Battlefieldtour 156 Battalion The Parachute Regiment in de Slag om Arnhem door de VVAM op 28 april 2019 (de dag na Koningsdag). We volgen het spoor van Compagniescommandant Colonel Geoffrey Powel 'C' Company 156th Parachute Battalion, 4th Parachute Brigade, 1st Airborne Division. Onze gids is Nick Kelso, een in Nederland wonende Brit. Met hem maken we een wandeling over het voormalige slagveld.
In 2011 namen we deel aan de inmiddels legendarische battlefieldtour met Colonel John Waddy, commandant van 156th Battalion.

Kaart met onze wandelroutes.

We vertrekken met de bus vanaf het Airbornemuseum. naar de Ginkelse Heide. Daar is het 156e bataljon, als onderdeel van de 4e Parachutistenbrigade, onder leiding van generaal Shan Hackett, op 18 september 1944 geland op de Ginkelse Heide. Dit bataljon bestond uit 603 man. Naast een HQ en Support company waren er drie rifle companies, bestaande uit een Company HQ en drie pelotons met elk 35 man. Hiermee kwam de sterkte van een compagnie op 125 man. De Support company had bij zich:

 

Vier 6 ponder-antitankkanonnen, afkomstig van de 1st anti-tank Battery RA.

 

Vier Vickers machinegeweren

 

 

 

 

Zeven 81 mm mortieren

Het 156e battaljon vertrok op 18 september 1944 vanaf vliegveld Saltby. Het vliegveld is zowel gebruikt door de RAF als door de USAAF. De bekendste gebruiker was de 314e Troop Carrier Group van de USAAF. Deze eenheid dropte met haar C47 Dakota's o.a. para's op D-day (Amerikaanse 82e Airborne Divisie) en te Arnhem (Britse 1e Airborne Divisie).
Tegenwoordig wordt het veld gebruikt door de Buckminster zweefvliegclub. Delen van de startbanen en taxibanen zijn nog goed te herkennen.
Vertrek van de Airbornes uit Engeland. De eerste landing vond plaats op de 17e en de tweede de volgende dag op 18 september. Het 156e bataljon kwam toen ook mee en landde als onderdeel van de 4e Parachutistenbrigade.
 
Ginkelse Heide
 

De Ginkelse Heide op 28 april 2019

 
Het bataljon kwam aan boven DZ Y op de Ginkelse Heide tussen 15.00 en 15.10 uur. Er was een vertraging van vier uur. Van de 127 vliegtuigen voor de hele 4th Parachute Brigade werden er vijf door luchtafweergeschut neergehaald. Een zesde toestel werd uitgeschakeld na de landing. Ook ging er Dakota CN619 met aan boord de helft van het medium machine gun platoon verloren bij Dodewaard. Een glider kwam vroegtijdig aan de grond bij Eindhoven.
De Hamilcar met de Universal Carriers kwam goed aan op LZ X. De ontmoeting van het bataljon met het glider-gedeelte van het peloton was bij de spoorwegovergang van Wolfheze.
 
De vliegtuigen werden naar de Dropzone (DZ) geleid door een Eurekabaken, die werd geplaatst net ten zuiden van de huidige A12 door het 3e peloton van de 21ste Independent Parachute Company (Ppathfinders) van Lieutenant Hugh Ashmore. De DZ lag onder vijandelijk vuur, want op de grond was er een strijd gaande tusen het 7th Kings Own Scottish Borderers (KOSB) en Wachtbataillon NW/3 bestaande uit Nederlandendse Waffen SS, afkomstig van de bewaking van kamp Amersfoort, dat gelegerd was in Kamp Amsvorde, waar nu de Leusderweg kruist met de Laan 1914.
 
Wolfheze
 
Britse para's bij het spoor tussen Oosterbeek en Wolfheze. De soldaat links op de voorgrond is uitgerust met een PIAT anti-tankgeweer.
De ochtend volgen we de route die compagniescommandant Powell en zijn mannen volgden. Eerst met de bus vanaf de Ginkelse Heide waar ze gesprongen zijn naar het station van Wolfheze en vandaar hun opmars langs de spoorlijn naar de brug bij Arnhem. In de middag is het station opnieuw het vertrekpunt en volgen we de terugtrekking op Oosterbeek. Uiteindelijk komen we uit bij Hackett's Hollow, waar de perimeter aanvankelijk niet bereikt kon worden en de para's omsingeld zaten in een kuil onder leiding van generaal Hackett. Alleen door een stormaanval weten ze de Duitse omsingeling te doorbreken en de eigen linies te bereiken. Maar wel ten koste van zware verliezen.
Na de landing op de Ginkelse Heide vertrekken het 10e en 156e bataljon door de bossen naar Wolfheze via de spoorweg, om vervolgens uit te komen bij het kruispunt bij het station Wolfheze. Deze spoorweg wordt een probleem. We zien dat waar we beginnen met het lopen in het spoor van Powell, de toegang tot de spoorlijn nog gemakkelijk is, want het gebied is vlak. Daar maakte ik de foto van het bord 'Einde Wolfheze'. We lopen de weg af richting de welbekende Duiker onder de spoorlijn door. We zien dat 100 meter verderop het veel moeilijker geworden is om het spoor nog met hun materiaal te overschrijden. Dat zou pas in Oosterbeek weer mogelijk worden, ware het niet dat er nog een drietal duikers onder het spoor aanwezig zijn. Via deze duikers konden de Britse en Poolse airbornes tenauwernood ontsnappen aan de omsingeling door de Duitse Kampfgruppen bij Wolfheze.
De airbornes bereikten uiteindelijk hun kameraden in de Wolfhezer- en Bilderbergbossen.
Op weg naar de duiker bij Wolfheze vertelt onze gids over de ervaringen van de C compagnie, onder leiding van Powell, die als eerste aankwam bij de Duiker. Met hun jeeps waren de mannen op weg naar de brug bij Arnhem.
We volgen het pad en komen bij de plaats waar de airbornes terecht kwamen in de hinderlaag die de de troepen van Kampfgruppe Kraft hier opgeworpen hadden. De jeeps van Powell werden onder vuur genomen. Naderhand wordt niets gerapporteerd door de eenheid van Powell over jeeps en slachtoffers. We horen dat de duiker die we zien niet de enige is. Er zijn nog twee duikers, waarvan één is dichtgemaakt omdat er een gasleiding doorheen loopt. Er was ook nog een stationnetje voor de paardenrenbaan, waar paarden konen worden uitgeladen. Dat was op spoorniveau, dus dat was ook nog een mogelijkheid om het spoor over te gaan.
Nadat Brigadier Hackett opdracht had gekregen zijn 11e bataljon af te staan, veranderde hij zijn opmarsroute van de weg Ede-Arnhem naar dezelfde spoorlijn als waar Powell en zijn mannen langs trokken. Hackett had in de gaten dat de tactische situatie om andere beslissingen vroeg. Dat bleek ook wel toen C Company met No. 10 Platoon als spits rond 21.00 uur stuitte op een Duitse opstelling, westelijk van de Dreijenseweg. Dit peloton onder leiding van Sergeant Black liep in een hinderlaag, waarbij vier man werden gedood. Twee verkenners waren vermist en er vielen acht gewonden. Geen goed begin voor het 156e bataljon. Onze major Geoffrey Powell verkende de situatie en gaf Lieutenant Wilcock, commandant van het 9e peloton met daarin Lance Corporal John O'Reilly, opdracht tot een linkstrekkende beweging. Deze manoeuvre liep echter telkens vast op Duits mitraiileurvuur. Dit leidde ertoe dat het gehele bataljon werd teruggetrokken ter hoogte van het spoorwegtunneltje bij Wolfheze, waar de dag ervoor het Reconnaissance Squadron was vastgelopen op Ausbildungs und Ersatz-Battaillon 16 van Sturmbahnführer Krafft.

Ambush in Wolfheze

 
Om te voorkomen dat de Duitsers de 4e Parachutisten Brigade helemaal vernietigde, werd in de late middag van 19 september door generaal Urquhart in samenspraak met generaal Hackett besloten om het restant van de 4e Parachutisten Brigade naar het zuiden terug te trekken, tot achter de spoorlijn. De spoordijk en het verdiepte spoor ter hoogte van Oosterbeek vormden een goede natuurlijke defensielijn. Hier waren de Britten relatief veilig.
Hier bevonden zich de mannen van het 4e Parasquadron Royal Engineers, niet ver van het hoofdkwartier, dat zich bevond achter een heuvel in een kuil nabij de splitsing van wegen een eindje verderop.
We lopen door de prachtige Wolfhezer bossen. Nadat we stil gestaan hebben bij de plek waar slachtoffers gevallen zijn onder de mannen die het hoofdkwartier van het 4e bataljon verdedigden, gemarkeerd met kransen met poppies.
 
Johannahoeve
 

Johannahoeve na de slag

 
Vervolgens komen we bij Johannahoeve.
Op 19 september vertrok het 156e bataljon onder luitenant-kolonel sir Richard de Bacquencourt des Voeux, om drie strategische hoogten te bezetten. De eerste keek uit over de Johannahoeve, de tweede in de bossen bij landgoed Lichtenbeek en als laatste een hoogte die bekend stond als 'De Koepel', vij kilometer van Arnhem. Het 10e parabataljon trok op langs de Amsterdamse weg om dekking te verlenen op de linkerflank. Zodra de drie hoogten veilig waren gesteld, moesten de bataljons doortrekken richting Arnhem. Tot hun verrassing konden het 156e bataljon tot bij de Johannahoeve ongehinderd optrekken. De Duitsers, die het hun de vorige dag moeilijk hadden gemaakt, hadden zich gedurende de nacht teruggetrokken op de Sperrlinie.

Onze battlefieldtourgroep bij Johannahoeve

 
Op weg door de Bilderbergbossen naar de Dreijenseweg, waar Powell met zijn C compagnie de weg probeerde over te steken, luisteren we geboeid naar onze gids en naar de andere deskundigen in de groep over wat hier gebeurde.
Locatie waar zich een Brits Dressing Station bevond. Hier werd hulp gegeven aan de gewonden bij het gevechtsgebied.
We staan hier bij het punt waar de airbornes probeerden de Dreijenseweg over te steken.

De Dreijenseweg, waar zich de Duitse Sperrlinie bevond. Powell en zijn mannen probeerden hier de weg over te steken en kwamen onder vuur van de Duitse tanks en pantserwagens.

De Britten rukten verder op, maar bij de Dreijenseweg kregen ze te maken met felle Duitse tegenstand. Met de bajonet op het geweer voerden ze een charge uit om door de Duitse verdedigingslinie te breken. Het lukte hen om de voorste posities te overlopen, maar de aanval liep stuk op het vuur van gepantserde voertuigen.

Een Sd. Kfz 250 op de Dreijenseweg. Met hun lichte bewapening hadden de Britten geen antwoord op de Duitse pantserwagens.

 
Lichtenbeek
 

Hier lopen we de heuvel op landgoed Lichtenbeek op.

 

Deze groepsfoto maakte ik van onze leuke en geïnteresseerde battlefieldtourgroep op de heuvel Lichtenbeek.

 
Ondanks het hoge aantal slachtoffers dat hier viel, slaagden een officier en zes man er in het landgoed Lichtenbeek te bereiken en daar een defensieve stelling in te richten op de heuvel Lichtenbeek. We horen dat omringd en onder vuur van de Duitsers Powell blijft staan op de heuvel en bidt voor zijn mannen. Een uur later worden zij gevangen genomen.
Nadat ook de B-compagnie zich had stuk gelopen op de Duitse defensie gaf Hackett het bevel om terug te trekken. Het bataljon had ongeveer de helft van zijn mannen verloren. Inmiddels was ook het 10e bataljon op de Amsterdamseweg, ter hoogte van het waterleidingpompstation, opgelopen tegen de Sperrlinie van Kampfgruppe Spindler. Ook zij konden niet op tegen de Duitse tanks en pantserwagens en moesten zich uiteindelijk met zware verliezen terugtrekken.
 
 
Een andere kijk op de Airborne begraafplaats Oosterbeek
 
Tegen het eind van het ochtendprogramma komen we lopend door het bos uit bij de begraafplaats van Oosterbeek, maar dan gezien vanaf een hele andere kant dan we gewend zijn. We komen uit het bos bij het Air Despatch Monument en hebben een unieke kijk op de Airborne begraafplaats. Daar staat de bus gereed om ons naar restaurant De Tijd in Wolfheze te brengen, dichtbij het station. Daar zullen we na de lunch beginnen met het middaggedeelte van de tour.
 
Terug in Wolfheze
 
Na de lunch in restaurant De Tijd te Wolfheze, vervolgen we de battlefieldtour wederom bij station Wolfheze. In het ochtendgedeelte zagen we hoe Powell en zijn C Compagny van hier uit oprukten langs de spoorlijn richting Arnhem. In de middag zien we dat de airbornes zich vanaf station Wolfheze terugtrekken op Oosterbeek, terwijl ze zwaar onder vuur liggen en er een grote chaos ontstaat, waarbij de para's worden afgesneden van munitie en voorraden. Het is 19 september. De tweede dag voor het 156e battaljon. Deze dag zal een dramatisch verloop krijgen, met name aan het einde van de middag en tegen de avond. Door het Wolfhezerbos en de Bilderbergbossen trekken de airbornes van C Company zich terug naar Oosterbeek en komen tenslotte uit bij Hackett's hole, waar onze tour ook eindigt. Ze voegen zich bij de mannen van generaal Hackett die daar in het nauw zitten en met een bajonetaanval op de Duitsers, die hen omsingelen, weten ze de perimeter te tenauwernood te bereiken.
Onze gids geeft een uiteenzetting van de gebeurtenissen in en rondom Wolfheze in de middag en avond van dinsdag 19 september.
Op 19 september rond vier uur 's middags arriveren de Poolse gliders op Landing Zone (LZ) L gelegen net ten noorden van de spoorlijn tussen Wolfheze en Oosterbeek, genaamt Papendal. Dit landingsterrein wordt verdedigd door de King's Own Scottsh Borderers (KOSB). Ze komen terecht temidden van een enorm gevecht en chaos tijdens de terugtrekking van de 4e Brigade. Een nachtmerrie. Slechts drie van de tien artilleriestukken die ze meegenomen hebben, zijn uiteindelijk nog inzetbaar.Brigadier Hackett, die de leiding heeft over de 4e Brigade, beseft dat de spoorlijn Wolfheze - Oosterbeek een groot probleem gaat worden, zeker met het oog op de gewonden die men bij zich heeft en de jeeps en geschut. Die kunnen niet zomaar over de spoorlijn heen. Hij richt zich daarom op het in handen houden van Wolfheze, want Oosterbeek lijkt ver weg. Doch voor de verdediging bevinden zich te weinig airbornes in Wolfheze. Daarom wil hij zo snel mogelijk de oversteek over de spoorlijn bij Wolfheze beveiligen. Daarom moet jet 10e bataljon zo snel mogelijk terug naar dat punt bij station Wolfheze. Die mannen komen net op tijd om de Duitsers terug te drijven. Om vier uur in de middag van 19 september geeft Hackett het bevel aan de rest van het 156 bataljon om zich terug te trekken. Vanaf dat moment loopt alles verkeerd. Er is geen coördinatie meer. Groepen para's raken uit elkaar en gedesoriënteerd. Een aantal van 270 man slaagt er verderop in de spoorlijn over te steken en komen daarbij terecht in de perimeter van Oosterbeek, maar helaas geldt dat voor de rest van de brigade niet. De eenheid is uit elkaar gevallen en het grootste deel raakt geïsoleerd en blijft verstoken van aanvoer van munitie en voorraden. Ze proberen op diverse plekken de spoorlijn over te steken. Powell met zijn C compagnie, die nog redelijk in tact is, steekt de spoorlijn over en gaat vervolgens aan de andere kant weer richting Wolfheze. Ze hadden ontdekt dat jeeps door een aantal tunneltjes (duikers) onder de spoorlijn door konden, tesamen met hun 6-ponder kanonnen. Terwijl sommigen de opdracht krijgen de spoorlijn over te steken, moeten anderen weer naar Wolfheze. Zo valt het 156 bataljon uit elkaar. In de avond van 19 september bevindt zich een groep van 400 man bij Wolfheze. Daar zijn mannen bij van het 10e bataljon en het 156 bataljon en de Brigade HQ. Verder zit er van alles bij: genie, gliderpilots, Polen, Kortom een mengeling van soldaten, zonder strutuur en zonder aanvoerlijn. De verdediging van Wolfheze moet het doen met de ammunitie die ze hebben. Dat wordt echt een probleem. Hackett beseft het belang om Wolfheze met de oversteek over de spoorweg in handen te houden en bericht dit via de radio aan generaal Urquhart, die zich op het hoofdkwartier Hartenstein in Oosterbeek bevindt. Hackett bevindt zich echter niet in Wolfheze, maar is bij de Brigade HQ, zo'n 2 kilometer verderop. Het is niet mogelijk contact te hebben met Wolfheze. Dit is de situatie op dinsdagavond 19 september. Het was voor de para's echter nog altijd mogelijk om de perimeter van Oosterbeek te bereiken via de Wolfhezerweg, want die was met de kruising aanvankelijk in handen van het Borderregiment. Wanneer ze tussen 6 en 9 uur 's avonds die weg zouden afgaan, hadden ze een goede kans gehad de perimeter te bereiken.
Dat heeft glider pilot Louis Hagen ook gedaan. Via de War Diary is bekend dat twee compagnieën van het Reconnaissance Squadron ook over de Wolfhezerweg naar de perimeter van Oosterbeek zijn gegaan. Rond acht uur die avond hebben ze zich ingegraven tegenover Hartenstein. Verder slaagde ook het Medical Corps, bestaande uit 48 man, er in via de Wolfhezerweg de perimeter te bereiken. Intussen zit Hackett vast in de bossen en heeft geen controle meer over de mannen bij Wolfheze. Helaas is er niemand die de nog bij Wolfheze bevindende vierhonderd man vertelt dat ze over de Wolfhezerweg moeten gaan om de perimeter te bereiken. Er is een dramatische situatie ontstaan. Die avond stelt Hackett via de radio aan Urquhart voor om in de nacht terug te trekken. Die zegt echter, zonder dat duidelijk is waarom, dat ze moeten wachten totdat het licht wordt. Hiermee gaat de laatste mogelijkheid om de perimeter te bereiken verloren. In de bossen van Wolfheze bevinden zich in totaal nog duizend para's, die mee hadden kunnen doen aan de slag bij Oosterbeek of in stelling hadden kunnen gaan op de Westerbouwing. Wellicht was dan het verloop van de strijd anders geweest.
Para's zoeken bij de spoorwegovergang in Wolfheze dekking in een bomkrater
 
Om negen uur in de avond van 19 september verlaat het Borderregiment de Wolfhezerweg met kruising en gaat richting de perimeter van Oosterbeek. Na die tijd is er geen doorkomen meer aan. Het is onmogelijk de Wolfhezerweg nog te gebruiken. Dat is nog wel geprobeerd door diverse groepen van het 156 bataljon. Ook groepen van de A company van de KOSB heeft het nog geprobeerd. De meesten worden gevangen genomen.

In deze hopeloze situatie komt het verschil naar voren tussen de para's en het normale soldaten. De A company KOSB geeft zich over omdat ze zonder munitie zitten en omsingeld zijn. De para's echter rennen op de Duitsers af met de bajonet op het geweer. Vaak slagen ze er dan ook nog in uit te breken.

Sergeant John O’Reilly, lid van het 156 Parachute Battalion, probeerde die avond ook door de Duitse omsingeling te komen, wat niet lukte. Doch de volgende ochtend werd een bajonetaanval uitgevoerd op de omsingelende Duitsers en is hij samen met acht man er doorheen gekomen. Hij is nooit opgepakt. Uiteindelijk is hij meegegaan over de Rijn tijdens de ontsnappingsoperatie Pegasus I in oktober 1944.

Rechts: Charlotte, kleindochter van John O'Reilly met boek over 156 Parachute Battalion & 4th Parachute Brigade 'Walking in their Footsteps'

 
Het tragische is dat wanneer Hackett niet afgeleid was door de duikers onder de spoorlijn tussen Wolfheze en Oosterbeek door, wat een korte weg lijkt naar de perimeter, maar langs de aanvankelijk nog open Wolfhezerweg was gegaan, dan hadden ze de perimeter nog kunnen bereiken.
 

Britse para's in Oosterbeek

 
We staan nu aan de andere kant van het tunneltje onder de spoorlijn bij Wolfheze en horen wat op deze locatie plaats vond terwijl ierdereen bezig is zich terug te trekken. We horen over de uitzonderlijke moed van Captain Queripel, die een groepje mannen om zich heen verzameld had en daarmee de Duitsers een tijd lang heeft tegengehouden.
 
De uitzonderlijke moed van Captain Queripel
 
Om 14.00 uur op dinsdag 19 september bereikte de compagnie van Queripel een hoofdweg die liep over een dijk richting Arnhem. De opmars lag onder continu machinegeweer, dat op een gegeven moment zo zwaar werd dat de compagnie aan weerszijden van de weg werd gespleten, en aanzienlijke verliezen leed.

Captain Queripel ging meteen door met het reorganiseren van zijn strijdkracht, waarbij hij meermalen de weg overstak onder extreem zwaar en nauwkeurig vuur. Gedurende deze periode droeg hij een gewonde sergeant naar de Regimentspost terwijl er op hen geschoten werd. Hierbij raakte hij zelf gewond in het gezicht.

After organising his forces, Captain Queripel personally led the attack against an enemy strongpoint. The enemy position consisted of a captured British anti-tank gun and two machine guns. Despite the fire directed at him, Captain Queripel managed to kill the crew of the machine guns and also recapture the anti-tank guns. As a result, the advance could continue.

Captain lionel Queripel

 
Bovenstaande actie vond plaats bij de Dreijenseweg, die loopt vanaf het station van Oosterbeek naar de Amsterdamseweg. De Britten probeerden hier door te breken in de richting van Arnhem, maar werden door de sterke Duitse tegenstand teruggeworpen. Aan het eind van de dag trok de hele 4th Parachute Brigade zich terug achter de spoorlijn, tussen Wolfheze en Oosterbeek.

Later op dezelfde dag merkte Captain Queripel dat hij met een klein groepje mannen was afgesneden en nam hij stelling in een greppel. Tegen die tijd had hij ook wonden in beide armen. Zonder acht te slaan op zijn wonden, te midden van het zeer zware mortiervuur en geweervuur, bleef hij zijn mannen inspireren om zich te verzetten met handgranaten, pistolen en de weinige overgebleven geweren.

Toen echter de druk van de vijand toenam, besloot Captain Queripel dat het onmogelijk was om de positie langer vast te houden. Hij beval zijn mannen om zich terug te trekken. Ondanks hun protesten, drong hij erop aan om achter te blijven om hun terugtrekking te dekken met zijn automatische pistool en een paar overgebleven handgranaten. Dit was de laatste keer dat hij werd gezien.

Gedurende de hele periode van negen uur van verwarde en bittere gevechten toonde Captain Queripel de hoogste standaard van dapperheid onder de moeilijkste omstandigheden. Zijn moed, leiderschap en toewijding waren prachtig en een inspiratie voor iedereen.

De vijf Victoria Crosses tijdens de Slag om Arnhem werden toegekend aan:
Luitenant John Hollington Grayburn
Flight Lieutenant David Samuel Anthony Lord
Lance-sergeant John Baskeyfield
Kapitein Lionel Queripel
Majoor Robert Henry Cain.

Terug nu naar Geoffrey Powell, wiens spoor we deze dag volgen. Hij maakt gewag van het uiteenvallen van het 156e battaljon, mede veroorzaakt door een verkeerde inschatting van brigadier Hackett. Hij heeft zich laten afleiden door de duikers. Zijn gedachte was dat via die duikers snel de andere kant van de spoorlijn kon worden bereikt om zo te ontsnappen aan het Duitse vuur. Maar aan de andere kant kwamen de Duitsers ook al in de bossen en zaten ze in dekken. Kostbare tijd ging verloren. Beter was het geweest dat Hackett met zijn manschappen terug was gegaan naar Wolfheze om daar via de Wolfhezerweg snel de perimeter van Oosterbeek te bereiken. Nu waren het 156e bataljon en het 10e bataljon uitelkaar gevallen. Overal zaten groepjes, die bovendien waren afgesneden van bevoorrading en communicatie.
Na de luchtlandingen van de Engelsen bij Wolfheze moesten ze de lange en zwaar bevochten weg naar Oosterbeek en Arnhem inzetten. Al snel werd er echter door de Duitsers veel terrein teruggewonnen. Alle belangrijke overgangen van de spoorbaan werden bewaakt. De Engelsen vonden deze tunnel en kwamen erachter dat als ze de ruiten van hun jeeps neerklapten, de antennes verwijderden en alles binnenboord hielden, ze voorzichtig door de tunnel konden rijden.
 
We vervolgen onze route door de Bilderbergbossen. In zijn boek Men at Arnhem beschrijft Powell de gevechten in de Bilderbergbossen op unieke wijze, alsof hij je aan de hand meeneemt van boom tot boom. C Company bestond nog uit 80 man. Lieutenant Donaldson van No. 11 Platoon was zijn enige overgebleven pelotonscommandant. Hij raakte gewond tijdens de gevechten en werd waarschijnlijk in koelen bloede doodgeschoten door de Duitsers. De drie uur durende gevechten in de buurt van de watertoren kostten C Company teveel verliezen, waarop Major Powell besloot terug te trekken. Brigadier Hackett besloot niet verder aan te vallen in zuidelijke richting, maar de Van Tienhovenlaan in oostelijke richting in te slaan. Intussen werd de groep van nu nog zeven officieren en 120 man ingesloten door Krafft vanuit het noorden en door de Unterführerschule Arnheim en Bataillon Eberwein vanuit het westen. Hackett gaf daarop het 10e bataljon de opdracht de aanval te leiden. Na een trage start ging het 10e bataljon er zo snel vandoor dat de aansluiting met het 156e bataljon en Brigade HQ verloren ging. Het 10e bataljon slaagde erin om rond 13.30 uur met slechts 60 man de eigen troepen te bereiken in de buurt van de Valkenburglaan in Oosterbeek.
Elly loopt door de Bilderbergbossen tijdens onze battlefieldtour, waarin we het spoor van Colonel Geoffrey Powell volgen.

 

Oog voor de natuur in de Bilderbergbossen. Versteende paddestoelen aan de boomstam van deze hele oude boom. Zien we ook nog sporen van de oorlog aan deze boom?

 

 

Watertoren in de Bilderbergbossen, waar gedurende drie uur gevochten werd door de C Company van Powell.

Op weg naar de Hackett hole bij Oosterbeek passeren we de plek in het bos waar de majoor van de 4e Parachutisten Brigade Charles Dawson tijdens het terugtrekken op Oosterbeek, geraakt werd in de rechter schouder op 20 september 1944. Kort daarna werd hij nog gefotografeerd. Doch na het maken van deze foto sneuvelde hij. Het lijkt er op dat we staan op de bewuste plaats gezien de stand van de bomen op de foto en zoals het nu lijkt.
Waarschijnlijk staan we hier op de plek waar Charles Dawson geraakt is in de schouder en kort daarna gedood werd. Kapitein Booty maakte deze foto.
De bomen op de plek waar Charles Dawson gesneuveld is, vertonen nog duidelijk sporen van de oorlog.
 
Hackett's Hollow
 
Tenslotte eindigt het spoor van Powell waar hij zich samen met zijn mannen voegt bij brigadier Hackett en zijn 4th Parachute Infantry Bigade, waar ze zwaar onder vuur liggen van de hen omringende Duitsers. Hij is twee dagen daarvoor op de Ginkelse heide geland met 2500 man. Deze plaats is bekend geworden als Hackett's Hollow. Dit zijn kuilen bij de Valkenburglaan, nabij de Sportlaan, waar brigadier J.W. Hackett, commandant van de 4th Parachute Infantry Brigade, met zijn resterende 150 man van de 156 Parachute Regiment op 20 september 1944 een uitweg heeft gevochten tegen de overweldigende Duitse meerderheid die bestond uit onder andere vlammenwerpertanks. Na meer dan 8 uur op deze plaats vastgezeten te hebben, besluit hij door middel van een bajonet charge zich een uitweg te vechten naar de rand van de westelijke perimeter, zo'n 150 meter verderop.