Op zaterdag 7 september 2019 organiseerde de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum een battlefieldtour in de wijk Lombok in Arnhem-west. Het thema was dit keer: Vierentwintig uur strijd in Lombok, de kritieke gevechten in Arnhem-West op 18 en 19 september 1944.
We werden ontvangen in het buurthuis 't Huuske in de Arnhemse wijk Lombok met koffie en een inleiding op de wandelingen die we die dag zouden maken in Arnhem-West en de wijk Lombok.
In de nacht van 18 op 19 september 1944 hadden de Britten vier bataljons weten te concentreren ondanks de steeds sterker wordende Duitse tegenstand. Op hun weg naar het oosten richting Arnhem volgde het 2e bataljon onder luitenant-kolonel J. Frost de zuidelijke Lionroute (Benedendorpseweg). Het 3e bataljon onder luitenant-kolonel J. Fitch volgde de middelste Tigerroute (Utrechtseweg) en moest het 2e bataljon aan de noordkant beveiligen. Het 1ste bataljon onder luitenant-kolonel Dobie trok op langs de noordelijke Leopoldroute (Amsterdamseweg) en moest de hoge gronden ten noorden van Arnhem bezetten en de toegangswegen uit Ede, Apeldoorn en Zutphen afsluiten.
 
Arnhem-West
 
De South Staffords in Arnhem
 
Aan het einde van maandagmiddag 18 september was er in Arnhem-West een onoverzichtelijke situatie ontstaan. Het 1ste en 3de Parachutisten Bataljon waren na een moeizame opmars vanuit Oosterbeek in de buurt van het Rijnhotel. Maar ze wisten van elkaar niet op welke locatie. De commandant van het 3e Bataljon, kolonel Fitch, besloot op zoek te gaan naar een mogelijkheid om door de kleine straten tussen de spoorlijn en de Utrechtseweg ten westen van het St Elisabeths Gasthuis verder in oostelijke richting door te stoten. Maar de Duitsers hielden de straten onder vuur en beletten een verdere opmars.

Major-General Roy Urquhart

Omdat generaal-majoor Roy Urquhart verstoken bleef van informatie van de vorderingen van zijn bataljons, besloot hij op maandag 18 september 1944 zelf poolshoogte te gaan nemen.

 
In het nauw in Lombok
Zwarteweg 14 Arnhem, waar generaal Urquhart verborgen zat op de zolder terwijl het huis omringd was door Duitse militairen.
Via de brandgang aan de achterzijde van de woningen kwamen Urquhart, Taylor en Cleminson terecht bij de achterdeur van de woning van familie Derksen, die hun snel binnenliet en de trap op liet gaan naar de zolder.
In 2007 bezocht Cleminson de woning aan de Zwarteweg 14, waar hij samen met Urquhart en Tayler benauwde uren doorbracht op de kleine zolder.
Hier toont Cleminson hoe krap de ruimte was waar ze zich meer dan 12 uur moesten schuil houden.,
 

Brigadier Gerald Lathbury

Tijdens deze opmars werden generaal Urquhart, kapitein William Taylor, Lathbury's inlichtingenofficier, die hem had vergezeld en luitenant James A.S. Cleminson op een gegeven moment ingesloten door Duitse troepen. Bij het oversteken van de Frederik Hendrikstraat werden zij beschoten, waarbij Lathbury werd geraakt aan zijn ruggegraat en linkerbeen waardoor hij tijdelijk verlamd raakte. Hij werd in de woning aan de Alexanderstraat 135 in veiligheid gebracht. Hij werd opgevangen door een Nederlands echtpaar dat hem later in een veldhospitaal liet opnemen. Hij loog over zijn rang en gaf voor Lance Corporal te zijn. Hij ontsnapte door doodgewoon de hoofdingang van het ziekenhuis uit te wandelen waar hij was opgenomen. De Nederlandse Ondergrondse bracht hem in contact met andere ondergedoken Britse soldaten. Lathbury regelde samen met Lieutenant Colonel David Dobie en Major Digby Tatham-Warter een ontsnapping over de Rijn tijdens operatie Pegasus I. Lathbury en Digby staken op 22 oktober met nog 137 man de Rijn over en maakten contact met Easy Company, 506 Parachute Infantry Regiment van de 101st Airborne Division.

De drie officieren Urquhart, Taylor en Cleminson waren  genoodzaakt om dekking te zoeken in het huis van de familie Derksen aan de Zwarteweg 14. De drie officieren verbleven tijdens deze cruciale fase in de strijd meer dan 12 uur op de zolder, totdat het veilig genoeg was om terug te keren naar het hoofdkwartier in Hotel Hartenstein.

Alexanderstraat 135 waar de gewonde generaal Lathbury heen werd gebracht. Vandaar kwam hij via het St Elisabeths Gasthuis in contact met het Edese verzet die er voor zorgde dat hij via operatie Pegasus I kon ontsnappen over de Rijn naar bevrijd gebied.
 
Slaande ruzie tussen Hackett en Hicks
 
De 1st Airlanding Brigade onder brigadier Hicks moest die dag naar het oosten oprukken ter bescherming van de westelijke sector van het gevormde bruggenhoofd. Maar op het hoofdkwartier van de Airborne Division was het crisis op maandag 18 september 1944 omdat de bevelhebber generaal Roy Urquhart zoek was. Urquhart was kort na de landingen in zijn jeep gesprongen en richting Arnhem gereden, aangezien hij geen verbinding kon krijgen met de eenheden die daar op weg waren naar de brug. Luitenant-kolonel Mackenzie, de chef-staf van Urquhart, ging er van uit dat generaal Urquhart optrok met generaal Lathbury, hetgeen inderdaad het geval was. Het lukte echter niet vanuit het hoofdkwartier, dat zich nog steeds bevond aan de rand van de landingsterreinen van Wolheze, contact te krijgen met Urquhart, vroeg Mackenzie in de vroege ochtend van 18 september 1944 aan Hicks of hij het commando over de gehele Airborne Divisie op zich wilde nemen. Hicks had er wel veel moeite mee, want er heerste min of meer een chaos. Onduidelijk was de positie van de verschillende eenheden, slechte radioverbindingen en het ontbreken van commandanten. Wel was hem duidelijk geworden dat er meer Duitsers in Arnhem waren dan aanvankelijk was aangenomen. Daarom gaf Hicks de opdracht aan het South Staffordshire Regiment om als extra bataljon op te rukken in de richting van de Rijnbrug. 

In de middag van 18 september landde generaal Hackett met zijn 4de Parachutisten Brigade op de Ginkelse heide. Hij werd boos toen hij hoorde dat generaal Hicks op dat moment het bevel voerde over de gehele Airborne Divisie. Hicks had direct na de landing van de 4de Parachutisten Brigade van Hackett, één van de bataljons uit die brigade, het 11e Bataljon, opdracht gegeven op te rukken naar Arnhem om de Rijnbrug te bereiken. Generaal Hackett was boos omdat Hicks deze opdracht aan het 11de bataljon uit de 4de brigade van Hackett had gegeven zonder met hem te overleggen. En bovendien vond Hackett dat hij de leiding zou moeten hebben over de gehele divisie omdat hij meer dienstjaren had. Kolonel Mackenzie had tijdelijk het hoofdkwartier van de divisie ondergebracht in Hotel Hartenstein in Oosterbeek. Mackenzie was maandagavond in Hartenstein even een dutje aan het doen toen hij door een van zijn stafmedewerkers gewekt werd met de mededeling dat “de twee brigadegeneraals, Hicks en Hackett, slaande ruzie hadden”. En dat terwijl de kogels om hun oren vlogen. In feite een bizarre situatie, waar competentie, prestige en botsende persoonlijkheden belangrijker leken te zijn dat de zorgelijke situatie van dat moment, waarbij de airbornes waren bloodgesteld aan moordend Duits vuur. Toen Mackenzie naar beneden ging om de twee kemphanen uit elkaar te halen, bleek de ruzie inmiddels min of meer gesust te zijn. Hackett legde zich neer bij de situatie, al was het niet van harte. Generaal Hicks hield het commando over de Airborne divisie tot de ochtend van dinsdag 19 september. Toen keerde generaal Roy Urquhart terug op het hoofdkwartier nadat hij ruim 12 uur op een zolder aan de Zwarteweg verstopt had gezeten om aan de Duitsers te ontkomen.
 
Versterking in Arnhem-West
 
Het 2de Bataljon The South Staffords, die met het tweede luchttransport waren gekomen, rukken via Oosterbeek op naar Arnhem.
Deze foto is gemaakt op dezelfde locatie waar de mannen van The South Staffords liepen op de Utrechtseweg vanuit Oosterbeek richting Arnhem.
 
Behalve het 1ste en 3de Parachute Bataljon waren er dus nog twee bataljons op weg naar de brug. Het 2de Bataljon The South Staffordshire Regiment en het 11de Parachute Bataljon (onderdeel van het 4de brigade van Hackett). De commandant van de Staffords, Luitenant-Kolonel McCardie, arriveerde om 17:30 uur in Arnhem West met 420 man van zijn B en D Company. Zijn A en C Company, net als een deel van de Support Company, arriveerden pas met de tweede landing en die kwamen in de loop van de avond aan in Arnhem-West. Het 11de Bataljon kreeg direct na de landing op de Ginkelse Heide te horen dat ze onder bevel kwamen van de 1st Parachute Brigade, waarop de manschappen naar de brug werden gestuurd. Dit bataljon bereikte om 23:30 uur het gebied rond Lombok.
 
Utrechtsestraat
 
 
Onderlangs
 
Zie de reportage over Onderlangs elders op ARS Website
 
Orders Tegenorders
 
Duitse militairen op de Utrechtseweg bij NBM tramwagon nr. 54 in september 1944. Rechts de hoek met de Oranjestraat. Duitse soldaten lopen de Garage Arnhem binnen.
De Garage Arnhem in 2018
E
En helaas weer een historisch pand verdwenen. De Garage is niet meer.
 
Om 18:00 uur treffen McCardie en Dobie elkaar in de Garage nabij de kruising Utrechtseweg en Oranjestraat. Ze vermoeden dat ook het 3de bataljon in de omgeving is, maar kunnen de bataljonscommandant niet vinden. De afspraak wordt gemaakt dat Dobie de leiding overneemt, aangezien niemand van de staf van de 1st Parachute Brigade beschikbaar is. Er wordt een aanvalsplan met hun bataljons gemaakt. De South Staffords vallen aan over de hoger gelegen Utrechtseweg in de richting van het museum. Het 1ste bataljon gaat voorwaarts over het lager gelegen Onderlangs. De startlijn is de lijn tussen het Rijnpaviljoen en het St Elisabeths Gasthuis.
We lopen naar het punt tot waar 3de Parachutistenbataljon onder commando van luitenant- kolonel Fitch gekomen is op dinsdagmorgen. Hier rukten ze op over het lager gelegen Onderlangs langs de Rijn op 19 september 1944.
We lopen de opmarsroute van het 3de bataljon langs Onderlangs, die proberen onder dekking van de duisternis de brug te bereiken om contact te maken met het 2de bataljon van luitenant-kolonel Frost.
Dit is het punt tot hoever het 3de bataljon gekomen is. Helaas is de brug niet bereikt. Het was niet mogelijk verder op te rukken vanwege de Duitse sperrlinie. Daardoor bleeft Frost bij de brug op zichzelf aangewezen. Ook het 30ste Legerkorps bleek niet in staat de Rijnbrug te bereiken. Thans staat er een gedenkteken.
Inmiddels heeft Fitch onder dekking van de duisternis geprobeerd door te stoten naar de verkeersbrug. Aanvankelijk rukten ze 800 meter op via Onderlangs dicht langs de Rij. Daar stoten ze op hevig vuur waarbij veel slachtoffers vielen. Fitch werd daardoor gedwongen de aanval af te breken. Terwijl Dobie en McCardie hun aanval voorbereidden, kwam het bericht door dat de stellingen van het 2de bataljon bij de brug waren gevallen. Ze besloten hun aanval af te lasten. Dit bericht is bleek om 23:00 uur echter onjuist, want de mannen van Frost op de brug deden een vuuraanvraag. Dobie besloot niet direct door te gaan zonder duidelijke opdracht en stuurde een koerier naar het divisiehoofdkwartier om het bericht te verifiëren. Als reactie daarop kreeg Dobie van brigadier Hicks, op dat moment de waarnemend divisiecommandant, de opdracht met de gehele Britse strijdmacht in Arnhem-West terug te keren naar Oosterbeek.
 
De Duitse reactie
 
De Duitsers reageerden heel alert op de Britse aanval met parachutistenbrigades. De Britten hadden welliswaar 6 ponders en 17 ponders in hun gliders meegenomen, maar merkwaardig genoeg werden die niet meegenomen naar Arnhem. Vandaar dat het helemaal mis ging toen de Duitsers Sturmgeschütze van de Strurmgeschütz-Brigade 280 uit Bochelt, 48 kilometer van Arnhem, lieten aanrukken. Rond middernacht op maandag arriveerden via het spoor tien Sturmgeschütze. Via de weg verplaatsten zij zich in de nacht naar Arnhem, om daar op dinsdagmorgen aan te komen. Aanvankelijk was deze eenheid van de Wehrmacht met de trein onderweg van Oksbøl in Denemarken naar Hamburg voordat zij naar het front bij Arnhem werd gedirigeerd.
Op dinsdagmorgen 19 september arriveren Sturmgeschütze van de Sturmgeschütz-Brigade 280 in Arnhem. De Britse para's blijken hier niet tegen opgewassen, zodat ze zich spoedig moesten overgeven.
De brug bij Arnhem was voor de parachutisten-betaljons ook onbereikbaar geworden vanwege de door de opgeworpen blokkadelijn en de kampfgruppen die actief waren in Arnhem en omgeving.
 
Aanval van de Airborne Brigade
 
Er werd nog wel een aanval ingezet. Kort daarna, om 04:00 uur, maakte het 1ste bataljon contact met de terugtrekkende elementen van het 3e bataljon, die eerder in het open terrein waren vastgelopen. Fitch besloot met de laatste 50 man van zijn bataljon de aanval het het 1ste bataljon te ondersteunen. Bij het gemeentemuseum werden ze echter waargenomen door de Duitsers en er was geen doorkomen meer aan. Het gros werd al dan niet gewond krijgsgevangen gemaakt. Onder hen is Lt Col. Dobie. De commandant van het 3de bataljon, lt. Col. Fitch sneuvelde bij een mortierbeschieting.
Utrechtseweg - Gemeentemuseum waar de 2nd South Staffords zich moesten overgeven.
Aan het ornament aan de zijkant van het pand van het gemeentemuseum zag ik nog duidelijk sporen van de strijd die hier gevoerd is tussen Duitsers en de South Staffords.
We kregen onderweg telkens mooie vergelijkingsfoto's te zien. Ook hier bij het Gemeentemuseum aan de Utrechtseweg.
Duitse militairen gesteund door Sturmgeschütze van de Sturmgeschütz-Brigade 280 op de Utrechtseweg in de omgeving van het Gemeentemuseum.
Parachutisten van de South Staffords geven zich over aan de Duitsers op de Utrechtseweg in de omgeving van het gemeentemuseum.
Utrechtseweg 72 - In dit gebouw hebben 30 leden van de 1e Britse Airbone Div. zich van 18 tot 19 sept. 1944 verdedigd tegen een grote overmacht. Het heeft de naam Airborne House gekregen.
Utrechtseweg, Arnhem, 19 September 1944
Sturmgeschütze schoten op de gebouwen waardoor ze enorme schade aanrichtten. Door de gaten in de muren drong infanterie de huizen binnen waar de airbornes zich hadden verschanst.
Aanvankelijk slaagde D-Company er in het Gemeentemuseum en de huizen ten westen daarvan in te nemen, maar ze werden bestookt door de Duitsers met 20mm- en 37mm luchtdoelgeschut. vanaf.de zuidelijke oever van de Rijn. Hier hebben we uitzicht op het gebied waar dit luchtdoelgeschut stond vanaf Onderlangs, in de omgeving van het Gemeentemuseum.
Zicht op museum bij St Elisabeth Gasthuis waar Duitse sperrlinie was opgeworpen.
Zicht op Meinerswijk waar Flak geschut 591 in stelling was dat de airbornes onder vuur nam.
Kochbunker in de tuin van Museum Arnhem. Kochbunkers stammen uit het najaar van 1944. De bunkers in de tuin van Museum Arnhem zijn, evenals een wirwar aan loopgraven, aangelegd door Nederlandse dwangarbeiders na de slag om Arnhem (september 1944). Toen werd het laag liggende gebied tussen Arnhem en Nijmegen frontgebied.
Tegenover Van Lingen College Utrechtseweg 174 waar McCardie zijn commandopost had. Hij zocht van daaruit contact met Lt. Col. Lea met zijn B Company, die zich in de buurt van het St Elisabeths Gasthuis bevond. McCardie vroeg hem om zijn 11de bataljon op de linkerflank in te zetten langs de Renssenstraat, pal naast het spoor. Lea stemde in met het verzoek van McCardie en overlegde met zijn ondercommandanten.
Maar tot die inzet van het 11de bataljon kwam het niet door de Duitse tegenaanval via de Utrechtseweg. Met hun 75 mm kanonnen schoten ze gaten in de muren, waardoor de infanterie naar binnen kon dringen. De South Staffords hadden alleen de beschikking over een beperkte hoeveelheid PIAT- antitankgranaten.
Hier staan we tegenover Van Lingen College, 200 meter westelijk van het Gemeentemuseum en ook te zien is het St Elisabeths Gasthuis met daarachter de straten van de wijk Lombok, waar Urquhart benauwde uren op een zolder aan de Zwarteweg 14 heeft doorgebracht. En daar in de omgeving zat Lt. Col. Lea met zijn 11de bataljon in de straten van Arnhem-West.
Utrechtseweg op het punt waar de Duitsers een verdedigingslinie hadden opgeworpen waardoor de brug met het daar ingesloten 2de bataljon van Frost onbereikbaar was geworden voor de bataljons die probeerden op te rukken.
 
In de middag bezochten we de woonwijk waar de koepelgevangenis staat. Ik maakte deze foto en de koepel is goed te zien. Fascinerend, want ik was er nog niet zo dichtbij geweest.
 
Lt. Col. Lea kreeg ban een verbindingsofficier te horen dat Urquhart de plannen voor zijn geplande aanval ter ondersteuning van de South Staffords had overruled. Het divisiehoofdkwartier gaf hem opdracht zich terug te trekken in de woonwijk in de omgeving van de koepelgevangenis en zich gereed te houden voor een aanval naar het noorden, over het spoor. Dit om het hoger gelegen terrein Heynenoord-Diependaal in te nemen. Urquhart vond deze beweging noodzakelijk om de opmars van de 4th Parachute Brfigade te ondersteunen, die dan nog in de richting van de hoger gelegen delen van Arnhem aanviel. Maar Urquharts bevel was niet langer realistisch. De Duitsers hadden inmiddels langs de spoorlijn een sterke verdedigingslijn ingericht.
 
De strijd in Lombok-West
 
In de stromende regen staan we in de woonwijk Lombok-West bij De Koepel, waar Lt. Col. Lea met zijn bataljon moest hergroeperen.
 
Het 11th Battalion bevond zich in een onmodelijke situatie in de omgeving van het St Elisabeths Gasthuis. Lt. Col. Lea moest zijn bataljon hergroeperen in de woonwijk bij De Koepel om de nieuwe opdracht van de divisie te gaan uitvoeren. Hij moest de South Staffords ondersteunen in hun strijd bij het Gemeentemuseum. Hij stuurde nog een koerier naar McCardie om hem van de gewijzigde plannen op de hoogte te stellen, maar die kwam nooit aan. De Britten raakten nu snel het initiatief kwijt.
De South Staffords raakten door hun munitie heen en moesten de huizen en tenslotte ook het Gemeentemuseum zelf prijsgeven. Veel Staffords werden gevangen genomen. De rest trok zich terug richting Oosterbeek langs de Utrechtseweg. Het laatste verzet van de Staffords werd gebroken rond 10:00 uur tegenover het Van Lingen College. McCardie werd daar krijgsgevangen gemaakt.
We staan hier voor de ingang van Den Brink waar we een uiteenzetting krijgen van de gebeurtenissen hier.

De ontwikkelingen volgden elkaar snel op. Lt. Col. Lea probeerde zijn bataljon te verzamelen in het westelijk deel van Lombok, tussen de Oranjestraat en De Brink. De C Company van de South Staffords, die pas rond 06:30 uur in het westelijk deel van Lombok was aangekomen, kreeg van hem de opdracht het hoger gelegen terrein van Den Brink in te nemen. Rond 13:00 uur voerden de Duitsers een tweede aanval uit vanuit noordelijke richting. De aanval werd uitgevoerd door Sturmgeschütze, gesteund door mortieren. Ze passeerden de Oranjebrug in zuidelijke richting en bogen vervolgens naar het westen af. De zich reorganiserende eenheden van het 11de bataljon waren niet opgewassen tegen de aanvallen vanaf de Oranjebrug en de Utrechtseweg. Er vielen veel slachtoffers en een groot aantal parachutisten werd krijgsgevangen gemaakt.

Ondanks de regen luisteren we geboeid naar onze gids die vertelt over de strijd op het punt waar we staan bij de Oranjestraat en Den Brink.
 
Rond 15:00 uur op 19 september was de strijd voorbij. Van de vijf Britse bataljons die op zondag en maandag Arnhem waren binnengetrokken, een strijdmacht van ongeveer 3000 man, hebben 700 de verkeersbrug bereikt. Slechts 500 man slaagden erin om op dinsdagmiddag terug te trekken naar Oosterbeek. Rond de 120 man waren gesneuveld. De rest, al dan niet gewond, werd door de Duitsers gevangen genomen. Drie bataljonscommandanten werden krijgsgevangen gemaakt. Frost volgde als vierde een dag later. De vijfde bataljonscommandant John Fitch, sneuvelde eerder die dinsdag. Slechts een klein deel van de Britse eenheden heeft gevangenschap weten te ontlopen door zich schuil te houden bij Nederlandse burgers.
 
Uniek bezoek aan het St Elisabeths Gasthuis
 
Tijdens deze tour brachten we een uniek bezoek aan het St Elisabeths Gasthuis. We mochten er namelijk naar binnen en niet alleen in de hal, maar ook in de zijvleugel, zodat ik een foto kon maken van de binnenplaats. We hoorden van in een in de groep aanwezige deskundige over de verzorging van gewonden. Het ging om levensreddende verpleging. Dat ging door ook al wisselde het ziekenhuis wel tien keer van bezetter. Duitse en Britse artsen werkten gewoon samen. Wat mij aanspreekt is het bloedstollende verhaal van John Hackett, die hier ook gewond terecht komt. In het boek De Gans is gevlogen wordt zijn avontuur beschreven, maar het is ook te vinden op de site van Platform Militaire Historie Ede.
Let op de oorlogsschade rechts aan de gevel.
We werden ontvangen in de hal van het voormalige St Elisabeths Gasthuis, thans apparatementencomplex. Onderaan de trap die zo bekend geworden is door de scêne uit de film Theirs is the Glory.
We hebben het St Elisabeths Gasthuis weer verlaten. Een uniek bezoek.
Afsluiting van deze battlefieldtour in het Rijnhotel van waaruit ik nog een paar foto's maakte van de Rijn met de toren van de Eusebiuskerk.