginkelse Hide in gevecht waren met de King's Own Scottish Borderers, werden onder bevel gesteld van Oberst Knoche en vormden met de daaraan toegevoegde 7e en 8ste compagnie van Wehrmacht Sicherungsregiment 26 de 'Kampfgruppe Knoche'

King's Own Scottish Borderers (KOSB)

Vlak voor de dropping van de 4e Parachutistenbrigade laaiden de gevechten weer op. De Duitsters lanceerden vanuit het bosgebied west van de Eder Heide met de 7e en 8ste compagnie een aanval in zuidoostelijke richting naar de nieuwe Rijksweg. Hierbij raakten zij in gevecht met de B compagnie van de KOSB. In de zuidoosthoek van de heide probeerde de S compagnie van Major Hill nog voor de landingen de bossen van de vijand te zuiveren. Het kwam tot felle man tegen man geveechten, waarbij bajonetten, messen en pionierschoppen werden gebruikt. Majoor Hill snevelde, toen hij de tracé van de A-12 in aanleg overstak. Inderdaad vond rond 15.00 uur de dropping plaats van 1900 parachutisten van de 4e Parachutistenbrigade op de droppingszone 'Y'. Ze werden aangevoerd met 121 Dakota's. In de militaire uitvoering werden deze Skytrain genoemd. De para's werden van diverse kanten door de Duitsers onder vuur genomen. Ze kwamen terecht tussen de Duitse posities en Duitsers werden ineens omringd door Britten. Chaos alom.

Brigadier Hackett on the radio

De staf van de 4e Parachutistenbrigade had haar verzamelpunt bij de schaapskooi. Toen brigadier Hackett hier arriveerde had hij al vijf SS'ers gevangen genomen. Op het verzamelpunt kreeg Hackett bezoek van luitenant-kolonel Mackenzie van de staf van de 1e Airborne Divisie, die hem de situatie uitlegde.

Het graf van luitenant Mackey op de begraafplaats te Ede

Het 10e Parachutistenbataljon landde in de noordoostelijke hoek van de heide en rond haar verzamelpunt vlak bij de herberg Zuid Ginkel. Tijdens het uitkammen van het bos bij de herberg sneuvelde luitenant Mackey bij een aanval op een Duitse mitrailleuropstelling. Mackey werd later op de begraafplaats in Ede begraven. De daar aanwezige staf van Sturmbahnführer Helle vluchtte in de richting van de Hindekamp. Obersturmführer Bartsch en Hauptsturmführer Bartsch  (4 Kompanie SS Wachtbataillon 3) werden in de omgeving van de herberg door het Britse 10e bataljon gevangen genomen.

Het 156e Parachutistenbataljon landde in het westelijk deel van de heide op het moment dat daar de aanval van de Duitse 7. en 8. Kompanie vanuit de Edese Heide richting B compagnie KOSB in volle gang was. Van het 156e bataljon waren de verliezen 25 man aan gesneuvelden en gewonden. Eén van de gesneuvelden was de Franse luitenant Hackart, die bij het 156 bataljon was ingedeeld. Hij was de enige Fransman die aan de Slag om Arnhem had deelgenomen.

Brigade-generaal Hackett

De 4e Parachutistenbrigade van brigadegeneraal Hackett was op maandag 18 september op de Ginkelse Heide bij Ede geland. Na de landing moest hij zijn 11e Parachutistenbataljon naar Arnhem sturen. Hij kreeg het 7e bataljon The King's Own Scottish Borderers (KOSB) onder zijn bevel. De brigade rukte met twee bataljons, het 10e en 156e Parachutistenbataljon, op tot de Dreijenseweg, de weg vanaf de Amsterdamseweg naar de Utrechtseweg in Oosterbeek. De Duitsers hadden in de bossen langs deze weg een sperlinie gemaakt. Het lukte de Britten niet deze linie te doorbreken. Het 156e Parachtistenbataljon leed zware verliezen en het 10e bataljon werd bij restaurant 'De Leren Doedel' teruggeslagen.

Brigadegeneraal Hackett met Veldmaarschalk Montgomery en Generaal-Majoor Urquhart te Oakham in maart 1944
Generaal-Majoor Urquhart bezocht Hackett in zijn hoofdkwartier en gaf bevel de brigade ten zuiden van de spoorlijn terug te trekken. De Duitsers deden een hernieuwde aanval en de Poolse zweefvliegtuigen landden tussen de beide linies, in het gebied Johannahoeve. De terugtocht over de spoorlijn verliep chaotisch. Vooral het 10e bataljon leed zware verliezen. Een deel van de jeeps reed via de afwateringstunnel onder de spoorlijn door. De thans beroemde duiker, waar men zich moest bukken tijdens het rijden door de lage tunnel. Anderen gingen via de spoorwegovergang bij Wolfheze of over een schapenpad bij de spoordijk. Een 17 ponder anti-tank kanon moest worden achtergelaten. Tijdens de terugtocht door de bossen van Bilderberg raakten veel Britten gewond of werden gevangen genomen.  Een deel van het 10e bataljon en de KOSB bereikten uiteindelijk de Britse stellingen bij Oosterbeek.

Lunch in restaurant Schoonoord te Oosterbeek

Tussen de middag gebruikten we de lunch in restaurant Schoonoord te Oosterbeek. Dat was een gezellige onderbreking van de tour. In de serre gezeten keken we op de kruising Utrechtseweg/Stationsweg in Oosterbeek, waar zich in september 1944 een onvoorstelbare strijd heeft afgespeeld tussen de Britten en de Duitsers.

 

 

Het restaurant waar we nu zaten is heel anders dan toen in 1944. Hotel Schoonoord was veel groter. Ik bedacht wat er allemaal is gebeurd in en rondom Schoonoord en keek vanuit het raam naar een gedenkteken, gewijd aan de 21ste Independend Parachute Infantry Regiment.

Tijdens de slag om Arnhem werd het gebouw door de 1e Engelse Airborne divisie als noodhospitaal ingericht. Meer dan 500 gewonden werden hier binnengebracht en zo goed als mogelijk verzorgd. Op de kamers die eerder als gastvrij vakantieverblijf dienden,werd nu gevochten voor levens. Door de felle strijd die hier woedde, raakte het gebouw zwaar beschadigd. Toch werd het niet afgebroken. Na 1945 werd er gebouwd en hersteld. De oude glorie kreeg Schoonoord daarmee niet terug, maar haar indrukwekkend verleden blijft tot de dag van vandaag overeind.

Hotel Schoonoord te Oosterbeek zoals dat er voor de oorlog uit zag

Door de gevechten werd het hotel verwoest en stond er een autowrak

In restaurant Schoonoord was een kamer gewijd aan de 1st Airborne division. Dat was dé ontmoetingsplaats voor Britse veteranen tijdens de Slag om Arnhem. Deze veteranenkamer is er thans niet meer, aangezien er maar weinig veteranen meer in leven zijn.

De verkeersbrug over de Rijn bij Arnhem

Toen we bij de verkeersbrug over de Rijn bij Arnhem stonden besefte ik dat zo eenvoudig ik nu bij deze brug kon komen een schrille tegenstelling was van 70 jaar geleden, toen de mannen van John Frost zich dapper verweerden tegen de overmacht van de vijand. Deze brug was het doel van Operatie Market Garden. Het veroveren van deze brug zou een snelle opmars van de geallieerden naar Duitsland mogelijk maken om zodoende naar Berlijn te kunnen doorstoten en het Ruhrgebied af te snijden van de rest van het Reich, zodat Duitsland haar belangrijkste industriegebied kwijt was. Het was de bedoeling dat luitenant-kolonel John Frost zowel de verkeersbrug bij Arnhem als de spoorbrug bij Oosterbeek zou veroveren. Maar bij hun nadering werd de spoorbrug opgeblazen en ze slaagden er niet in de verkeersbrug aan twee kanten te bezetten. Ze kregen alleen de noordelijke oever in handen en de Duitsers betrokken stellingen bij de zuidelijke oprit. In de loop van zondagavond en de maandag daarop probeerden de Duitsers met gepantserde voertuigen vanuit het zuiden over de Rijnbrug te komen. Het merendeel van deze voertuigen maakte deel uit van de SS Panzer Aufklärungs Abteilung 9, de verkenningseenheid van de 9e SS Panzer Division Hohenstaufen onder bevel van SS Hauptsturmführer Gräbner. Op zondag rond 18.00 uur ging deze eenheid via de Rijnbrug naar Nijmegen om daar een verkenning uit te voeren. Terug in Arnhem bleek dat de brug vrijwel in handen was van de mannen van Frost. Slechts enkele pantserwagen lukte het de brug te passeren. Het merendeel werd vernield, waarbij de inzittenden gedood werden.

De Duitsers voerden van alle kanten troepen en tanks aan. Helaas konden op maandag 18 en dinsdag 19 september het 1e, 2e en 11e Parachutistenbataljon en het 2e bataljon The South Staffordshire Regiment de Duitse linie bij Onderlangs en de Utrechtsestraat (Bovenover) niet doorbreken. Hierdoor was Frost geheel op zichzelf aangewezen. Hij kreeg de munitie niet aangevuld en de huizen werden in brand geschoten. De gewonden konden niet verzorgd worden. Ook versterking van het 30e Legerkorps bleef uit, waardoor Frost uiteindelijk de brug moest opgeven. De Duitsers kregen de brug weer in handen en de Britten probeerden uiteindelijk nog stand te houden in de gevormde perimeter rond Oosterbeek.

Duitse tegenaanval op dinsdagmorgen 19 september 1944 langs de Utrechtseweg vanaf Gemeentemuseum naar de Oranjestraat (Bovenover)

Duitse tegenaanval op dinsdagmorgen 19 september 1944 langs de Utrechtseweg vanaf Gemeentemuseum naar de Oranjestraat (Bovenover)

Britse Airbornes op de Utrechtseweg in Arnhem

John Frost

De Duitsers voerden van alle kanten troepen en tanks aan. Helaas konden op maandag 18 en dinsdag 19 september het 1e, 2e en 11e Parachutistenbataljon en het 2e bataljon The South Staffordshire Regiment de Duitse linie bij Onderlangs en de Utrechtsestraat (Bovenover) niet doorbreken. Hierdoor was Frost geheel op zichzelf aangewezen. Hij kreeg de munitie niet aangevuld en de huizen werden in brand geschoten. De gewonden konden niet verzorgd worden. Ook versterking van het 30e Legerkorps bleef uit, waardoor Frost uiteindelijk de brug moest opgeven. De Duitsers kregen de brug weer in handen en de Britten probeerden uiteindelijk nog stand te houden in de gevormde perimeter rond Oosterbeek.

Sint Elisabeths Gasthuis

Op 17 september 1944 om tien uur 's avonds installeerde de 16e Parachute Field Ambulance zich volgens plan in het St Elisabeths Gasthuis en begon met het behandelen van gewonden. Om ongeveer 8 uur de volgende morgen veroverden de Duitsers het ziekenhuis. De complete medische eenheid werd afgevoerd met uitzondering van de twee chirurchische teams. Ondanks de hevige gevechen rond het ziekenhuis gingen zij de volgende dagen door met het verzorgen van Britse en Duitse gewonden.

De gevechten in de wijk Lombok en bij Onderlangs/Bovenover

We gingen met de bus richting het voormalig St Elisabeth's Gasthuis. De voorgevel is dezelfde als die in 1944. Thans is het een apartementencomplex.

 Urquhart House

Generaal Urquhart bezoekt het huis aan de Zwarteweg 14 in Arnhem, thans bekend als Urquhart House, waar hij zich op 17 en 18 september 1944 verscholen hield voor de Duitsers.

Generaal R.E. Urquhart, bevelvoerder over het 1st British Airborne Division tijdens de Slag om Arnhem in 1944, bezoekt Oosterbeek op 11 mei 1978

 Achter dit gebouw ligt de wijk Lombok. In deze wijk, direct aan de achterzijde bevindt zich Zwarteweg. We liepen deze straat in en stonden stil bij nummer 14. Dat huis is de geschiedenis ingegaan als 'Urquhart House', aangezien op de zolder van dit huis generaal Urquhart zijn toevlucht had gezocht omdat hij omringd werd door Duitse troepen. Hij heeft daar een etmaal gezeten, zonder contact te kunnen hebben met het hoofdkwartier in toenmalig hotel Hartenstein te Oosterbeek. Hij merkte dat hij geen radoverbinding had met zijn troepen en ging de eenheden die op weg waren naar de brug achterna. Hij kwam echter op maandag met het 3e bataljon terecht in de straatgevechten bij het St Elisabeths Gashuis en werd gedwongen zijn toevlucht in dat woonhuis te zoeken.

Euforie in Oosterbeek. Deze vrouw heeft een Britse para aan de arm

Intussen was er op het divisiehoofdkwartier in Hartenstein besloten het 2e bataljon van het South Staffordshire Regiment en vervolgens ook het 11e Parachutistenbataljon naar Arnhem te sturen. Op het einde van de maandag bereikten ze onafhankelijk van elkaar de wijk Lombok, waar inmiddels ook het 1e Parachutistenregiment was aangekomen. Luitenant-kolonel Dobie van het 1e bataljon en luitenant-kolonel Mc Cardie van de South Staffords ontmoetten elkaar in een garage ten westen van het St Elisabeths Gasthuis. Later kwam daar ook nog bij luitenant-kolonel Lea van het 11e Parachutistenbataljon. Gezamenlijk maakten ze een plan voor een gelijktijdige aanval van de drie bataljons. De aanval van het 1e bataljon zou gaan langs de weg vlak langs de rivier, Onderlangs, en de South Staffords zouden optrekken over de hoger gelegen weg, Bovenover. Het 11e Parachutistenbataljon zou de Staffords rugdekking geven. De aanval moest in de vroege ochtend om vier uur beginnen. Het was de laatste echte kans om de troepen bij de brug te bereiken.

 

De verloren slag op dinsdag 19 september 1944

Deze dag werd een dag vol rampspoed. Het 1e Parachutistenbataljon kon de brug niet bereiken, maar leidde wel grote verliezen. Het 3e bataljon onder luitenant-kolonel Fitch hernieuwt de poging om via de weg Onderlangs door de Duitse verdediging heen te breken. In het open gedeelte komen de Britten zwaar onder vuur en moeten zich terugtrekken met veel slachtoffers. De sterkte van het 1e bataljon is nog maar veertig man. De restanten van het 3e bataljon moeten zich ook terugtrekken en om half zeven is de aanval via de weg langs de rivier over.

Mannen van de 2e South Staffords worden weggeleid na hun overgave op dinsdag 19 september 1944
De South Staffords die vanaf half vijf die ochtend aanvielen over de hoger gelegen weg Bovenlangs bereikten onder zware verliezen het Gemeentemuseum (The Monastery) aan de Utrechtseweg. Ze kwamen van drie zijden onder vuur te leggen van zware wapens en machinegeweren. Verdere opmars was onmogelijk en ze bezetten daarom het museum en een aantal huizen daar tegenover. Toen ze geen anti-tank munitie meer hadden werden ze onder de voet gelopen door Duitse infanterie, die gesteund werd door gemechaniseerd geschut. Een groot aantal Staffords werd krijgsgevangen gemaakt.

Britse soldaten van het 2nd South Staffords Mortar Platoon, krijgsgevangen gemaakt tijdens de gevechten bij het museum en het St. Elisabeths-gasthuis

Het 11e bataljon kreeg om half drie 's middags van het divisiehoofdkwartier de opdracht een aanval richting het noorden te doen. Terwijl ze zich in de nauwe straten van Lombok aan het hergroeperen waren voor deze aanval, werden ze verrast door een Duitse aanval met gepantserde voertuigen en een zware mortierbeschieting. Slechts 150 man wisten te ontkomen. De rest werd krijgsgevangen gemaakt.

Duitse soldaten in Arnhem

Kampfgruppe Brinkmann op de Rijnbrug bij Arnhem

Aan het einde van de middag was de strijd aan de westkant van Arnhem voorbij en door de Britten verloren. Van de vier bataljons die naar Arnhem vertrokken waren om de troepen bij de brug te versterken, keerden niet meer dan 500 man naar Oosterbeek terug. De 1e Britse Luchtlandingsdivisie had het initiatief in de operatie verloren en zou het ook niet weer herwinnen.

De hoop van de bevolking in Oosterbeek dat ze bevrijd zouden zijn werd al spoedig de bodem ingeslagen, toen na enkele dagen de Duitsers de overhand kregen in de strijd

Ingeklemd tussen de heuvels van de Duno en de Westerbouwing ligt, in een smal beekdal, Heveadorp. Het 11e peloton werd ten noorden van restaurant Westerbouwing gelegerd en hield de Oosterbeekseweg naar Heveadorp onder schot. Het 14e peloton van sergeant Watson beveiligde de westzijde van het restaurant terwijl het 13 peloton aan de zuidkant van  de heuvel in stelling lag.

Westerbouwing september 1944

Op woensdag 20 september 1944 waren er aanvallen op de stellingen van het 13e en 14e peloton op de Westerbouwing. Die werden afgeslagen. Drie Duitsers op de fiets werden gevangen genomen op de Oosterbeekseweg. Verder was het een vrij rustige dag. De Duitsers vielen stellingen van de C en D compagnie langs de Van Borselenweg aan. De volgende dag 21 september vielen de Duitsers rond acht uur in een geconcentreerde aanval de gehele perimeter aan. Generaal Von Tettau had zijn troepen die vanuit het westen de perimeter aanvielen, gereorganiseerd. Ze werden ondersteund door oude Franse Renault Char B2 tanks van de Panzer Kompagnie 223. Er ontstonden verwarde gevechten. De Duitse infanterie werd ondersteund door vier Char B2 tanks. De soldaten Fitzgerald en Devin van het 14e peloton schakelden een tank uit. De volgende twee tanks werden uitgeschakeld door soldaat George Everington, de PIAT schutter van 12 peloton. Everington verplaatste zich met zijn PIAT van de ene naar de andere positie een vuurde zijn granaten af.

PIAT

Het verlies van de Westerbouwing op 21 september 1944

De B compagnie van het 1e bataljon The Border Regiment bezetten stellingen op en bij de Westerbouwing. Het 11e peloton werd ten noorden van het restaurant gelegerd en hield de Oosterbeekseweg naar Heveadorp onder schot. Het 14e peloton van sergeant Watson beveiligde de westzijde van het restaurant en het 13e peloton lag aan de zuidkant van de heuvel in stelling en beveiligde het pad vanaf de Veerweg naar het Drielse veer. Het 12e peloton was bij de kruising van de Veerweg en de Van Borsselenweg gelegerd en het hoofdkwartier was in een boerderij aan de Veerweg. Een sectie van het 14e peloton beveiligde de hoek van de Veerweg bij de gasfabriek. De compagnie werd versterkt met twee 3 inch mortieren als vervanging van de twee die bij de steenfabriek in Renkum achtergebleven zijn. Ze moesten het doen met de PIAT's als enig anti-tankwapen. In de nacht legde luitenant Hardy langs de Van Borsselenweg een telefoonlijn naar het bataljonshoofdkwarier bij Heelsum. Dit ter vervanging van de radioverbindingen die in de bossen slecht werkten.

 

Duitse soldaten infiltreren in de perimeter van Oosterbeek en ze lopen hier door de tuinen achter de huizen langs.

De derde tank reed de weg van de Westerbouwing af richting het kruispunt Veerweg/Van Borsselenweg aan de voet van de heuvel. De explosie blies de koepel van de tank volkomen weg. Everington sneuvelde een dag later en ligt begraven op de Airborne begraafplaats in Oosterbeek, rij 18 B 14.

Onder dekking van de vierde tank drong de vijand de verdedigingslinie van de Borderes binnen. Eén van de officieren vroeg de artillerie via de radio om hun vuur te verleggen. Het eerste salvo trof Duitsers, maar daarna werden ook eigen troepen geraakt.

Toen de manschappen zich hadden verzameld bij de Oude Kerk was er de gelegenheid zich te wassen en onderhoud te plegen aan de wapens.

De perimeter van Oosterbeek werd door de Airbornes hardnekkig verdedigd tegen de Duitse overmacht totdat de Britten zich terugtrokken over de Rijn in de nacht van 25 op 26 september 1944. Tijdens de slag had generaal Urquhart zijn hoofdkwartier in hotel Hartenstein, waarin thans het Airborne Museum gevestigd is.

De 'Jack Baskeyfield-tree' in Oosterbeek (gemeente Renkum) is opgericht ter nagedachtenis aan de Britse lance-sergeant John Daniel Baskeyfield, die tijdens de Slag om Arnhem op 20 september 1944 sneuvelde op de hoek van de Acacialaan en de Benedendorpsweg. Geheel alleen slaagde hij erin daar zware pantservoertuigen van de bezetter uit te schakelen. Baskeyfield is postuum onderscheiden met het Britse 'Victoria Cross'.

De ‘Peptalk’ van Lonsdale

In de kerk hield Lonsdale zijn bekend geworden ‘Peptalk’, dankzij de film ‘Theirs is the Glory’. Want in deze film die in 1946 werd opgenomen, was een reconstructie van de Slag om Arnhem’ door de mannen die er aan hadden deelgenomen.
Aangezien Lonsdale nou ook niet meer precies wist wat hij gezegd had, was de tekst die hij dan nog een keer moest uitspreken over zijn manschappen, op een kerkdeur geschreven als spiekbriefje. Deze deur is thans in het bezit van het Airborne Museum Hartenstein.
Nadat drie van de vier tanks waren uitgeschakeld leidde majoor Tom Armstrong, commandant B compagnie, ongeveer 50 overlevenden van zijn eenheid de heuvel weer op in een poging deze te heroveren, maar deze aanval stokte. Luitenant John Wellbelove van het 13e peloton sneuvelde en majoor Armstrong raakte gewond. De gewonden werden zoveel mogelijk afgevoerd naar de compagnies eerste hulppost die in de kelder van de boerderij aan de Veerweg was ingericht. Daar was ook het compagnieshoofdkwartier. Twee volgende tegenaanvallen bleven eveneens zonder resultaat. De frontlijn van de Borders was de Veerweg-Van Borsselenweg. Luitenant Barnes, commandant no 11 peloton betrok met de resten van zijn peloton en een aantal South Staffords stellingen ten westen van het huis Dennenoord aan de Benedendorpsweg. De B compagnie had opgehouden te bestaan. De overlevenden werden opgenomen in de Breeseforce, een eenheid onder bevel van majoor Charles Breese, de plaatsvervangend bataljonscommandant. De Breeseforce bestond uit twee verzwakte pelotons van de B compagnie, twee verzwakte pelotons van het 2e bataljon The South Staffordshire regiment en een mortierteam van het 11e Parachutistenbataljon. Later kwam er nog versterking van Polen die over de Rijn kwamen. Met succes verdedigde de Breeseforce de zuidwesthoek van de perimeter tot het einde van de slag.

De perimeter van Oosterbeek, het laatste gebied dat tot de terugtrekking over de Rijn in de nacht van 25 op 26 september 1944 hardnekkig verdedigd werd door de Britse Airbornes.

Een Sd. Kfz 250 op de Dreijenseweg te Oosterbeek
 

Duitse Königstiger in de Weverstraat te Oosterbeek

De Oude Kerk in Oosterbeek-Laag

Na de terugtocht uit Arnhem betrokken de overgebleven manschappen van het 1e en 3e Parachutistenbataljon stellingen bij de kerk langs de dijk tot aan de rivier. De overlevenden van het 11e Parachutistenbataljon verdedigden een groep huizen ten oosten van de kerk.

Ten zuiden, in de weilanden, bevond zich een groep gliderpilots van het G Squadron, die de kanonnen van het 1st Light Regiment Royal Artillery moesten beveiligen. Bij een mortierbeschieting tijdens een bezoek van brigadegeneraal Hackett aan het hoofdkwartier van luitenant-kolonel Thompson, commandant van het 1st Licht Regiment raakte Thompson gewond. Majoor Lonsdale nam vervolgens het commando over. De eenheden van het 1e en 3e Parachutistenbataljon, die zich in de weilanden bevonden, lagen onder zwaar Duits vuur. Dit kwam vanaf de spoordijk en vanuit noordelijke richting. Op donderdag 21 september 1944 werd het besluit genomen deze eenheden terug te trekken naar de Oude Kerk. Zij moesten dit overdag doen, zodat de terugtrekking gepaard ging met veel doden en gewonden. Het 3e Parachutistenbataljon had nog maar 35 man over. Die stonden onder bevel van luitenant Cleminson. Zij moesten de huizen ten oosten van de Oude Kerk verdedigen. Majoor Alan Bush had daar het commando.

Eindelijk had ik geluk dat de kerk open was. Meestal is de deur namelijk gesloten als ik er kom. Maar dit keer kon ik de kerk van binnen bekijken

De Oude Kerk van Oosterbeek in de film 'Theirs is the Glory', waar de 'Peptalk'van Lonsdale werd nagespeeld.

Gedenkplaten in de Oude Kerk te Oosterberk

De Oude Kerk van Oosterbeek raakte zwaar beschadigd

Het stuk grond bij de wasserij van Van Hofwegen, ten noordoosten van de kerk, was dan nog steeds in handen van de South Staffords, onder bevel van majoor Cain.

 

Het verwoeste pand van wasserij Van Hofwegen

 

 

 

 

Op zaterdag 23 september 1944 kregen de Britten een zware Duitse aanval te verduren. De vijand wilde de Britten van de rivier af snijden. De aanval werd uitgevoerd met artillerie- en mortiervuur en werd ondersteund door tanks. Maar het lukte de vijand niet de Britten van de rivier te verdrijven en de omgeving van de kerk bleef in Britse handen. Hierdoor was het mogelijk om in de nacht van 25 op 26 september 1944 langs de kerk door de uiterwaarden terug te trekken over de Rijn.

Bron: Gids battlefield tour 'Sporen van de Slag om Arnhem' Vereniging Vrienden van het Airborne Museum

 

Airborne begraafplaats Oosterbeek

De tour werd afgesloten met een bezoek aan de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. De Airborne War Cemetery is een militaire begraafplaats, gelegen aan de Van Limburg Stirumweg in Oosterbeek. Officieel heet deze begraafplaats Arnhem Oosterbeek War Cemetery, volgens de beheerder, de Commonwealth War Graves Commission (CWGC). Eigenaar is de Staat der Nederlanden
Op dit ereveld liggen 1754 militairen van de landmacht, luchtmacht en zeemacht begraven die in de periode september 1944 tot april 1945 sneuvelden (plus enkele burgers van de CWGC). De meeste van deze mensen zijn omgekomen in de omgeving van Arnhem, tijdens de Slag om Arnhem, een onderdeel van Operatie Market Garden in september 1944. Van de graven zijn er 1678 van Britse, 8 van Nederlandse en 73 van Poolse militairen. Drie graven zijn van medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission. Drie militairen die hier liggen dragen de hoogste Britse militaire onderscheiding, het Victoria Cross.

Op 5 juni 1945 werd begonnen met de aanleg van het ereveld. In tegenstelling tot de Amerikanen, die hun militairen centraal wilden begraven, besloot de Britse legerleiding om hun gesneuvelden te begraven op een plek dicht bij de plek waar ze gesneuveld waren. Door de hulp van Graves Registration Unit 37 ging het verplaatsen en identificeren van de veldgraven vlot. De lokale bevolking ondersteunde de operatie eveneens. Deze burgers kwamen na de oorlog en hun evacuatie thuis in een gebied vol met veldgraven - soms in hun tuinen. Het snel verplaatsen van de graven was daarom ook voor hen van belang. Nadat alle militairen naar het ereveld verplaatst waren telde het veld naar schatting ongeveer 1730 graven, die allemaal waren voorzien van een wit kruis. Pas in 1952 zijn deze kruizen vervangen door de huidige zerken van natuursteen.

Op het ereveld staat een uit Portland-natuursteen vervaardigd centraal kruis, 'Cross of Sacrifice', zoals gebruikelijk op Britse erevelden, waarop een bronzen zwaard is bevestigd. Dit kruis is bedoeld om alle Gemenebest-militairen te gedenken die gesneuveld zijn in Nederland maar nog steeds vermist worden. Vlak achter de poort van het ereveld staat een gedenksteen. De tekst op de steen luidt: Their name liveth for evermore. Aan beide zijden van de poort staat een kleine kapel. In deze kapellen hangt een marmeren plakkaat met de afbeelding van een adelaar en de tekst 1939 - 1945. In beide kapellen is ook een boek aanwezig met alle namen, rangen en graflocaties van de gesneuvelden. Een kleine 50 meter naast het ereveld staat het Air Dispatchers monument.

 

Blik op de Slag om Arnhem

 

Toen ik deze tijdens deze tour in Oosterbeek was stond er op verschillende plaatsen een foto waarop afgebeeld wat er op die plek gebeurde tijdens de gevechten rond de perimeter van Oosterbeek in september 1944.