Op zaterdag 10 september 2016 hebben we Museum Vliegbasis Deelen bekeken. Van buiten zou je niet zeggen dat er zoveel in het museum is. Vol met geschiedenis en verhalen over deze vliegbasis. In de oorlog was het een basis voor de Duitse nachtjagers. Na de bevrijding werd het naastgelegen terrein van het museum vol gezet met Canadees oorlogsmaterieel. Daarvan zijn nog veel dingen te zien. Maar uit de grond zijn ongelofelijk veel restanten van neergestorte vliegtuigen gehaald die daar worden tentoon... gesteld. Elk voorwerp heeft z’n verhaal. Een museum vol verhalen, maar ook de gids van het museum had ons heel veel te vertellen over zijn belevenissen als kleine jongen, toen hij met zijn ouders werd geëvacueerd uit Arnhem. We luisterden zeer geboeid naar zijn verhaal. Kortom, een buitengewoon interessante duik in de geschiedenis in een prachtige omgeving met uitzonderlijk mooi weer.
Vliegbasis Deelen ligt iets ten noorden van de stad Arnhem in de provincie Gelderland. Het is een voormalig Nederlands militair hulpvliegveld dat vlak voor de Eerste Wereldoorlog werd opgeleverd. In de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld ten behoeve van de Luftwaffe grondig verbouwd tot Fliegerhorst en werd Fliegerhorst Deelen het grootste Duitse vliegveld van Nederland. Na de bevrijding werd het een vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht. Het terrein ligt voor het grootste deel op het grondgebied van de gemeente Ede en voor een kleiner deel op dat van Arnhem.
Geschiedenis

Op Wikipedia.org is de fascinerende geschiedenis van vliegbasis Deelen te lezen, waar het zwaartepunt ligt op de functie die het in de oorlog had, namelijk de grootste Duitse Fliegerhorst in Nederland. Het was de thuisbasis van de Focke Wulf FW-190, maar ook van de Messerschmitt BF-110 nachtjager. De nachtjagers werden ingezet tegen de grote aantallen Britse bommenwerpers die 's nachts bombardementsvluchten uitvoerden boven de Duitse havens, fabrieken en steden. Ze werden aangestuurd door radarstations op de grond, de Teerose I en II in de omgeving van Fliegerhorst Deelen. De luchtoorlog boven Nederland werd bovendien geleid vanuit de enorme bunker Diogenes, niet ver daar vandaan in Schaarsbergen. In deze bunker bevond zich een enorme glazen plaat. Vanuit de radarstations kregen de zogenaamde Blitzmädchen (Nachtrichtenhelferinnen) de positie van de eigen en vijandelijke vliegtuigen doorgeseind. Vervolgens beschenen ze met gekleurde lampen de glazen kaart en gaven daarmee de positie van de vliegtuigen weer. Aan de andere kant van het glas zaten de officieren die aan de hand van de posities hun opdrachten gaven aan de vliegvelden waar Duitse nachtjagers gestationeerd waren, zoals Fliegerhorst Deelen op de Veluwe en Fliegerhorst Leeuwarden in Friesland.

In juli 1913 kreeg de in Soesterberg opgerichte Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht (LVA) als taak het patrouilleren langs de landsgrenzen ter handhaving van de neutraliteit. Voor de uitvoering van die taak was het vliegveld Soesterberg niet toereikend. Daarom werden hulpvliegvelden ingericht bij Arnhem, Nieuw-Milligen, Gilze-Rijen, Venlo en Vlissingen. Het vliegkamp van de LVA lag pal ten noordoosten van landgoed Vrijland in de gemeente Arnhem. De onverharde startbanen ervan werden in april 1940 omgeploegd om gebruik door de Duitsers te beletten.
Voor de Luftwaffe werd tussen mei 1940 en september 1944 ten noordwesten van Vrijland - in de gemeente Ede, deels op 2.000 ha van park De Hoge Veluwe - een nieuw vliegveld van 4.000 ha met een omtrek van 25 km gebouwd onder de naam Fliegerhorst Deelen (codenaam: Alster). Dit werd het grootste Duitse vliegveld van Nederland, maar stond hiërarchisch onder 'Leithorst' Schiphol. Nederland - door de Luftwaffe aangeduid als 'Luftgau Holland'. Nederland vormde een van de voornaamste uitvalsbases van de Luftwaffe voor de aanvallen op Engeland en de eerste verdedigingslinie tegen de geallieerde luchtaanvallen op nazi-Duitsland.
Duitse inrichting

Het ontwerp was naar de toen modernste Luftwaffe maatstaven, waaronder bombescherming en verregaande geïntegreerde camouflage. Ook op Deelen werd het verharde startbanenstelsel aangelegd in de vorm van de hoofdletter A: één baan van 1.700, en twee banen van 1.300 m. Er kwamen 60 overdekte opstelplaatsen voor vliegtuigen en 100 andere gebouwen, onder meer in twee dorpen. Verder ook twee 'Werfte', verwarmde reparatiehallen voor uitgebreide reparaties, zoals vervanging van complete motoren. Deze gebouwen werden door Nederlandse aannemers en (vrijwillige) Nederlandse arbeiders gebouwd. De bouw werd voor een groot deel uitgevoerd door de CONBA (Combinatie Barakkenbouw Arnhem), een samenwerkingsverband van Arnhemse aannemers. De gebouwen kregen veelal het uiterlijk van boerderijen, maar hadden muren van 50 cm beton. Ook een echte boerderij voor de voedselvoorziening en de kweek van o.m. angorakonijnen voor bontvoering werd opgericht. Later werd zuidelijk van het vliegveld ook de grote bunker Diogenes gebouwd, het operationele vluchtleidingscentrum voor Nederland, België en Noord-Frankrijk, terwijl in de richting van Terlet de eerste Duitse radiopeilstations (Teerose I, II en III) werden gebouwd. Vanwege deze inrichtingen kwamen er 3 groepen luchtafweergeschut. Op het hoogtepunt van de luchtoorlog boven Nederland in 1943 waren hier 110 Duitse toestellen gestationeerd, meer dan op welk ander Duitse vliegveld in Nederland ook. Er werkten toen op de basis tegen 3.000 Duitse militairen

Spoor

Vanaf 1942 was de Fliegerhorst ook bereikbaar per spoor, wat een eis was voor Duitse hoofdvliegvelden. Vanaf Wolfheze (beginpunt op het westelijke deel van het spoorwegemplacement) werden volspoor rails aangelegd, het zogeheten bommenlijntje. Aan de zuidkant van het vliegveld waren rangeersporen, meerdere laad- en losperrons en twee grote opslagloodsen (Hobaghalle en Junckershalle).
Er werd vanaf het rangeerterrein in Arnhem dagelijks naar het vliegveld gereden met een diesel-elektrische locomotor van het type Sik. Voor zwaar transport werden stoomlocomotieven gebruikt.
Eén aftakking van de spoorlijn liep noordwaarts tot in het park De Hoge Veluwe. Daar bevonden zich brandstof- en munitiedepots met eigen laadperron. Een ander aftakking liep naar het zuiden tot de (ontginnings)boerderij Rijzenburg en diende voor de bouw van de Grossraum-Gefechtsstand: de enorme, nog bestaande Diogenesbunker. Hier werden de operationele gegevens van geallieerde en Duitse vliegtuigen gecoördineerd en bevelen gegeven.

 
Complexen rond de basis
  • Klein-Heidekamp (tijdens WOII Klein-Heidelager)
    Diende als officierskamp. Daarna waren de Leger Lucht Waarnemer School (LLWS), later veranderd in Opleidings Centrum Grond-Lucht Samenwerking (OCGLS) en de Kon. Marechaussee Brigade Schaarsbergen er gevestigd. De overige gebouwen waren verhuurd aan gezinnen van bewakers voor de naastgelegen mobilisatie opslag en aan personeel-voornamelijk officieren- van de Luchtmacht. Vanaf 2008 wordt het Klein-Heidekamp echter totaal verbouwd om er gasten van de Luchtmobiele Brigade onder te kunnen brengen. Daarvoor moesten alle bewoners -de meesten woonden er al tientallen jaren- hun huis verlaten.
  • Bunker Diogenes (tijdens WOII gevechtsleidingscentrum
  • Kop van Deelen
    Tijdens en ook na WOII commandocentrum van de vliegbasis. Was vanaf midden jaren 90 tot 2004 asielzoekerscentrum. De oude onderofficiersmess is nu Museum Vliegbasis Deelen De gehele Kop van Deelen is verkocht aan de jeugdzorg instelling Hoenderloo Groep.
  • Bunker Diogenes, tijdens WOII gevechtsleidingscentrum, Nu in gebruik als depot van het Rijksarchief.
  • Teerosen I, II en III maakten geen deel uit van de fliegerhorst Deelen maar waren veldstellingen op Terlet, de Rheder- en Worth-Rheder heide en de Imbosch. Dit waren radiopeilstations om geallieerde bommenwerpers richting het Ruhrgebied te lokaliseren waarna deze werden onderschept.
  • Kaderschool (aan de Koningsweg). Initieel legering voor Duitse Luftnachrichtenhelferinnen die gedurende de oorlog in de commandobunker Diogenes werkten. Na de oorlog werd er de Radio Radar School van de Luchtmacht gevestigd.
Van buiten leek het een klein museum, maar we waren onder de indruk van de collectie in het museum die een beeld gaf van de turbulente geschiedenis van het vliegveld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog de grootste Fliegerhorst van de Duitse Luftwaffe in Nederland. Na de bevrijding stalden de Canadezen er hun legermaterieel op het terrein naast het museum. In de jaren daarna, tijdens de koude oorlog, was het een vliegveld van de Koninklijke Luchtmacht.

 

De dikke veldmaarschalk Hermann Göring, hoofd van de Luftwaffe, kwam een keer kijken op Fliegerhorst Deelen.

Hier werd uitgebeeld een boer die een neergestorte piloot in zijn huis heeft gehaald. Gespannen luisteren beide naar de nieuwsberichten op Radio Oranje, waar gewag wordt gemaakt van het begin van Operatie Market Garden.

In deze vitrine liggen nieuwe aanwinsten van het museum.

Model van de Wurzburg Riese, radar ter ondersteuning van de nachtjacht.

Dit zijn de lampen die hingen in de grote bunker Diogenes, Deze bunker vormde het commandocentrum van de Derde Jachtdivisie (3. Jagddivision) van de Luftwaffe en vormde tijdens de Tweede Wereldoorlog het zenuwcentrum van de luchtverdediging van Nederland, de noordelijke helft van België, het Ruhrgebied en een strook Duitsland langs de Nederlandse oostgrens. Diogenes had rechtstreeks contact met het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Berlijn. De Duitsers hadden meerdere van dergelijke commandocentra. Zo lagen er bunkers in Stade bij Hamburg, in Grove en in Metz.

Bunker Diogenes bij Schaarsbergen

Een Duitse nachtjager valt van onderaf een Britse bommenwerper aan. In bunker Diogenes weet men de posities van de bommenwerpers, die op een glazen wand worden beschenen door Blitzmädchen en de nachtjagers worden met behulp van de Würzburg radar naar hun doel geleid.

In het museum veel aandacht voor de luchtoorlog boven Nederland met vele gevonden vliegtuigresten.

Logboek van een Duitse vlieger

Op 15 april 1945 werd het vliegveld ingenomen door Canadese militairen. Zij richtten er een legerdump in, waar oorlogsmaterieel werd verzameld. Hier wordt aandacht aan besteed in het museum.

Na de bevrijding in 1945 stond dit terrein vol met Canadees legermaterieel.
Uit het raam uitzicht op het terrein dat in 1945 vol stond met Canadese legervoertuigen. Te zien is de mooie omgeving waar het museum staat.

Achter het museum bevindt zich de radar die op de gebouw van de verkeersleiding vliegbasis Deelen stond.

 

Nu volgen nog wat foto's van Fliegerhorst Deelen.

Dit was een hangaar van Fliegerhorst Deelen voor de Messerschmitt BF-110.

Het personeel van Fliegerhorst Deelen zocht vertier in de Wehrmachtheim in het gebouw Musis Sacrum te Arnhem.

Ook het jachtvliegtuig Focke Wulf 190 was op Fliegerhorst Deelen gestationeerd.

Van 1941 tot 1943 was Major Wolfgang Falck de commandant.

Feestje van de officieren van Fliegerhorst Deelen in Arnhem.

Tijdens een pauze genieten piloten van de koffie op Fliegerhorst Deelen.

De bunker Diogenes

Nachtrichtenhelfering, ook wel genoemd Blitzmädchen. Zij deed dienst in de bunker Diogenes en bescheen met een lamp de glazen wand om daarmee de positie van een Duitse jager of vijandelijke bommenwerper aan te geven. De vluchtleiding kon vervolgens het Duitse jachtvliegtuig naar zijn doel sturen met behulp van de Würzburg radar.
De bunker Diogenes zoals die na de oorlog werd aangetroffen. De Duitsers hadden het interieur verwoest.

Canadese militaire dump op Deelen.