Website van het museum

Afgelopen weekend (11 - 13 aug 2017) hebben we een zelf georganiseerde battlefield Tour gemaakt, waarbij Elly (mijn echtgenote) de beste deelneemster was. We hebben drie oorlogsmusea bezocht en werden ondergedompeld in de Tweede Wereldoorlog. Op zondag 13 augustus bezochten we het oorlogsmuseum in Overloon. De expositie in het voorste gedeelte is in 2014 totaal vernieuwd en we hadden dit nog niet gezien. Het is een indrukwekkend museum, waarin je als het ware door de tijd van de Tweede Wereldoorlog in Nederland loopt. Opmerkelijk was de stoel van NSB-leider Mussert waarop hij zat op zijn kantoor aan de Maliebaan in Utrecht. Indrukwekkende foto's aangevuld met voorwerpen uit de oorlog. Het tweede gedeelte bevat 1:1 diorama's van de Atlantikwall in NormandiŽ en het Amerikaanse leger tijdens het Ardennenoffensief en de Amerikanen in het Rijnland, met een indrukwekkend aantal legervoertuigen, tanks en kanonnen. Tenslotte bezochten we de Britse Oorlogsbegraafplaats Overloon.

Overloon ligt aan de Liberation route

Terwijl we naar de ingang van het museum lopen komen we een Shermantank, een pantserwagen en een dappere Amerikaanse soldaat tegen. Die Pantserwagen leek niet echt origineel en maakte volgens ons samen met die soldaat deel uit van de militaire dump en souvenierswinkel tegenover de ingang.
Op weg naar de ingang van het museum liepen we vervolgens door een park met deze gedenksteen, beeldende kunst en een Russische T-34 tank, die gebruikt werd tijdens het offensief van het Russische leger naar Berlijn.
Aan het begin van de vernieuwde expositie een indrukwekkende videowand met tijdlijn van hei einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 tot de Duitse invasie in Nederland op 10 mei 1940.
Dit tafereel voorstellende de mobilisatie in 1939 kwam ons zeer bekend voor. Het is afkomstig uit de collectie van het voormalige Achterhoeks museum 1940-1945 in Hengelo (Gld) die we op 15 augustus 2015 bezochten.
Om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog voor met name jongeren meer zichtbaar te maken is in ruime mate gebruik gemaakt van beeld en geluid. Emoties en beleving voeren boventoon in vernieuwde oorlogsmuseum Overloon.

Deze gepantserde geldwagen bracht de koninklijke familie op 12 mei 1940 van Den Haag naar Hoek van Holland waar een torpedobootjager gereed lag om hen naar Engeland te brengen.
 
Boot waarmee geprobeerd werd om te onsnappen naar Engeland. Ze werden Engelandvaarders genoemd.

Kort na de capitulatie op 15 mei 1940 verschenen er overal Duitse aanwijs- en richtingborden in Nederland. In de treinen werden coupť's gereserveerd voor de Wehrmacht.
In de oorlog was er geen brandstof beschikbaar voor civiele voertuigen. Benzine was er alleen voor het Duitse militair verkeer. Men werd daardoor heel creatief en ondermeer paardentractie en de houtgasgenerator werden toegepast. En houtgasgenerator werd ook tentoongesteld.
Dit was de bureaustoel van de NSB-leider Anton Mussert waarop hij zat op zijn kantoor aan de Maliebaan in Utrecht.
De Nationale Jeugdstorm (NJS) was een Nederlandse jongerenbeweging die van 1934 tot 1945 bestaan heeft, georganiseerd naar voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend en als nationaalsocialistische tegenhanger van de padvinderij. De organisatie stond formeel los van, maar had in de praktijk zeer nauwe banden met de NSB. De leider ('hoofdstormer') was de vooraanstaande NSB'er Cornelis van Geelkerken. Op 1 mei 1934 werd Van Geelkerken als ambtenaar ontslagen, omdat NSB-lidmaatschap onverenigbaar met een dienstbetrekking bij de overheid werd geacht. Op diezelfde dag richtte hij de Jeugdstorm op. Nog geen twee jaar later, op 1 februari 1936, werd de vereniging als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad, opgeheven omdat zij onwettig zou zijn. Op deze opheffing volgde de onmiddellijke heroprichting met een 'democratischer' structuur en een kleine naamsverandering (Vereniging Nationale Jeugdstorm, VNJ). Zeer kort na de Duitse inval werd echter de oude naam weer aangenomen.
Bijna alle leden van de Jeugdstorm waren kinderen van NSB'ers. Voorafgaand aan de bezetting had de Jeugdstorm circa 2000 leden; een aantal dat gedurende de oorlog toenam tot ruim 12.000. Andere bronnen spreken van 16.000 leden. Leden waren tussen 10 en 17 jaar, en moesten Nederlander, bij voorkeur 'Arisch' zijn, doch vooral niet joods; er waren wel enige leden met Indisch bloed. De leden noemden zich meeuwen en meeuwkes (10-13 jaar) en stormers en stormsters (14-17 jaar). Jongens en meisjes vormden gescheiden groepen binnen de organisatie. Als ze 18 werden, werden de jongens vrij naadloos de Nederlandse Arbeidsdienst of de Waffen-SS in geloodst..

Winterhulp 1941: inzameling van dekens voor de soldaten aan het oostfront.

Meisjes van de Nationale Jeugdstorm brengen een Houzee-groet.

In 1937 schilderde Henri van de Velde het monumentale schilderij De Nieuwe Mensch, dat uitdrukking gaf aan het nationaal-socialistische gedachtegoed. Het werk eindigde in Musserts werkkamer, en werd tijdens de bezetting de oorlog ingezet als propagandamiddel.

Het pesten van onze Joodse landgenoten begon reeds eind 1940 met het plaatsen van borden met de tekst 'Voor Joden verboden' en Joden niet gewenst'. Ze mochten niet meer in parken, zwembaden en bioscopen komen. Het werd steeds erger. In februari 1941 werd in Amsterdam opgeroepen tot een staking waaraan massaal gehoor werd gegeven. De bezetter brak de staking bloedig. Het dragen van de Jodenster werd ingevoerd. En in 1942 begonnen de razzia's. De Joden werden opgepakt en naar kamp Westerbork gedeporteerd. Vanuit kamp Westerbork vertrok elke week op dinsdag een trein naar de vernietigingskampen in het oosten.
De Joodse Raad in Amsterdam werkte min of meer gedwongen mee aan de deportatie van Joden. In de edities van Het Joodsche Weekblad verschenen haast dagelijks nieuwe maatregelen die de bezetter tegen de Joden had afgekondigd.
Drukpers die werd gebruikt door de illegaliteit om ondergrondse kranten te drukken, zoals Het Parool, Vrij Nederland, Trouw, De Waarheid. Een gevaarlijke bezigheid. Met de fiets werd een dynamo aangedreven om stroom op te wekken voor licht. De kranten werden verspreid door koeriersters die de kranten verstopten in bijvoorbeeld een frame van een fiets, onder hun kleding of in een kinderwagen. Meisjes en vrouwen liepen minder risico op controle dan mannen. Maar gevaarlijk was het wel, want bij ontdekking werd je gemarteld en naar een concentratiekamp gestuurd.
Het bezit van een radio werd verboden en streng bestraft. Om toch stiekum de vrije zenders BBC en radio Oranje vanuit Engeland te kunnen luisteren werden radio's die verplicht moesten worden ingeleverd, verstopt in schuilplaatsen op zolder of geheime bergplaatsen. Hier een creatieve oplossing door een knutselaar, die een radio in een boek heeft gemaakt. Zogenaamd rustig lezen maar intussen luisteren naar de Engelse nieuwsberichten. Als de vijand kwam had je gewoon een boek voor je.
's Nachts werden door R.A.F. bommenwerpers wapens gedropt voor de illegaliteit op geheime plaatsen. De afspraak voor een dropping werd gemaakt en middels een codebericht voorgelezen voor de BBC radio. Een veelgebruikt wapen was deze Engelse Stengun.

Hier worden wapens opgeborgen in een geheime bergplaats. Met deze wapens werden distributiekantoren overvallen om bonkaarten te bemachtigen voor onderduikers en gevaarlijke personen die heulden met de vijand geliquideerd. Bij ontdekking was de bezetter onverbiddellijk en volgde de doodstraf.

Het was dus levensgevaarlijk om met een vuurwapen op zak over straat te gaan. Het gebeurde wel eens dat een moeder met kinderwagen op stap ging. De Duitsers hadden niet in de gaten dat er in de bodem van de kinderwagen een geheime bergplaats was gemaakt waarin de wapens lagen. Er lag gewoon een matrasje in de kinderwagen en vaak een pop, zodat het leek alsof er een baby in de kinderwagen lag.

Geliquideerd door het verzet Wilhelm Hetterscheid, de NSB-burgemeester van Baexem.

Veel verzetsmensen werden opgepakt en kwamen terecht in het Oranjehotel in Scheveningen. Ze werden in de duinen op de Waalsdorpervlakte doodgeschoten. Ook Hannie Schaft die betrokken was bij liquidaties in Haarlem werd gepakt en kort voor de bevrijding op 17 april 1945 doodgeschoten in de duinen bij Bloemendaal.
Weer een scÍne uit de collectie van het voormalige Achterhoeks museum 1940-1945 in Hengelo (Gld) die we op 15 augustus 2015 bezochten. Een kruidenierswinkel ten tijde van de oorlogsjaren. De voedselvoorraad werd steeds schaarser en levensmiddelen waren op de bon.
Huiskamer in de oorlogsjaren. Ik herinner me heel goed dat het ook zo ingericht was bij mijn grootouders en schoonouders thuis.

Boven Nederland woedde een hevige luchtoorlog. Vanuit Engeland stegen de Amerikaanse en Engelse bommenwerpers op om bombardementsvluchten uit te voeren boven de steden en fabrieken in Duitsland. Velen daarvan werden door luchtafweer neergehaald. Ook in Nederland werden fabrieken en steden gebombardeerd. In de steden werden schuilkelders ingericht waar de bevolking dekking kon zoeken tijdens een luchtaanval.

Schuilkelder op de Vismarkt in Groningen

Joden mochten niet in de schuilkelder komen.

Elly leest de informatie bij dit martelwerktuig. Deze kist werd gevuld met water waarin gevangenen tijdens verhoor door de SD werden ondergedompeld om ze aan het spreken te krijgen.
De 'badkuip' die gebruikt werd als martelwerktuig en rechts de deur in het poortje in de gevangenismuur te Scheveningen. Hier gingen de verzetsstrijders door als ze van het cellencomplex in het oranjehotel naar de Waalsdorpervlakte werden gebracht om te worden gefusilleerd.

Ploertendoder, waarmee gevangenen tijdens verhoor werden geslagen.

Omdat de aanvankelijk na de capitulatie vrijgelaten Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap moesten, werd in mei 1943 opgeroepen tot een staking. De stakingoproep vond echter in Amsterdam weinig gehoor, want men herinnerde zich daar nog de bloedige wijze waarop de februaristaking in 1941 werd gebroken.

In de loop van 1943 werd de situatie steeds grimmiger. Behalve razzia's om mensen op te pakken om gedwongen in Duitsland te gaan werken, werd ook steeds harder opgetreden tegen het verzet.

In de loop van de oorlog is er in Duitsland zo'n tekort aan arbeiders dat werken in Duitsland verplicht wordt. In mei 1943 moeten alle mannen van 18 tot 35 jaar zich melden voor de arbeidsinzet (in het Duits 'Arbeitseinsatz'). In mei 1943 moeten alle mannen van 18 tot 35 jaar zich melden voor de arbeidsinzet (in het Duits 'Arbeitseinsatz'). Hier zien we kledij dat gebruikt werd door een dwangarbeider die onder zware omstandigheden zijn werk in Duitsland moest doen.
Een kar die gebruikt werd tijdens de dwangarbeid om stenen op te vervoeren.
Dwangarbeiders in Duitsland werden vaak ondergebracht in barakken waar ze onder slechte omstandigheden moesten verblijven. Ze hadden nauwelijks iets bij zich. Enkel een koffer met benodigdheden. Dat wordt hier uitgebeeld.

Vanaf 1941 bouwden de Duitsers een verdedigingslinie langs de kust van Noorwegen tot spanje, de Atlantikwall. De bouwwerkzaamheden van bunkers en verdedigingsstellingen werden uitgevoerd door Organisation Todt, die gebruik maakte van aannemers en onderaannemers en dwangarbeiders.

Vanwege de aanleg van de Atlantikwall moesten bewoners in de kuststrook hun huis verlaten omdat die werd afgebroken vanwege de aanleg van bunkers en het aanleggen van tankwallen.

Paard en wagen waarmee NSB'ers vluchtten op 5 september 1944. Deze datum staat bekend als Dolle Dinsdag.