Op zaterdag 15 augustus 2015 namen we deel aan de battlefield tour van Joël Stoppels naar Zutphen. Thema was de bevrijding van Zutphen door de Canadezen, 2 tot 14 april 1945. Tijdens de battlefield tour in Zutphen bezochten we verschillende plekken die centraal hebben gestaan tijdens de gevechten. We volgden de route van de Canadezen tijdens hun opmars door de stad, die op zaterdagmiddag 14 oktober 1944 reeds zwaar getroffen was door een geallieerd bombardement. Geallieerde vliegtuigen wilden de Oude IJsselbrug in Zutphen bombarderen om de aanvoer van troepen en wapens voor de Duitse bezetter richting Arnhem te verhinderen. De bommen kwamen echter vooral op de nabij gelegen stadswijk aan de centrumkant van het station terecht. De gevolgen waren verwoestend. Straten als Rozengracht, Barlheze, Kreijnckstraat en Apenstert werden bijna compleet weggevaagd. Het stationsgebouw werd zwaar beschadigd, maar bleef tot 1952 in gebruik. Onder de burgerbevolking vielen meer dan honderd doden en honderden gewonden. 92 doden werden begraven op de algemene en katholieke begraafplaats aan de Warnsveldseweg. Het aantal doden liep op tot boven de honderd, omdat een aantal vermisten nooit werd teruggevonden.

Voor deze burgerslachtoffers, maar ook voor de Canadese militairen die sneuvelden bij de bevrijding van Zutphen en voor de Zutphenaren die tijdens de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië omkwamen, werd op 10 april 1950 het Gideon-monument onthuld. Het staat in het Kloosterhof bij de Broederenkerk aan de Rozengracht. Op de Algemene begraafplaats Zutphen is een herdenkingsmonument bij het graf van dertien slachtoffers. Het werd onthuld bij de allereerste Nationale Dodenherdenking op 4 mei 1946

 

Gevels van huizen aan de Rozengracht na het bombardement, foto uit 1945

 

Twee weken voor het bombardement op Zutphen van 14 oktober 1944 werd er in de ochtend van donderdag 28 september 1944 ook een geallieerd bombardement op Zutphen uitgevoerd. Doelwit was toen een Duitse munitietrein op het spoorwegemplacement. Het doel werd getroffen, maar de ontploffende munitie, waaronder pantsergranaten, beschadigde tientallen huizen, industriegebouwen en de concertzaal Buitensocieteit. De trein stond opgesteld tussen de Overweg en de Industrieweg.

De ontploffing van de munitietrein zorgde voor een enorme puinhoop op het Zutphense emplacement.

Een niet ontplofte bom op het Zutphense emplacement.

 

Een klein bombardement vond nog plaats op 1 februari 1945. Er vielen enkele bommen op de kruising van de Kerksteeg en Rode Torenstraat. Een tiental huizen raakte zwaar beschadigd of werden totaal verwoest. Het strategische doel ervan is onbekend.

Op 3 april 1945 werd Baak bevrijd. Daarna volgde dan de bevrijding van Zutphen door de Canadese troepen van de 3e Canadese Infanterie Divisie. Het regiment La Chaudiere kreeg de opdracht de stad zelf te bevrijden. Een stad die goed beschermd werd door een net van waterwegen. De ingezette Duitse troepen verdedigden zich fanatiek en de Canadezen wonnen slechts langzaam terrein. In de morgen van 6 april gaan twee compagnieën Chauds op weg naar het Deventerwegkwartier. De tegenstand bestond uit fanatieke Hitlerjugend en Nederlandse S.S.’ers. Zij verschansten zich in kelders en hoger gelegen etages van de huizen. De ziekendragers moeten de gewonden door een zee van vuur afvoeren. Er werd zo fanatiek gevochten door de Duitsers , dat de vlammenwerpende Crocodile- tanks in actie kwamen. Twee dagen strijd om de stad had de Frans-Canadezen 56 man gekost, van wie 17 waren gedood. Om het centrum van de stad te bereiken, raakten de regimenten verwikkeld in een buitengewoon heftige strijd die een week duurde. Eén van de voornaamste obstakels: de bloedfanatieke Hitlerjugend die niet van opgeven wist. ‘Deze Hitler-huurlingen zijn ondergedompeld in nazi-cultuur sinds ze negen of tien jaar oud waren. Nu ze zestien tot achttien zijn geloven ze nog steeds in alles wat hun meerderen ze vertellen en vechten ze tot het bittere eind’, schreef luitenant Bob Rae later in de Canadese krant The Maple Leaf.
Tijdens de gevechten in Zutphen ligt hier een Canadese soldaat met zijn machinegeweer in stelling terwijl een andere Canadese militair in gesprek is met een Nederlandse verzetsman.
Voor de aanvang van de battlefield tour door Zutphen kregen we onder het genot van een kop koffie een voorbeschouwing van onze gids Joël Stoppels, die vertelde over de opmars van de Canadezen vanaf het strand van Juno Beach in Normandië op 6 juni 1944 tot de Achterhoek. Het Canadese leger ondersteunde de Britse opmars. De Canadezen moesten in feite de ijzers uit het vuur halen voor het Britse leger.
Mijn vrouw Elly bestudeert aandachtig de kaart met de opmarsroute van de Canadezen in Nederland.
Het pand van Dullaert op de hoek van Nieuwstad stond op de hoek van Nieuwstad en werd door de Canadezen gesloopt zodat tanks de bocht konden krijgen.
Op deze locatie is na de oorlog weer een ander pand herrezen.
Dullaert is er nog steeds in Zutphen. In dezelfde straat, maar op een andere locatie.
We staan hier op een kruispunt in de binnenstad van Zutphen, dat tijdens de zware gevechten bestreken werd door een MG-42 machinegeweer, bediend door fanatieke Hitlerjugend. Jongens van 16, 17 jaar die waren gehersenspoeld door de Nazi-regime.

De MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") is een Duitse mitrailleur (machinegeweer) die voor het eerst werd geproduceerd in 1942 als de opvolger van de MG34. Het Britse leger gaf het wapen de bijnaam Hitlers Buzzsaw. De Nederlandse vertaling daarvan is Hitlers cirkelzaag, af te leiden van de hoge vuursnelheid. De MG42 had met z'n 1200 schoten per minuut (sommige versies gingen tot 1800 schoten per minuut), de hoogste vuursnelheid van alle vuurwapens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nadeel was wel dat door de hoge vuursnelheid veel patronen konden worden verschoten, waardoor men snel door de aanwezige munitievoorraad heen was. De MG42 kon wel 20 schoten per seconde afvuren en moest met korte salvo's worden afgevuurd, om het smelten van de loop tegen te gaan

Een lid van de Hitlerjugend die vocht in Zutphen was Horst Börner. In De Stentor wordt onder het artikel 'De Laatste Dagen' het volgende over hem beschreven.
De 17-jarige Horst Börner is één van die jongeren. Hij is in 1928 geboren in Sleeswijk-Holstein, vlakbij de Deense grens. Zijn vader is een overtuigd nationaal-socialist. De jonge Horst sluit zich aan bij de Jungvolk-beweging, waar hij leert marcheren en rondloopt in uniform. Het is dan ook logisch dat hij op veertienjarige leeftijd bij de Hitlerjugend belandt. Hier kiest hij ervoor om deel uit te maken van de vliegeniersgroep, waar hij onder mee leert om solo te zweefvliegen.
Eind 1944 roept de legerleiding Horst op voor actieve dienst. In maart 1945 komt hij als parachutist-in opleiding terecht in Zutphen. Daar komt van zijn opleiding niet veel terecht, want binnen enkele weken staan de geallieerden voor de deur. In zijn autobiografie beschrijft Börner die laatste dagen nauwgezet. De groep waar Börner deel van uitmaakt heeft zich moeten terugtrekken voor de Canadezen, die vanuit het oosten oprukken. De Duitsers zijn hierdoor verrast, immers alle verdedigingswerken zijn ingesteld op een geallieerde aanval vanuit het westen.
Rekruut Bode
Börner verschanst zich in een bietenkuil, vlakbij Huis Den Dam, op de grens van Eefde en Zutphen. Daar krijgt hij de zestienjarige rekruut Bode toegewezen. Een stille, gewillige jongen, zoals Börner hem omschrijft. ‘Helaas had hij een paar dagen voordat hij bij ons kwam gehoord dat zijn vader aan het oostelijk front gesneuveld was. Daar leed hij zichtbaar onder en ik wist niet wat ik met hem moest doen. Hij was gewoonweg niet in staat om soldaat te zijn.’
Dekking
Het tweetal zoekt vanuit de bietenkuil dekking onder een gestolen deur als de Canadezen het vuur openen. ‘Plotseling kwam er een enorme klap. Het was alsof ik uit elkaar werd gescheurd. Mijn longen piepten, alles werd zwart, ik zag niets meer. Bode onder mij gilde en begon hard te huilen. Ik was bang dat mijn longen gebarsten waren. Toen werd de rook minder en kon ik weer ademhalen. Bode huilde nog steeds en ik gaf hem een stomp en zei tegen hem dat we geluk hadden gehad en dat hij flink moest wezen.’

Kapotgeschoten woonhuizen aan de Heeckerenlaan in het Deventerwegkwartier

Deventerwegkwartier
Even later blijkt dat de granaat het tweetal maar net heeft gemist. De deur zit vol met scherven, constateert Börner. Hij kan niet voorkomen dat Bode wegrent in westelijke richting naar de nabijgelegen Heeckerenlaan, in het Zutphense Deventerwegkwartier, om te schuilen onder een stroberg.
Börner weet zich achtervolgd door Canadese scherpschutters, maar weet eveneens de Zutphense buitenwijk te bereiken. Daar wordt inmiddels hevig gevochten. Canadese troepen zijn dicht genaderd. Duitse soldaten schieten terug vanuit de huizen. Volgens Börner is het een ‘heksenketel’. ‘Overal om ons heen konden we nu Tommies zien (de Duitsers dachten aanvankelijk dat het om Engelsen ging, red.). Het was bijna onmogelijk om naar Duits gebied te komen.’
De volgende dag, het is dan 6 april, zijn de Canadezen tot op 100 meter genaderd. Börner lost een schot, daarna hapert zijn geweer. Terwijl hij het tracht te repareren, krijgt hij een reprimande van een sergeant; hij zou vijandelijk vuur aantrekken. ‘Verstop je voor het huis of anders schiet ik je neer’, krijgt hij te horen. ‘Ik was diep geschokt. Deze lafaard zou mij doodschieten omdat ik mijn plicht deed.’
Twijfel
Börner laat voor het eerst iets van twijfel blijken. ‘Als onze Wehrmacht zulke officieren had, waarom zou ik dan doorvechten? Ik sprong in het eenmansgat voor het huis. Met mijn kapotte geweer tussen mijn knieën, mijn armen daaromheen en mijn hoofd zo diep mogelijk gebogen, op de bodem van het gat, wachtend op het eind.’
Na een koude nacht in het eenmansgat treft Börner de volgende ochtend twee strijdmakkers. Ze proberen nog een Canadese tank aan te vallen die op – vermoedelijk – de hoek van de Weg naar Laren en de Van der Capellenlaan staat. Maar de Canadezen hebben hen door. Vanuit de tank wordt met een machinegeweer geschoten op de woning waar de Duitsers zich bevinden. ‘De kogels vlogen door de tuin. Als ze takken raakten, zagen we lichtjes.’
Inferno
Ook vuurt de tank een granaat af, die ontploft in de gang. Het is een inferno. ‘Burgers in tranen uit de brandende huizen kwamen naar binnen. Met hun huilende kinderen en wat eigendommen gingen ze de schijnbaar veilige kelder in.’
De Duitsers voegen zich bij de omwonenden, wat hen niet in dank wordt afgenomen. Als ze naar buiten kunnen, blijkt dat het halve huis is afgebrand. Het granaatvuur heeft de wijk zwaar beschadigd.
Overgave
Niet veel later besluit Börner dat het genoeg is geweest. Hij geeft zich over. Zijn moraal is gebroken. ‘Wij waren gevangenen. Geslagen, onder druk, beroofd van onze idealen, zwaar beproefd, uitgeput, geschokt. Mensen zonder toekomst.’Zijn gedachten gaan uit naar het thuisland, waar nog zwaar wordt gevochten in een verloren strijd. ‘Waren daar ook nog krankzinnige fanatiekelingen die dwongen antitankgrachten, loopgraven en versperringen te graven om de vijand nog tegen te houden? Begrepen ze niet dat het nutteloos was om zichzelf op te offeren voor iets dat allang voorbij was? Had blinde gehoorzaamheid de natie nog in haar greep? Mijn hoofd was vol met deze gedachten terwijl we eindeloos marcheerden.’

 

De strijd om de bevrijding van Zutphen was lang en zwaar doordat de stad verdedigd werd door Hitlerjugend en SS, die twaalf jaar lang gehersenspoeld waren door de nazi-ideologie.

Onze gids vertelt hier over de gevechten op dit kruispunt in Zutphen in april 1945 tussen de Canadese soldaten en fanatieke SS'ers en Hitlerjugend.

Canadese militairen ruimen mijnen bij de Deventerbrug

Op 15 augustus 2015 nam ik deze vergelijkingsfoto van de Deventerbrug, die nu de Canadezenbrug wordt genoemd. De route waarlangs de Canadese militairen Zutphen binnen trokken.

Ook in Zutphen zijn er nog duidelijk sporen van de oorlog 70 jaar geleden zichtbaar. Vele gevels in de binnenstad vertonen nog inslagen van kogels.

Onze gids liet ons dit verbandpakje ziet dat de Canadese soldaat onder zijn helmnetje bij zich droeg.

Ook droeg de Canadese soldaat deze tube met wondzalf bij zich.

Patroon van Canadees geschut.

Tijdens de rondwandeling door Zutphen zagen we ook nog sporen van de Romeinse tijd.

En zo heb ik maar even een foto gemaakt van Elly voordat ze door het poortje in de Romeinse muur door loopt.
Eén van de vele smalle straatjes in de binnenstad van Zutphen. Dit bemoeilijkte de opmars van de Canadese militairen. Er kon lang niet altijd gebruik worden gemaakt van ondersteuning door tanks. Het kwam vaak tot man-tot-man gevechten van huis tot huis. Hierdoor werd de binnenstad verwoest.

Houtmarkt

Het verwoeste Wijnhuis op de Houtmarkt.
Van het voormalig Wijnhuis op de Houtmarkt maakte ik op 15 augustus 2015 deze vergelijkingsfoto.
Canadeze Bren Carrier op de Houtmarkt. De Houtmarkt na de bevrijding.

De Houtmarkt na de bevrijding.

Op 15 augustus 2015 maakte ik deze vergelijkingsfoto op de Houtmarkt in Zutphen.

De watertoren onder vuur.

De verwoeste ingang van de watertoren van Zutphen.

De vernielde Larebrug met Bailybrug over de hoofdgracht met verwoeste panden aan de Gr. Ottosingel, Berkelsingel en Laarstraat april 1945.

Op 15 augustus 2015 nam ik deze vergelijkingsfoto van de Larebrug.

Elly bij het kruispunt bij de Larebrug in Zutphen.

Hoewel de binnenstad van Zutphen zwaar beschadigd raakte door de strijd in april 1945, is met er toch heel in geslaagd de oude binnenstad uit de as te doen herrijzen.
We bezochten het monument aan de IJsselkade dat herinnert aan 9 gefusilleerden die op 31 maart 1945 op de IJsselkade om het leven zijn gebracht.

De vernielde IJsselbrug bij Zutphen.

Ter vervanging van de vernielde IJsselbrug werd een baileybrug gebouwd over de IJssel.
Opening van de baileybrug. Op de achtergrond de vernielde IJsselbrug.

De baileybrug over de IJssel: Crerar Bridge en Harry Bridge.

Niets leek meer te herinneren aan de baileybrug over de IJssel. Totdat ik deze inscriptie ontdekte in de kademuur, verborgen achter verwilderde begroeiing. Na flink onkruid ruimen kwamen de namen van de baileybrug tevoorschijn. Een mooi project voor de historische vereniging Zutphen?
Onze gids Joël Stoppels verhaalt over de gebeurtenissen rond de IJsselbrug bij Zutphen en de bouw van de baileybrug ter vervanging van de vernielde brug.
Groot was de vreugde onder de bevolking van Zutphen dat ze waren bevrijd van de nazi-tirannie. Hier staan ze intens dankbaar met hun Canadese bevrijders in de Hoofdstraat.

Helaas bracht de bevrijding van Zutphen wel veel verwoesting teweeg.

Canadese jeeps bij de opgeblazen brug aan het begin van de Deventerweg, 5 april 1945.

Canadese militairen staan gereed om in een buffalo amfibievoertuig de IJssel bij Zutphen over te steken.
Het Canadese leger staat gereed om in buffalo's de IJssel bij Zutphen over te steken, 11 april 1945.
Canadese militairen steken in een buffalo amfibievoertuig de IJssel over, 11 april 1945.

Canadese militairen op de Boompjeswal.

Barlheze

Een inwoner van Zutphen begroet dankbaar zijn Canadese bevrijder.

Canadese militairen bij de opgeblazen brug aan het begin van de Deventerweg, 7 april 1945.
Hotel 'De Hollandsche Tuin' en het politiebureau na de brand op 7 april 1945.

Canadese militairen op de Boompjeswal.

Canadese militairen op de Houtmarkt, op de achtergrond het Wijnhuis.

Canadese Bren Carrier op de Houtmarkt.
Canadese militairen in de Lange Hofstraat.
Canadezen met een lid van de Binnenlandse Strijdkrachten in de Spittaalstraat.
Leden van de N.S.B. worden door leden van de Binnenlandse Strijdkrachten weggevoerd.
Inwoners van Zutphen vieren hun bevrijding met hun Canadese bevrijders in de Lange Hofstraat.
Prins Bernhard bezoekt Zutphen, 12 april 1945.

Zutphen na de bevrijding. De St. Walburgskerk.

De toren van de St. Walburgskerk met op de voorgrond de resten van de voormalige Waliënkazerne.
De toren van de St. Walburgskerk nu, met op de voorgrond de voormalige Waliënkazerne.

Het verwoeste stadhuis van Zutphen.

Stadhuis van Zutphen nu

's Gravenhof

Bouronjetoren met koepeltje van Martinet.

Bouronjetoren met koepeltje van Martinet na de oorlog weer herbouwd.