De webmaster van ARS Website met zijn vrouw voor het legendarische Anne Frank Huis.
Op 22 juli 2022 namen we deel aan een dagtour van Veenstra Reizen naar het Anne Frank Huis in Amsterdam. Voorafgaand aan ons bezoek kregen we onder leiding van een gids een rondwandeling door de voormalige Joodse buurt.
Deze foto heb ik genomen vanaf de markt op het Waterlooplein van de Amsterdamse gracht die daarlangs liep.
Bij aankomst in Amsterdam kregen we eerst de gelegenheid zelf de stad in te gaan om te gaan lunchen. Wij deden dat aan het Waterlooplein.
We zaten in een gezellige eetgelegenheid aan het Waterlooplein.
 
Begin 1941 kwam er een verordening dat alle Joden zich moesten laten registreren. Er kwamen borden met “voor Joden verboden” en borden met “Joodse wijk”.

Deze verordening wekte veel woede op. In de illegale bladen werd hevig stelling hier tegen genomen. De manier waarop de WA (een afdeling van de NSB) deze verordening handhaafde ging alle perken te buiten.
Er werden in de “Jodenhoek” ruiten ingeslagen, vernielingen aangericht en mensen mishandeld door de WA.
Op 10 februari kwam het tot een confrontatie tussen de WA en de Joodse knokploegen.
Hierna werd de Joodse wijk volledig afgegrendeld. Op 22 februari werden 425 Joodse mannen als vergelding opgepakt en afgevoerd naar het vernietigingskamp Mauthausen. Dit was de aanleiding tot de grote en massale “februari staking” een groots protest van de Amsterdamse bevolking tegen deze wreedheden.
Dit wordt jaarlijks herdacht bij het standbeeld van de Dokwerker.
De Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam ter nagedachtenis aan de Februaristaking van 1941. Op de achtergrond het gebouw van de Portugese synagoge. Onze gids vertelde dat er in dat gebouw geen electriciteit aanwezig is en er kaarsen worden gebruikt.
 
Razzia's 22 en 23 februari 1941
 

 De WA dwong af dat overal deze bordjes werden opgehangen

 
De Weerafdeling (WA) van de NSB trekt de Amsterdamse Joodse wijk in en valt Joden lastig. De WA’ers intimideren Joden, brengen vernielingen aan, stelen en plegen openlijk geweld. Er ontstaan een tegenbeweging, waarbij de Joodse en ook niet-Joodse Amsterdammers in knokploegen de confrontatie aangaan met WA’ers. Op 11 februari 1941 is er weer zo’n rel op het Waterlooplein, er wordt gevochten en WA’er Hendrik Koot raakt zwaar gewond. Hij overlijdt drie dagen later. Zijn begrafenis wordt een enorme publicitaire stunt van de NSB. De dood van Koot wordt aangegrepen om de Joden te straffen. Een aantal leiders van de Joodse gemeenschap worden bijeengeroepen en krijgen de opdracht om een Judenrat op te zetten. Deze werd verantwoordelijk voor de orde en rust in de Amsterdamse Joodse gemeenschap en later die van het gehele land. De eerste opdracht heeft direct verband met de onrust: de Raad moet erop toezien dat Joden alle wapens inleveren bij de autoriteiten.Al wekenlang wordt een grote staking voorbereid, als de Razzia van Amsterdam plaatsvindt. Deze vormt voor leden van de illegale Communistische Partij van Nederland (CPN) aanleiding om de staking in werking te zetten. Zo'n tienduizend medewerkers van verschillende bedrijven leggen het werk neer, en staken op 25 en 26 februari in Amsterdam. De staking slaat ook over naar andere plaatsen en bedrijven. Onder andere in Zaandam, Utrecht, Haarlem en Velsen. De bezetter grijpt met harde hand in.
Op 22 februari rijdt een colonne Duitse legertrucks het Waterlooplein op en de buurt wordt afgegrendeld. Jonge Joodse mannen worden door de Grüne Polizei (Ordnungspolizei in groen uniform) hardhandig naar de verzamelplekken op het Jonas Daniël Meijerplein en het Waterlooplein gebracht. Hier worden zij vernederd, mishandeld en afgevoerd. De volgende dag gebeurt hetzelfde en dan zijn veel niet-Joodse Nederlanders getuigen van de razzia vanwege de zondagsmarkt op het Waterlooplein. In totaal worden er 427 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar opgepakt. Al wekenlang wordt een grote staking voorbereid, als de Razzia van Amsterdam plaatsvindt. Deze vormt voor leden van de illegale Communistische Partij van Nederland (CPN) aanleiding om de staking in werking te zetten. Zo'n tienduizend medewerkers van verschillende bedrijven leggen het werk neer, en staken op 25 en 26 februari in Amsterdam. De staking slaat ook over naar andere plaatsen en bedrijven. Onder andere in Zaandam, Utrecht, Haarlem en Velsen. De bezetter grijpt met harde hand in.

Razzia op het Jonas Daniel Meijerplein Amsterdam 22-23 februari 1941.

Wagens van de Grüne Polizei op het Waterlooplein 22 februari 1941.

Arrestanten op het Waterlooplein. Waarschijnlijk is deze foto stiekem gemaakt.
Vanuit een raam is deze opname gemaakt van de razzia op het Waterlooplein. Te zien zijn Duitse soldaten tegenover gevangen genomen Joden en wagens van de Grüne Polizei die het plein oprijden om de arrestanten af te voeren naar Schoorl.
Joodse mannen in de Jodenbreestraat tijdens de razzia op 22 februari 1941
 

Lege Joodse huizen

 
Na de oorlog drong de gruwelijke waarheid omtrent de vernietigings kampen pas goed door. De Joodse wijk (de Jodenhoek) was leeg, de huizen die ontruimd waren door de Duitse bezetters waren geplunderd, gesloopt of opgestookt in de koude winter van 1944. En van de Joodse bevolking is maar een bitter klein deel terug gekeerd. Weg waren ze, die handelaren, de straathandel, de drukte. Het was stil geworden in de wijk. Met de wederopbouwwet van 1950 is een begin gemaakt om deze buurt weer bewoonbaar te maken..

Het zou nog vele jaren duren voordat de buurt weer een bewoonbaar uiterlijk kreeg, de Nieuwmarktrellen, het verzet tegen de bouw van de metro en de bouw van het stadhuis zorgden voor veel beroering.
Voorafgaand aan ons bezoek aan het Anne Frank Huis maakten we een rondwandeling door de Joodse Wijk onder leiding van een gids die duidelijk liefde had voor mensen en bewogen was met het lot dat de Joden in de oorlog trof.
 
Henri Polaklaan
 
Gebouw van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB) in Berlagestijl aan de Henri Polaklaan 8 Amsterdam. Het gebouw moest een grandeur uitstralen. De bezoeker moest via een statige trap het pand betreden.

In de voorgevel is in de toren een diamand zichtbaar.

 De Kleine Plantage Henri Polaklaan 6-10 Amsterdam Portugees Joods ziekenhuis waar Joodse mannen vrijgesteld van deportatie werden gesteriliseerd tussen mei 1943 en zomer 1944
 
De Plantage Middenlaan

De Plantage Middenlaan is een straat in de Plantagebuurt in Amsterdam-Centrum. Het is de hoofdstraat van de Plantagebuurt en dateert uit de grote stadsuitbreiding van 1658. De Plantage Middenlaan ligt in het verlengde van de Muiderstraat en loopt in zuidoostelijke richting naar het Alexanderplein. Hij wordt gekruist door de Plantage Kerklaan.

Bekende gebouwen aan de Plantage Middenlaan zijn de Hollandsche Schouwburg, Desmet en de Muiderpoort. Aan de Plantage Middenlaan liggen ook de dierentuin Artis, Hortus Botanicus Amsterdam en het Wertheimpark.

 
Auschwitzmonument in het Wertheimpark
 
In het Werhheimpark stonden we bij het Auschwitzmonument. Hier wordt jaarlijks de bevrijding van Auschwitz herdacht op 27 januari 1945. Het Auschwitzmonument (ook bekend als Spiegelmonument 'Nooit Meer Auschwitz' of Gebroken spiegels) is een Nederlands herdenkingsmonument in het Wertheimpark in Amsterdam ter nagedachtenis aan de omgekomenen in het concentratiekamp Auschwitz en de andere concentratie- en vernietigingskampen. Het monument is in 1977 ontworpen door schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers. Wolkers had opdracht gekregen een monument te maken boven een urn met as van slachtoffers uit het concentratiekamp uit Auschwitz.

Zicht op aan het Wertheimpark grenzende huizen.

 
Onderduikers in Artis
 
Vanaf september 1941 mochten Joden, onder druk van de Duitsers, geen openbare plaatsen meer bezoeken. Ook ARTIS was vanaf toen verboden voor Joden. ARTIS werd gebruikt als onderduikplek. Een van de onderduikplekken was de zolder van de Roofdierengalerij.

Bezoekers bij de net geopende Apenrots, 24 mei 1940

Duitse militairen voederen aan aapje in het monumentale Apenhuis.

 
Ongeveer 250 man zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Amsterdamse Artis ondergedoken. De Duitsers zorgden vrij goed voor de dieren, wat gunstig was voor de onderduikers. Die hadden daardoor de laatste moeilijke jaren van de oorlog redelijk te eten.

Duitse soldaten bij de leeuwenkuil.

 
Amsterdams bevolkingsregister
 
In het gebouw naast de ingang van Artis, nu een restaurant, zat vanaf 1941 het Amsterdamse bevolkingsregister. Op 27 maart 1943 vond hier een aanslag door het verzet plaats. Het doel was persoonsgegevens te vernietigen die werden gebruikt voor de deportatie van de Joden.
Op de foto de ravage na de aanslag. De beroemde verzetsheld Gerrit van der Veen was een van de leiders.
 
De Hollandsche Schouwburg
 
De Hollandsche Schouwburg is een Joods monument aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam. Tussen 1893 en 1942 was het een theater. In de oorlogsjaren 1942 en 1943 was het een verzamelplaats waarvandaan Joden via Kamp Westerbork en Kamp Vught gedeporteerd werden naar de vernietigingskampen van nazi-Duitsland.

Registratie van opgepakte Joden in de Hollandsche Schouwburg.

De Joden werden verzameld in de Hollandsche Schouwburg en moesten daar wachten op hun deportatie onder erbarmelijke omstandigheden.
Gretha (Greetje) Velleman in de Hollandsche Schouwburg. Amsterdam, 6 december 1924 – Auschwitz, 30 september 1942. Bereikte de leeftijd van 17 jaar. Gretha Velleman was schoenenverkoopster in een Bata-winkel in de Van Swindenstraat in Amsterdam.

Joden verzameld in de Hollandsche Schouwburg.

 
Crêche Hollandsche Schouwburg
 
Tegenover de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan bevond zich de crêche. De Duitsers konden niet tegen het geschreeuw van kleine kinderen in een overvol gebouw, waar alle Joden in en rond Amsterdam in werden gepropt alvorens gedeporteerd te worden naar doorgangskamp Westerbork alvorens per trein naar de vernietigingskampen getransporteerd te worden. Daarom werd tegenover de Hollandsche Schouwburg een kindercrêche gecreëerd.

Joodse kinderen met verzorgster rond 1942

 
De kindersmokkel Hollandsche Schouwburg was een geheime operatie van enkele Nederlandse verzetsgroepen om Joodse kinderen te laten onderduiken die in de Hollandsche Schouwburg bijeengebracht waren voor deportatie naar de concentratiekampen.De operatie  werd mede geleid door de beheerder van de schouwburg, Walter Süskind, die, vanwege zijn vloeiende Duits en het feit dat hij met de toen in Amsterdam werkzame SS-officier Ferdinand aus der Fünten op school had gezeten, vertrouwen genoot bij de Duitsers. Hij kon zonder argwaan te wekken de gegevens van geregistreerde Joodse kinderen vervalsen en ze laten ontsnappen via de tegenover de schouwburg gelegen crèche op de Plantage Middenlaan 31 die als dependance in gebruik was.Samen met de directrice van de crèche, Henriëtte Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad, die ook in de schouwburg werkte, werd een werkwijze opgezet om de kinderen er weg te krijgen.

Henriëtte Pimentel liet haar kinderen niet in de steek.

 
Er waren verschillende ontsnappingsmethoden. Baby's werden achterom door de tuin naar de Hervormde Kweekschool op nummer 27 gebracht waarvan de directeur, Johan van Hulst, meewerkte en waar de crèche beschikte over een extra slaapzaal. Van de crèche gingen ze in een tas, mand of rugzak naar buiten. Ook gebruikte men het moment waarop de tram voorbijkwam om kinderen door de voordeur te laten ontsnappen.[1] De leidsters maakten met de wat oudere kinderen korte wandelingen op straat, waarbij ervoor gezorgd werd dat een kind wegraakte.

De kinderen werden per tram en trein naar Limburg, Drenthe en Friesland gebracht waar het verzet onderduikadressen regelde.

Pimentel en Cohen-Kattenburg brachten zo veel mogelijk kinderen naar leden van het verzet. Vier verzetsgroepen hielden zich bezig met het onderbrengen van de kinderen: de Naamloze Vennootschap (NV-groep) met Joop Woortman, het Utrechts Kindercomité, de Trouwgroep en de Amsterdamse Studenten Groep (ook wel de groep Meerburg of de groep Van Doorn genaamd) met Piet Meerburg, die zijn rechtenstudie afbrak om deze groep te helpen. Samen redden de verschillende groepen ongeveer duizend Joodse kinderen uit de crèche.

Halverstad en Süskind zorgden ervoor dat de inschrijvingen van de kinderen verwijderd werden uit de administratie. Dit werk gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad hiervan op de hoogte was. Naar schatting, onder meer van onderzoeker Bert Jan Flim, moeten er gedurende achttien maanden ongeveer vijfhonderd tot zevenhonderd kinderen zijn gered, die voor een groot deel in Limburg en Friesland terechtkwamen. Gisela Wieberdink-Söhnlein, lid van de Utrechtse groep, stelt dat het er 1100 zijn geweest. Meerburg stelde dat als de Nederlandse regering in ballingschap meer had gemeld over het lot van Joden, veel meer Joodse ouders bereid zouden zijn geweest hun kinderen voor onderduik af te staan.
 
Plantage Middenlaan
 
Monument Plantage Middenlaan 9.

De tekst op het monument luidt:

‘AAN ALLEN DIE TIJDENS DE DUITSE BEZETTING
HEBBEN GEHOLPEN JOODSE KINDEREN
VOOR DEPORTATIE TE BEHOEDEN.
1940 – 1945′.

 
Studio Desmet
 
Op nummer 4 van de Plantage Middenlaan staat Studio Desmet. Het heeft nu een sierlijke Art-Deco gevel. De destijds beroemde toneelspeelster Rika Hopper trad hier op in haar eigen theater. Ze woonde vlakbij maar kwam graag met een taxi. Vanaf september 1941 mochten alleen Joden het theater bezoeken en werd het theater, van de niet-Joodse directeur Sellmeijer, het "Theater van de Lach" genoemd. In het voorjaar van 1942 werd het gesloten. Van 1944 tot 1946 beleefde het theater nog een kortstondige bloeiperiode als het Hortustheater. In 1946 werd onder de naam Desmet het pand opnieuw geopend als bioscoop, aangekocht door Theo Desmet en vernoemd naar zijn oom filmdistributeur en -pionier Jean Desmet (1875-1956). Tot 1997 was bioscoop Desmet/Cine D. een van de populairste arthouse/off-circuitcinema's van Amsterdam. Na een grondige verbouwing opende in 2001 Desmet Studio's zijn deuren en tot op heden vinden er radio- en televisieopnames en live-uitzendingen plaats. Naast de broadcastfaciliteiten is Desmet Studio's ook in gebruik als locatie voor de meest uiteenlopende evenementen: feesten en borrels, concerten, trainingen, bruiloften, seminars, bijeenkomsten, cd-, boek- en productpresentaties etc.
 
Plantage Parklaan 9: kantoor van de Joodse Raad
 
Plantage Parklaan 9: gevelsteen met ‘Joodse Gemeente’. Hier zat tijdens de oorlog een kantoor van de Joodse Raad. Het werd een van de plekken waar Joden hun sterren moesten kopen. Onder anderen Anne Frank en haar familie kochten hier hun ster.
Plantage Middenlaan rond 1900. Opvallend zijn de prachtige bomen. Omdat de bouw van de grachtengordel stagneerde, zijn de grachten in de 17e eeuw niet doorgetrokken.

De Plantage Middenlaan tijdens de bevrijding in mei 1945.

 
Nieuwe Keijzersgracht: Stolpersteine
 
Aangekomen bij de Nieuwe Keijzersgracht laat onze gids ons struikelstenen en Joodse namen aan de kade zien, die er aan herinneren dat hier veel Joden hebben gewoond, die zijn gedeporteerd. De Duitse kunstenaar Gunter Demnig begon in 1997 met het leggen van de eerste Stolperstein in de Berlijnse wijk Kreuzberg.
Inmiddels liggen er in vele landen al Stolpersteine. Het is een herinnering aan de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog. Een Stolperstein is een betonnen steen van 10 x 10cm, met aan de bovenkant een messing plaatje waarin de naam, geboorte- en overlijdensdatum en de plaats van overlijden wordt gestanst. De Stolperstein wordt geplaatst in de stoep voor het voormalige woonhuis van het slachtoffer.
Gunter Demnig geeft zo ieder slachtoffer een eigen monument.
Zijn motto is: 'Een mens is pas vergeten als diens naam vergeten is'

Namen van Joodse inwoners aan de overkant Nieuwe Keizersgracht 56.

Naam van een Joodse inwoner en verwijzing naar het gebouw van de Joodse Raad aan de overkant van Nieuwe Keizersgracht 58.
 
Nieuwe Keijzersgracht: Gebouw van de Joodse Raad
 
De Joodsche Raad voor Amsterdam was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Amsterdam moest besturen. Deze raad kreeg na een half jaar de bevoegdheid over geheel Nederland. Via de Joodse Raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders, zodat de instantie tot een doorgeefluik van de anti-joodse maatregelen werd. In september 1943 werd de leiding van de Joodse Raad naar het doorgangskamp Westerbork afgevoerd en hield de raad dus de facto op te bestaan.
In 1941 wordt op last van de Duitse bezetter de Joodse Raad in het leven geroepen, een organisatie die de communicatie moet verzorgen tussen de Duitsers en de Joodse bevolking. In de Raad zitten voornamelijk invloedrijke Amsterdamse notabelen, onder wie diamanthandelaar Abraham Asscher en professor David Cohen.

Aanvankelijk gestart met het idee om de Joodse gemeenschap zo goed mogelijk te dienen, ziet de Raad zich al snel geconfronteerd met een duivels dilemma rond de anti-joodse maatregelen en de papieren organisatie van de deportaties: weigeren en de nazi’s de vrije hand geven of meewerken om, zoals Cohen na de oorlog verklaart “erger te voorkomen”. De Raad had immers ook de mogelijkheid om mensen voor transport te behoeden, al is het tijdelijk, door ze bijvoorbeeld voor hen te laten werken. In 1943, als het grootste deel van de Joodse gemeenschap al is gedeporteerd, worden ze gedwongen ook eigen medewerkers voor transport op te geven.

Tachtig jaar na dato houdt deze kwestie de gemoederen nog steeds bezig. In het herdenkingsprogramma De Joodse Raad spreekt Winfried Baijens met de onderzoekers Erik Somers en Laurien Vastenhout. Somers publiceerde de na-oorlogse mémoires van David Cohen, Vastenhout promoveerde onlangs op haar onderzoek over de Nederlandse Joodse Raad en de vergelijkbare Belgische en Franse verenigingen die op last van de Duitsers werden opgericht.

In het programma komt ook voormalig secretaresse van de Joodse Raad, Mirjam Bolle-Levie aan het woord. Ze is inmiddels 104 jaar oud en zegt: “Ze hadden geen keus, ze wisten niet wat er zou gebeuren.(…) Ik heb geen dingen gedaan, geloof ik, die Joden hebben weggestuurd of wat dan ook en ik heb me er niet voor geschaamd.”

Bron: NOS

 
Tenslotte bezochten we het indrukwekkende Holocaust Namenmonument aan de Weesperstraat, voor de oorlog het kloppende hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Op dit monument hebben ruim 102.000 slachtoffers van de Holocaust die geen graf hebben, een naam gekregen. Het zijn de namen van alle Joden, Roma en Sinti die vanuit Nederland zijn gedeporteerd en vermoord. We zagen de namen van Anne en Margot Frank maar ook de naam van slager Sleutelberg, de familie waar mijn schoonmoeder vroeger huishoudster was.
 
Anne Frank Huis
Na afloop van de indrukwekkende rondwandeling in de Joodse Wijk reden we met de bus naar het Anne Frank Huis. Het Anne Frank Huis is een museum aan de Westermarkt 20 in Amsterdam ter gedachtenis aan Anne Frank en haar Joodse familie die tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten ondergedoken. Het museum is gebouwd rond hun onderduikadres het Achterhuis aan Prinsengracht 263 waar Anne Frank haar beroemde dagboek Het Achterhuis schreef. Hier zagen we de befaamde draaibare boekenkast waarachter zich het achterhuis bevond, waar Anne Frank zich samen met haar Joodse familie en kennissen verborgen hield. We kwamen het pand binnen via de nieuw aangebouwde ingang. Het museum heeft een grondige renovatie achter de rug en zoals dat helaas met meer oorlogsmusea het geval is, is hier ook ingeleverd wat betreft  authenticiteit. Het geheel is gemoderniseerd en volgestopt met multimedia. Je voelt niet meer de stilte en spanning die destijds vast nog wel voelbaar aanwezig waren. We waren met een groep en in plaats van een rondleiding door een gids kregen we een walkman mee die het verhaal vertelde in een ononnderbroken woordenstroom, dat niet te volgen was. Dat deed afbreuk aan de concentratie. Zo liepen we door de slaapkamer van Anne Frank heen maar beseften nauwelijks dat het meisje daar geslapen had. Niet voor te stellen dat men uit alle delen van de wereld afreist naar Amsterdam om daar het Anne Frank Huis te bezoeken. Foto's mochten er niet gemaakt worden. Waarom is me nog steeds niet duidelijk. Het waren allemaal lege gemoderniseerde ruimten waar vrij weinig te zien was buiten het multimediageweld om. Wel heb ik een museumgids meegenomen waarin talrijke foto's staan. Ook hoe het zou zijn geweest wanneer de meubels nog in de kamers stonden. Een aantal foto's plaats ik dan maar op deze site. Dat is beter dan niets. Overigens was het Anne haar vader Otto Frank die wilde dat de kamers niet meer werden gemeubileerd toen het een museum werd in 1947. Hij wilde dat daarmee gesymboliseerd werd dat de Duitsers na de arrestatie van de onderduikers het hele pand hebben leeggehaald.
De originele geschriften van Anne Frank. Vanaf linksboven met de klok mee: het verhaaltjesboek, Anne's dagboeken (het 1e schrift, het roodgeruite dagboek, het 2e schrift), het mooie-zinnenboek en de losse vellen waarop Anne haar dagboek herschreef tot Het Achterhuis.
Fotocollectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / foto: Allard Bovenberg
Op 6 juni 1944 was er vreugde bij de familie Frank in het Achterhuis toen bekend werd dat de geallieerden waren geland op de Normandische kust. Vanaf die tijd gloorde er hoop dat de bevrijding steeds dichterbij kwam. Otto Frank volgde de opmars van de geallieerde legers door hun posities te markeren met speltjes. Deze landkaart is nog te zien in het Anne Frank Huis.