In de nacht van 7 op 8 april 1945 vond er een spectaculaire operatie plaats boven Drenthe. Franse parachutisten van de Special Air Service SAS sprongen uit een Short Stirling bommenwerper wijd verspreid. Ze waren verdeeld in sticks. Ze kwamen neer bij Appelscha, Orvelte, Spier, Gasselte, Westerbork en Assen. Op 23 mei 2015 nam ik deel aan een battlefield tour onder leiding van de gids Joël Stoppels van Battlefield Tours. We reden het mooie Drenthe door om stil te staan bij de plaatsen waar de parachutisten neer kwamen en in gevecht raakten met de Duitse bezetter. Deze operatie had de codenaam Amherst meegekregen. Het waren de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland was bezig ten onder te gaan. Het einde van het Derde Rijk van Adolf Hitler was nabij. In Duitsland gaven de soldaten van de Wehrmacht zich bij duizenden over aan de geallieerde legers die massaal over Duitsland uitwaaierden. Duitsland lag in puin door de aanhoudende bombardementen. De Canadezen waren in opmars naar het noorden. Vanuit het Reichswald trokken ze op richting Noord-Duitsland. Om hun flank te dekken boog een deel van het Canadese leger af naar Oost- en Noord-Nederland, samen met de Polen. Ten tijde dat de Franse parachutisten van de SAS boven Drenthe sprongen stonden de Canadezen gereed om op te rukken richting Assen en Groningen.

 

De vrije Franse parachutisten van de 'Special Air Service'

 

In oktober besloot de leider van de vrije Fransen, generaal De Gaulle, tot de oprichting van een parachutisteneenheid. Een deel werd ingezet in het Midden-Oosten tegen het Duitse Afrika Korps en een deel ging in Engeland samen met Belgen deel uitmaken van de SAS onder bevel van brigade-generaal Rodirick McLeod. Ze werden the French Squadron genoemd. Ze werden in juni 1944 na de geallieerde invasie op D-Day ingezet om samen met het verzet te verhinderen dat de Duitsers versterkingen naar Normandië zouden sturen. In december 1944 werden de Fransen ingezet tijdens de Slag om de Ardennen. In februari werden beide regimenten overgeplaatst naar Engeland waar ze weer op sterkte werden gebracht met vrijwilligers van de Maquis. Het Franse verzet. Inmiddels was brigade-generaal Calvert commandant van de SAS brigade geworden. Hij had plannen gemaakt om de brigade in Nederland in te zetten. Het Britse 2e regiment zou op de Veluwe landen, operatie Keystone. Het Belgische 5e regiment zou onder bevel van het 2e Canadese legerkorps infiltreren in Noord-Nederland met jeeps, operatie Larkswood. De twee Franse regimenten zouden in Drenthe en Zuidoost Friesland landen, operatie Amherst.

De Franse parachutisten kregen de opdracht mee om bruggen in handen te krijgen om de Canadese opmars gemakkelijker te maken, de vernieling van de vliegvelden Eelde, Steenwijk en Leeuwarden te voorkomen, verwarring te stichten onder de Duitsers, het plaatselijk verzet te helpen en inlichtingen door te geven aan de Canadezen.
 

 

01 - Mk II helmet- jump version, with camouflage net
02 - Battle-dress
03 - M41 "Denison smock" jacket
04 - face camouflage net
05 - "toggle rope"
06 - boots
07 - M37 leggins
08 - M37 webbing
09 - Sten Mk V SMG with bayonet
10 - M36 grenade
 
De Fransen sprongen in 47 groepen, 'sticks' van ieder 15 man uit Stirling bommenwerpers. Die hadden het luik om er uit te springen aan de onderkant van het vliegtuig en dus niet zoals bij de C-47 Skytrain (militaire versie van de Dakota) een deur aan de zijkant. De code dat de operatie begonnen was, luidde 'De boot is omgeslagen'. In de namiddag van 5 april 1945 kwam generaal Calvert bij het geheime kamp van de Fransen aan. Hij sprak alle eenheden toe die zouden springen, noemde hen eerste klas jagers en wenste hun een goede jacht.

Stick 11 van het 2e Régiment voor vertrek van het vliegveld Great Dunmow.

 
De sticks kwamen heel verspreid neer nogal ver van de geplande locatie. Wel zo'n vijf kilometer. Eén stick zelf 60 kilometer. Ze waren na de landing op zichzelf aangewezen en begonnen dezelfde nacht al met het aanvallen van Duitse eenheden verspreid over Drenthe en Friesland. Ieder met zijn eigen drama. Er is onderzoek gedaan na de oorlog door mr. G.A. Bontekoe, oud burgemeester van Sleen en de Fransman Gildas Calvez en kolonel Roger Flamand, die aan de operatie Amherst heeft deelgenomen. Mede dankzij de historische Verenigingen in Drenthe en Friesland zijn deze gebeurtenissen goed gedocumenteerd.
Jaap Jansen bij het Amherst monument tijdens de herdenking in 2010.
Een belangrijk aandeel in de herdenkingen van operatie Amherst had de in 2012 overleden luitenant kolonel buiten dienst Jaap Jansen. Hij heeft het boek Amherst uit het Frans in het Nederlands vertaald en was een groot kenner van operatie Amherst.

De battlefield tour begon bij het fraaie station van Meppel.

 

Spier

We reden met de bus vanaf het station Meppel naar Spier. Een kruis waarop staat '21 strijders gefusilleerd 10 april 1945'. Voorheen stond het altijd onopvallend tussen de bomen langs de snelweg A28, maar nu is er een gedenkplek van gemaakt. Het gedenkteken werd in 2015 gerenoveerd terwijl ook de omgeving werd aangepast. De geëxecuteerden worden herdacht op het nieuwe gedenkteken bij de plaats waar ze stierven. De exacte plaats was tussen de beide wegdelen van de A28 en daardoor niet meer te bereiken.
Al voor de aanleg van de A28 was de weg via spier een mogelijkheid om vanuit Overijssel naar Groningen te komen. Rond de bevrijding in april 1945 werd de route druk gebruikt door terugtrekkende Duitsers en optrekkende geallieerden. In de nacht van 7 op 8 april 1945 werd parachutisten van de Franse SAS (Special Air Service) boven Drenthe gedropt. Bij Hoogeveen zochten Franse para's steun en onderdak bij de lokale bevolking aan de Wijsterseweg. Zo werden privé-woningen militaire objecten. Burgers werden formeel meestrijdende ongeüniformeerde troepen. Dit kon de doodstraf betekenen. Tijdens gevechten met de Duitsers werd de woning van de familie Scholing beschoten. Men vermoedde dat zich daar Franse para's bevonden. Het gezin kwam om het leven. De Fransen trokken zich terug. Een deel van de lokale bevolking en enkele onderduikers werden gevangen genomen. Een jonge vrouw hielp de Duitse commandant bij een eerste schifting van de gevangenen. Hierdoor kwamen velen vrij en werden anderen meegenomen met de zich terugtrekkende Duitsers. Ze zouden naar het gevangenkamp Westerbork worden gebracht. Onderweg probeerde een gevangene, Hayo Wubs, te ontsnappen. Hij werd in zijn been geschoten en stierf aan zijn verwondingen. De geallieerden rukten snel op. Hun geschut was te horen. De Duitsers werden vertraagd door hun gevangenen. Even buiten Spier werden op 10 april 1945 de gevangenen overgenomen door leden van de Grüne Polizei, die vanuit het noorden kwamen aanrijden. Hun commandant heette Jung. De 14 mannen werden een bosweg ingedreven. Een eindje van de weg af, werden ze alle 14 tussen 12.00 en 13.00 uur met een nekschot vermoord. Dit door zes Duitsers, onder commando van Jung. Eén van de gevangenen riep vlak voor het dodelijke schot nog: "Leve de koningin".

De 14 lichamen werden gevonden nadat Spier was bevrijd door het 8th Canadian Reconnaissance Regiment. Het aantal dat op het monument staat vermeld klopt niet geheel. Het zijn de 15 weggevoerde mannen waarvan er 14 in Spier werden geëxecuteerd, vier personen van het gezin Scholing en 3 mannen die in het Spaarbankbos werden gedood. Dit staat echter los van het drama in Spier.

Ik maakte deze vergelijkingsfoto van café Hummel in Spier.

Het was 11 april 1945. Majoor Jean Salomon Simon betrok de door de Duitsers gebouwde geschutsstelling ten oosten van de weg vlak bij café Hummel. De stelling bestond uit een kuil van ongeveer vier meter met een borstwering van aarde. Daar zijn ook kolonel de Bollardière, sergeant Claudius Francois Campan en kapitein Gilbert Paumier. Vanuit Beilen naderden een aantal Duitse overvalwagens rond het middaguur. Toen de wagens tot op 50 meter waren genaderd wilde Campan vuren met zijn Bren, maar het wapen blokkeerde. Toen hij wilde herladen werd Campan in zijn hoofd geschoten. Simon, die het van hem wilde overnemen, trof hetzelfde lot.

Een half uur later arriveerde een Canadese eenheid van het 8th Reconnaissance Regiment bij Spier. Tegelijkertijd kwamen er Duitse versterkingen vanuit het westen uit het bos. De Duitsers trokken zich snel terug. De Franse dokter Pierre Dumas heeft Simon nog geholpen, maar die overleed later die dag in een ziekenhuis in Hoogeveen. Ook de lichamen van de 14 gefusilleerde burgers worden gevonden. De Fransen werden ontzet en Spier werd op 11 april 1945 bevrijd.

Na de gevechten bij Spier verzamelden de Fransen zich in de omgeving van het dorp waar deze foto is genomen. Vervolgens brachten de Canadezen de para's naar Coevorden vanwaar ze via Nijmegen naar Engeland teruggingen.
Onze gids Joël Stoppels bij het monument ter nagedachtenis aan de bij café Hummel gesneuvelde brenschutters Simon en Campan. Het monument bestaat uit een plaat met de namen van de beide Franse parachutisten met daarboven een parachutistenhelm. Verder het regimentswapen.
 

Appelscha

Boven het grensgebied van Drenthe en Friesland  in de gemeenten Ooststellingwerf en Smilde werden ongeveer 60 parachutisten afgeworpen. Ze stonden onder bevel van de 33 jarige kapitein Pierre Sicauld. Hij raakte gewond tijdens de landing. Ze besloten na de landing in het bos te wachten tot het licht werd. In het bos ten zuiden van Appelscha verbleef de Joodse familie Lezer uit Amsterdam, die contact maakte met de parachutisten. Op deze opname de famlie Lezer bij de Franse parachutisten.
Dit is de Stokersverlaatbrug over de Opsterlandse Compagnonsvaart in Appelscha. Kapitein Sicaud had besloten deze brug te bezetten. Deze brug vormt een belangrijke verbinding tussen Zuidoost Friesland en Drenthe. De Franse para's bezetten de brug op 10 april 1945 en trokken zich aan het einde van de dag terug in het nabijgelegen bos. Rondom de brug betrokken ze stellingen en namen posities in op het dak van de meelfabriek van Mulder die dichtbij de brug stond. Het duurde niet lang voordat de gevechten met de Duitsers begonnen. Eerst werd een Duits voertuig komende vanuit Appelscha beschoten waarbij de inzittenden sneuvelen en vervolgens werd een groep Duitse soldaten gevangen genomen. Ook werd gezocht naar andere parachutisten met hulp van de bevolking. De volgende dag 11 april 1945 vielen de Duitsers de brug aan, maar de aanval werd afgeslagen. Vervolgens werd een Duits voertuig uitgeschakeld. Tegen de middag werd een bus tot stoppen gedwongen en onder vuur genomen. Eén man werd gedood, enkele gewond en de rest gevangen genomen. 's Nachts trokken de Fransen zich weer terug in het bos nabij de brug. De Duitsers waagden zich in het donker niet in het bos, dus dat bood een goede schuilplaats. Op donderdagmorgen 12 april 1945 keerden de Fransen weer bij de brug terug. Omdat de gevechten langer duurden dan gedacht kregen ze gebrek aan munitie en voedsel en volgde bevoorrading door twee Typhoons die voorraden dropten. Ik kan me voorstellen dat het zien van deze jachtvliegtuigen de Duitsers wel van schrik op de loop gingen.
De Stokersverlaatbrug in Appelscha. Op de achtergrond meelfabriek Mulder. Op het dak zaten ook Franse para's die de omgeving onder schot hielden.
Uitzicht vanaf de Stokersverlaatbrug op het bos waarin de Franse para's zich 's nachts terugtrokken.
Waarachtig, ook nu nog zag ik de naam Mulder op de meelfabriek staan. Er lijkt niets veranderd na 70 jaar.
Op de kruising bij de Stokerverlaatbrug in Appelscha vertelde onze gids over de gebeurtenissen bij deze brug op 10,11 en 12 april 1945.

Luitenant Duno met zijn mannen bij de Stokersverlaatbrug in Appelscha.

De stick van luitenant Duno op de brug bij Appelscha.

De brug bij Appelscha ligt op 41 kilometer afstand van Groningen. De Duitsers zijn verjaagd. De Franse parachutisten zijn overwinnaars en staan hier bij de Stokersverlaatbrug in Appelscha.

Vreugde over de overwinning bij de Stokersverlaatbrug in Appelscha. Bewoners van Appelscha samen met de Franse parachutisten.

In een restaurant bij de Stokersverlaatbrug gebruikten we onze lunch. Daar staat een kastje die er tijdens de gevechten om de brug ook stond. Tijdens die gevechten is een kogel ingeslagen, waarvan het gat thans nog te zien is.
In het restaurant waar wij waren hingen ook twee foto's van de bevrijding van Appelscha op 13 april 1945 en een stafkaar.
Die Typhoons dropten ook landmijnen waarmee de Fransen versperringen op de toegangswegen naar de brug konden aanleggen. Op 13 april 1945 was het voor zowel de Franse para's als de bevolking van Appelscha een gelukkige dag, want toen bereikten eenheden van het Canadese leger Appelscha en werden de Fransen afgelost. Die gingen terug naar Engeland.
Monument ter herinnering aan de bevrijding van Appelscha op 13 april 1945. Op de achtergrond rechts meelfabriek Mulder, waar de Franse para's een stelling hadden op het dak en zodoende de omgeving van de Stokersverlaatbrug onder vuur hielden.

De Franse parachutisten van de SAS in Appelscha.

Een Canadese verkenningswagen  met opgeluchte vrouwen bij Appelscha op 13 april 1945.
 

Gasselte

Vervolgens reden we naar Gasselte. Daar was de NSKK gehuisvest. NSKK staat voor Nationalsozialistische Kraftfahrkorps. Het Nationalsozialistische Kraftfahrkorps (NSKK) was een paramilitair onderdeel van de NSDAP. Het hoofddoel van het NSKK was het verspreiden van de 'motoriseringsgedachte': de popularisering van het gebruik van auto- en motorvervoer. Oorspronkelijk opgericht op 1 april 1931, vormde het tijdens de Tweede Wereldoorlog een hulporganisatie voor onder andere de Luftwaffe. Tijdens de oorlog diende het NSKK als bevoorradingseenheid aan de verschillende fronten. Tot juni 1942 had Adolf Hühnlein de leiding, na zijn dood werd hij opgevolgd door Erwin Kraus. Vanaf januari 1941 wierf het NSKK diverse buitenlanders aan als vrijwilliger. In Nederland bevond zich de staf in Den Haag, hoewel vrijwilligers zich ook via SS-wervingskantoren konden aanmelden. Het grootste deel werd in Diest en in Vilvoorde opgeleid. Deze NSKK'ers kwamen in dienst van de NSKK Gruppe Luftwaffe. Anderen kwamen via een Gewestelijk Arbeidsbureau bij het NSKK Legion Speer of NSKK Gruppe Todt terecht. Uiteindelijk dienden er ongeveer 10.000 Nederlanders bij het NSKK.

Nadat ongeveer 60 Franse parachutisten in de nacht van 7 april 1945 bij Gasselte waren gedropt, kregen enkelen contact met verzetsstrijder R. Pronk. Verzetsmensen zochten de hele zondag naar de groep parachutisten. Containers met munitie, wapens en voedsel werden verzameld. De Duitsers waren gealarmeerd over de luchtlandingen. Inwoners van Gasselte werden ondervraagd in de pastorie maar weer naar huis gestuurd. Pas zondagavond zond radio Oranje vanuit Engeland een codebericht uit: "De boot is omgeslagen". Dat was het sein voor de verzetsbeweging in actie te komen om inlichtingen te verzamelen voor de gelande parachutisten. De parachutisten in het staatsbos bij Gasselte waren verdeeld over twee commandoposten. De ene bij het huis van Pronk en de andere in het bos.

Voor de onderlinge verbinding beschikte men over radio-zend/ontvangers, de Jedburgh sets.

Besloten werd het het hoofdkwartier van de NSKK aan te vallen. Er werd een aanvalsplan gemaakt en een situatieschets. Als herkenning zouden de parachutisten na het beëindigen van de actie gele halsdoeken dragen. Rond de middag begon de aanval. Er werd hevig geschoten vanuit de pastorie op de Franse parachutisten. Hierbij sneuvelde korporaal Bégue en sergeant Briand raakte gewond. Uiteindelijk slaan de NSKK'ers op de vlucht maar een aantal had zich verstopt in de kelder. Die zagen dat de pastorie na het vertrek van de Duitsers en de Fransen werd geplunderd. Twee NSKK'ers hadden zich in de kelder verstopt en de plundering gezien. Op beschuldiging van plundering werden meer dan 300 man in de kerk opgesloten. De Duitsers dreigden de kerk op te blazen. Na bemiddeling van de NSB-burgemeester werden alle mannen vrijgelaten behalve 16 mannen die zich hadden moeten melden omdat ze aan de plundering meegedaan hadden. Die moesten lopen naar Gieten en werden in een koelwagen opgesloten. Vervolgens werden ze op 11 april 1945 overgebracht naar de gevangenis in Assen. Op vrijdag 13 april 1945 werden ze uit de gevangenis bevrijd door de Canadezen.

Hier staan we bij de pastorie in Gasselte, dat tijdens de oorlog het hoofdkwartier was van de NSKK. Rechts het monumentje ter nagedachtenis aan korporaal Bégue, die tijdens de bestorming van de pastorie door de Franse para's dodelijk getroffen werd.
De aanval op de pastorie in Gasselte was goed voorbereid getuige deze situatieschets.

Sporen van de oorlog: in de gevel van de pastorie zijn nog talrijke kogelgaten te zien.

Monument bij de pastorie voor de gesneuvelde korporaal Fernand Begue, die na de oorlog op zijn geboortegrond op het eiland Madagascar is begraven.

Het kerkje van Gasselte waarin de Duitsers 300 man hadden opgesloten op beschuldiging van plundering. Gedreigd werd de kerk op te blazen. Door bemiddeling van de NSB-burgemeester werden de meesten vrijgelaten.

Dit is de gesneuvelde korporaal Fernand Begue.

Het graf van Fernand Begue, waarop een bloemenhulde is gebracht.

De gevangenen werden met een parachutekoord vastgebonden. De twee officieren, de Duitser Klaus en de Nederlander Van de Bent werden niet vastgebonden nadat ze hun erewoord gegeven hadden niet te zullen ontsnappen. Op de achtergrond het tijdelijke graf van korporaal Fernand Bégue. Hij is in 1949 overgebracht naar zijn geboorteplaats Anjananarivo op Madagaskar.

Deze Duitse officieren hadden hun erewoord gegeven niet te zullen ontsnappen. Daarom werden ze niet vastgebonden door de Franse parachutisten.

Radiopost 'Archiviste 11'. Met deze code konden de soldaten 1e klasse Jean Troller en Marcel Mougne de Typhoons oproepen.

Radiopost 'Archiviste 36' met links Emile Soupe, midden Georges Lalisse en rechts een onbekende.

De parachutisten waren uitgerust met lichte handvuurwapens. Hier sergeant Jean Reilhac en zijn helper met een PIAT (Projector Infantry Anti Tank) anti-tankwapen.

Op patrouille in het staatsbos. Vooraan v.l.n.r. de luitenants Jean Appriou en Michel Legrand en verder kapitein Paul Grammond.

Voordat men zich naar het verzamelpunt bij Pronk begeeft wordt nog een plaatje geschoten van de stick van luitenant Appriou.

De mannen van de stick van luitenant Michel Legrand.

Terwijl de officieren voor de laatste keer het aanvalsplan doornemen, wachten de mannen bij de schuur van Pronk op het vertreksein.

Op weg naar Gasselte.

Achter een brenschutter liggen de sergeants Georges Briand en Louis Le Goff in dekking.

Nadat de strijd is gestreden nemen de parachutisten in de tuin van de pastorie via de radio contact op met hun achtergebleven kameraden in het bos.

Na de aanval op de pastorie rusten deze para's even uit op het hekje van het huis naast de pastorie.

Op 24 mei 2015 maakte ik deze vergelijkingsfoto.

De Franse para's hebben zich met hun gevangenen terug getrokken in de bossen bij Gasselte.

De NSKK is verslagen en de staf gevangen genomen. De Franse parachutisten trekken door het Lutkenend terug naar het staatsbos.

De gevangen genomen stafleden van het NSKK worden door de Fransen weggevoerd naar een commandopost.

Een Canadese Bren Carrier aan het begin van de Kerkstraat. Twee Franse parachutisten staan voor het voertuig. Op het voertuig staan groeten geschreven uit reeds bevrijde plaatsen.

Voor deze Franse parachutisten is operatie Amherst voorbij. Ze werden met voertuigen naar Coevorden gebracht naar het verzamelpunt voor de terugkeer naar Engeland.

NSKK'ers, Luftwaffesoldaten en NSB'ers trekken door de Hoofdstraat van Rolde.

 

Orvelte

De mannen van luitenant Cameret die neergeladen waren bij de vlasfabriek gingen naar een boerderij aan het Oranjekanaal. Hier woonden Hendrikus Pol en zijn vrouw Annigje, die in het verzet zaten. De parachutisten verbleven in de boerderij om te eten. Later die nacht betraden een groep van 50 Duitsers de boerderij van Enting, ongeveer vijf kilometer verwijderd van de vlasfabriek. Na het huis zorgvuldig opgeruimd te hebben gingen de Fransen in de schuur van Pol's boerderij slapen. Twee Duitse soldaten die later op die dag om koffie kwamen merkten de aanwezigheid van de Franse parachutisten helemaal niet op. De volgende dag besloot luitenant Camaret om zowel de brug als de sluis bij de vlasfabriek te bezetten. De bewaking van de brug bestond uit acht Duitsers die gewapend waren met geweren en Panzerfausten. Zij werden overmeesterd. Twee Duitsers werden gedood en de anderen krijgsgevangen gemaakt. Toen de Duitsers vanuit Enting's boerderij op de groep schoten, besloot luitenant Camaret om terug te trekken in het bost voordat de Duitsers versterking kregen. Toen maakten ze contact met de heer Reijntjes, de directeur van de vlasfabriek. In de volgende dagen regelde hij de verzorging van de parachutisten samen met zijn vrouw.

De vlasfabriek in Orvelte, waarvan de heer Reijntjes directeur was.

Aan de muur van de vlasfabriek is dit gedenkteken ter nagedachtenis aan Antoine Treis.

Belgische jeeps die uit Coevorden zijn gekomen passeren de noodbrug over de sluis bij Orvelte. Helemaal rechts met hoed de heer Reijntjes.
Op dezelfde locatie maakte ik 70 jaar later op 23 mei 2015 deze vergelijkingsfoto.
Onze battlefield tour-groep bij de sluis in het Oranjekanaal waar de jeeps van de Belgische SAS over de noodbrug reden.
Franse jeeps bij de boerderij van Pol. Het waren gepantserde jeeps. De Franse parachutisten verbleven nog twee weken bij de familie Pol.
 

Westerbork

De landing van de Franse parachutisten onder bevel van majoor Puech-Samson had net zo'n aaneenschakeling van gebeurtenissen tot gevolg als op de andere locaties waar de Fransen neerkwamen. Op alle locaties was de overeenkomst dat al kort na de landing schermutselingen met de Duitsers plaatsvonden, maar ook dat de bewoners in de omgeving en het verzet snel hulp boden en betrokken raakten bij de gevechten. Zo ook in Westerbork, waar de uit Engeland gedropte agent Willem van der Veer een belangrijke rol speelde bij de bevrijding van het dorp.

 

Opperwachtmeester Stoel, zijn vrouw en commando-verzetsman Willem van der Veer.

In Westerbork was de generaal Böttger in zijn hoofdkwartier in Café annex bakkerij Slomp in Westerbork. Ook was er opperwachtmeester Stoel, die sympathiseerde met het verzet. De Franse parachutisten besloten het Duitse hoofdkwartier aan te vallen. Ze bestormden het cafe. Hierbij raakte de Duitse generaal gewond, maar overleefde de oorlog. Toen we bij het pand stonden konden we ook nu nog duidelijk de kogelgaten in de gevel zien. Na de gevechten zocht Willem van der Veer met de familie Stoel onderdak in een boerderij. De Duitsers konden hem niet vinden. Op 10 april 1945 naderden Poolse tanks. Hij ging met de fiets naar het gemeentehuis in Westerbork. De NSB-burgemeester Pijbes met zeven raadsleden wilden zich overgeven. Toen belde kampcommandant Gemmeker vanuit kamp Westerbork. Van der Veer gaf antwoord in het Engels. Dat was voor de Duitser het teken dat de geallieerden er aan kwamen.

Onze battlefield tour-groep bij aankomst in Westerbork.

Op dezelfde locatie nam ik deze foto 70 jaar later op 23 mei 2015.

Sporen van de oorlog: in de gevel van het café zijn 70 jaar later nog duidelijk de kogelgaten te zien.

Het oorlogsmonument in Westerbork.

 

Conclusie operatie Amherst

 
Het nut van Operatie Amherst is onduidelijk gebleven. De geallieerde opmars werd er niet door versneld. Het Duitse moreel werd er niet door aangetast. Er vielen aan Duitse kant honderden doden en gewonden, en in een kamp in Bremen werden enkele weken later 67 Franse vermisten aangetroffen. Ook onder de Franse parachutisten vielen veel doden en gewonden. De Duitsers traden ongekend hard op tegen de burgerbevolking. Meer dan zeventig burgers werden zonder vorm van proces gefusilleerd. De Duitsers beschuldigden de burgers dat ze de Franse para's hulp had geboden. Het is een raadsel waarom de Canadese generaal Cregar de SAS-generaal Calvert geen hulp gaf voor de ingesloten Franse parachutisten.
 
 
Bronnen:

 

 

Gids battlefield tour Operatie Amherst van Battlefield Tours

 

 

Operatie Amherst, Franse para's vochten in Drenthe, Roger Flamand, vertaald door J.H. Jansen.

 

De boot is omgeslagen, de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog in Gasselte, J. Kroezenga.